3Lab

When You Hear the Divine Call

VPRO

Michael Nyawade woont 25 jaar lang in Europa, maar maakt dan de keuze om definitief terug te keren naar zijn geliefde Kenia. Filmmaker Festus Toll reist zijn oom achterna met een camera om te onderzoeken wat "thuis zijn" betekent.

De in Nederland geboren regisseur Festus Toll reist af naar Kenia voor een poëtische ontdekkingsreis naar wat "thuis" betekent voor drie generaties van zijn familie: zijn oom, hijzelf en zijn pasgeboren neefje Genson. Morele kwesties en de persoonlijke zoektocht naar identiteit worden door Toll behandeld in een essayistische korte documentaire over een Europees-Afrikaans kind.

Regie: Festus Toll

‘Deze documentaire moet een trip en een belevenis zijn’

Regisseur Festus Toll

In gesprek met de regisseur

Tekst: Anne van Blijderveen

Filmmaker Festus Toll vond zijn liefde voor documentaire toen hij op een homevideo Estuitte van zijn Keniaanse oom. Hierin zet hij de twaalfjarige Festus voor de camera en zegt hem dat zijn dubbele achtergrond, Keniaans en Nederlands, een uitdaging voor hem zal vormen, maar ook een verrijking. Dit is het begin van Festus’ fascinatie voor film en zijn zoektocht naar identiteit. ‘Voor mij bewees dit de magie van de wereld door een lens zien.’

In zowel de afstudeerfilm van Festus Toll, We Will Maintain, als in zijn nieuwe Teledoc Campus-film When You Hear the Divine Call speelt het interview van zijn oom een grote rol. In zijn eerste film leidt het tot een onderzoek naar Nederland, maar nu gaat hij naar Kenia om zijn roots en die van zijn jongere neefje vast te leggen. Hij onderzoekt wat “thuis zijn” betekent als je Europese en Afrikaanse roots hebt.

Hoe ben je bij Teledoc Campus terechtgekomen?
‘Mijn afstudeerfilm draaide in 2017 op het NFF en toen benaderde producent Jasper Boon mij om te bespreken wat ik na mijn afstuderen wilde doen. Toen stelde hij voor om een plan in te dienen voor Teledoc Campus. Het heeft even geduurd voor het resultaat er lag, want ik moest mijn draai opnieuw vinden nu ik met een budget en met meer mensen mocht samenwerken. Ik heb door dat ontwikkelingsproces veel geleerd over hoe ik in de toekomst films wil blijven maken.

Waarom koos je ervoor om verder in te zoomen op je biculturele achtergrond?
‘Het fragment waarin ik word geïnterviewd door mijn oom over mijn achtergrond was de openingsscène van mijn afstudeerfilm. Hierin doet mijn oom een voorspelling van hoe mijn leven zal lopen als Europese Afrikaan, namelijk dat het een worsteling zou kunnen zijn om je thuis te vinden. De film zoomde in op de Nederlandse samenleving en ik stelde mijzelf de vraag wat Nederlanderschap nu eigenlijk betekent, vooral als je een biculturele identiteit hebt. De titel, We Will Maintain, is afgeleid van de, ironisch genoeg, Franse wapenspreuk ‘Je maintiendrai’ dat op ons Nederlandse paspoort staat wat ‘ik zal handhaven’ betekent. Het waren de landelijke verkiezingen dat jaar en ik deed ik veel onderzoek naar de opkomende verdeeldheid en de reacties op de zwarte pietendiscussie. Ik voelde daarbij heel erg de behoefte om mijn visie te geven op het cliché dat de multiculturele samenleving is mislukt. Als dat zo zou zijn, dan is die samenleving is iets dat we moeten onderhouden, dus maintainen. Voor deze documentaire wilde ik het anders doen en kreeg ik de kans om meer in te zoomen op mijn Keniaanse roots. Die reis wilde ik graag delen met mijn pasgeboren neefje, ook een Europese Afrikaan.’

Wat vond je het leukst aan het maken van deze documentaire?
‘De reis naar Kenia. Het was al wel mijn zevende keer, maar ik klikte enorm met Jasper en hoewel ik hem pas 1,5 jaar kende voelde het alsof we al jaren samenwerkten. Samen vormden we een compacte crew en konden zo bij heel veel bijzondere gebeurtenissen zijn, zoals bij die begrafenisscène in Kenia. Als je daar met vier of vijf man had gestaan, was het veel intimiderender overgekomen. Nu waren we een soort fly on the wall. Wat ik helemaal tof vond, was dat ik Kenia nu vastlegde voor mijn neefje, zodat hij kan zien waar hij vandaan komt.’

Tekst gaat verder onder afbeelding

'In Kenia werd ik door allerlei verre familie, die ik nog nooit had ontmoet, onthaald als een van hen'

Wat is het meest verrassende dat er tijdens het maakproces gebeurde?
‘Mijn oom leidde ons rond in Kenia en stelde me voor aan allerlei familieleden. Dat zijn er nogal veel zijn aangezien mijn overgrootvader vier vrouwen had. Door al die mensen werd ik onthaald als een kleinkind en bij de naam van mijn opa genoemd. Ik liep daar rond als een jongere versie van hem. Dat vond ik heel bijzonder. In Nederland zijn we vooral nauw met ons gezin en misschien met nog wat ooms en tantes, maar dan houdt het op. Hier werd ik door allerlei verre familie, die ik nog nooit had ontmoet, onthaald als een van hen.’

Waarom heb je ervoor gekozen om zo’n abstracte vertelvorm te gebruiken?
‘Ik wilde dat deze film echt een trip zou zijn, een belevenis. Ik wilde dat de kijker alles zou zien zoals ik het zag; van de doop van mijn neefje tot de begrafenis. De film moet op je zintuigen inspelen. Het is niet zo dat ik de pretenties heb om iets nieuws toe te voegen aan het medium film, maar ik wilde wel iets doen wat vernieuwend was voor mezelf. In de montage heb ik daarom echt op beleving gefocust.’ 

Regisseur Maartje Bakers van de Teledoc Campus-film Honds vroeg zich af hoe er in de montagekamer over de edit is gesproken? Hoe zorg je ervoor dat de kijker genoeg mee kan komen met zo’n abstracte vertelvorm?
‘Ik probeerde mijzelf uit te dagen om dit verhaal niet te traditioneel te willen vertellen. Ik wilde een poëtische sfeer creëren. Natuurlijk heb ik wel geprobeerd de kijker iets houvast en een richting te geven, maar ik wilde genoeg ruimte overhouden voor de ervaring.  In de montagekamer zocht ik daarom veel meer de associatieve scènes dan de verklarende scènes op. Daarbij vertrouw ik erop dat de kijker wil begrijpen waar hij naar kijkt. Alle details minutieus bespreken was  daarom in deze documentaire gewoon minder belangrijk dan het creatieve gedeelte.’

Is er toch iets dat je de kijker wil meegeven?
‘Als eerste wil ik een andere kant van Afrika laten zien. Er zijn zoveel films waarbij het conflict en de problematiek in Afrika voorop staan, dat vind ik heel erg jammer. Ik heb zelf alleen maar mooie herinneringen aan Kenia. Daarom wil ik vooral de warme kant en de saamhorigheid laten zien. Ook wil ik mensen simpelweg even meenemen naar een andere plek. Het mooiste compliment op mijn film kreeg ik van een meisje die zei dat ze door mijn film even op reis ging, ondanks corona.’