Makers van Morgen

Het voorland is back

VPRO

Makers van Morgen

Het voorland is back

VPRO

De zus van documentairemaker Susanne Heering maakte op haar 32e een einde aan haar leven. Heering brengt in 'Het voorland is back' het rouwproces van haar familie in beeld.

Susanne en haar drie zussen en broer vertellen hoe ze ‘nabestaan’ – na de dood van hun jongste zus. Hoe smeedden ze van hun pijn sterke onderlinge banden? In 'Het voorland is back' gaat journalist Coen Verbraak hierover met broer en zussen in gesprek.

Hulp nodig?

Heb jij gedachten aan zelfdoding? Ga dan naar www.113.nl of bel 0900-0113.

Heb jij iemand verloren aan zelfdoding en wil je daarover praten, of wil je praten over bijvoorbeeld depressie of angst? Ga dan naar www.mindkorrelatie.nl of bel 0900-1450.

Maak je je zorgen om iemand anders?

Hier hebben we een aantal tips voor een stappenplan dat je kunt doorlopen:

1. Stel de vraag: Vraag of iemand aan zelfdoding denkt.
2. Luister en toon begrip: Stel open vragen over hoe iemand zich voelt.
3. Zoek samen hulp: Ga er niet vanuit dat een ander hulp zoekt.
4. Zorg goed voor jezelf: Zorg dat je iemand anders hebt om hierover te praten en beloof de ander niet om het geheim te houden.

Meer informatie? Lees er hier meer over.

Zij overleefden een zelfmoordpoging

Interview met de maker: ‘Het is vooral de schaamte die weg moet, zowel bij de kwetsbaren als bij de nabestaanden’

door Esther Aerts

Ik spreek Susanne in het café van het EYE Filmmuseum. Ze kon met moeite een gaatje vrij maken, ze heeft een drukke week: ‘Gisteren wilde AT5 mij spreken over zelfmoordpreventie, want het was World Suicide Prevention Day.’

Ook is ze druk bezig met een vertoning in De Balie in Amsterdam, waar ze de film vertonen en Susanne na afloop in gesprek gaat met experts over ‘volksziekte nummer 1’ depressie. Het wordt al snel duidelijk dat het onderwerp haar nauw aan het hart ligt. Nu de film klaar is, lijkt het voor haar pas te beginnen. Ze wil met de film het land door en de thema’s zelfdoding en depressie bespreekbaar maken, want daar ligt volgens haar nog altijd een groot taboe.

‘Het voorland is back’ focust niet alleen op de zelfdoding van Susannes zus Annemartien, maar juist ook op het rouwproces van haar broer en zussen. ‘Het was nooit de bedoeling om een film te maken over mijn familie. Ik wilde vooral een monument voor Annemartien oprichten. Ik had zoveel materiaal van haar. Ik heb na haar dood heel veel sentimentele filmpjes gemaakt, maar daar kwam ik niet verder mee in mijn verwerking. We praatten er destijds met de familie veel over, en ik wilde heel graag weten hoe zij ermee omgingen. Hoewel ik eerst dacht dat mijn film een aanklacht moest worden tegen de geestelijke gezondheidszorg, ontdekte ik later dat ik het dichterbij moest zoeken. Mijn familieleden waren als het ware ‘de gidsen’ om door het rouwproces te komen’, vertelt Susanne.

De beste interviewer van Nederland

Vervolgens raadde een vriend haar aan om hier ‘de beste interviewer van Nederland’ bij te halen: Coen Verbraak. Later heeft hij 'In de beste families'  gemaakt, over de relatie tussen broers en zussen. ‘Voordat we gingen draaien heb ik met hem de vragen besproken die ik wilde stellen. En Coen had daar zijn eigen vragen bij; hij wilde bijvoorbeeld weten of mijn familieleden boos op Annemartien waren geweest. Dat zou ik zelf nooit gevraagd hebben.’ Susanne kwam er op deze manier ook achter dat ze nog niet alles wist van haar familie. Mijn zus Liesbeth was bijvoorbeeld even boos geweest op Annemartien, en dat had ze nooit verteld. En ze vond dat ik die woede ook aan moest gaan voor het rouwproces. Dat wist ik helemaal niet. Elke broer of zus ging weer op een andere manier met de rouwverwerking om, en dit weerspiegelde de band die ze met hun overleden zusje hadden. ‘Jan Paul kon er bijvoorbeeld veel meer in berusten; zij deelden ook iets spiritueels samen, en hadden het vaak over meditatie. Ik had het juist veel met haar over het leven, mannen en seks en kon er dus helemaal niet in berusten.’

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Regisseur en personage zijn

Het was voor Susanne niet altijd makkelijk om zowel regisseur als personage te zijn van de film. ‘Vooraf heb ik me veel bemoeid met het proces, maar tijdens het draaien dacht ik: Laat maar gaan.’ Toch merkte ze dat ze ingehouden was wanneer de camera draaide. ‘Vrienden zeiden: Je merkt dat jij de maker bent, want je hebt je niet laten gaan. Ik bleef dus bezig met de inhoud en kwam daardoor niet zo dicht bij m’n gevoel. Bij m’n familie merkte je dat dat, dankzij de verdiensten van Coen Verbraak, wel anders was. Hij had ze meteen ingepakt, vooral mijn zussen.’

Het hele verhaal vertellen

Uiteindelijk had Susanne zeven uur aan materiaal waar ze een film van moest maken. ‘Dat ruwe materiaal heeft lang gelegen. We hebben in 2015 gedraaid, maar ik ben pas drie jaar later begonnen met de montage. Dat ze dat toch deed, kwam onder andere door Coen Verbraak, die zei: Susanne, doe het nu, anders is het momentum weg.’ De montage was een geworstel. ‘Mijn broer vond dat de toedracht er zeker in moest. Hij zei dat dat huiveringwekkende juist laat zien waarom het rouwproces voor ons zo heftig is. Je ziet eigenlijk constant de beelden voor je dat je zusje voor de trein staat en uit elkaar spat. Ik vond het belangrijk dat het hele verhaal verteld werd.’

‘Vaak wordt de toedracht niet besproken in films of andere media-uitingen, terwijl dat juist is wat je als nabestaande bezighoudt. We hebben haar na die sprong nooit meer kunnen zien, en daardoor heb ik heel lang gedacht dat het niet echt was. Je hersens maken rare constructies om de waarheid te ontwijken. Ik heb samen met mijn zus, met een fles whisky erbij, de hele sprong gereconstrueerd tot in detail, om het beter te kunnen verwerken.’

Troost voor anderen

Het is voor Susanne niet alleen als filmmaker, maar misschien juist ook als nabestaande, heel belangrijk dat de film er is. ‘De film laat zien hoe mooi Annemartien is, maar ook hoe menselijk: ze was iemand met twijfels.’ Ook de rol van haar familieleden in de film is belangrijk: ‘Mijn zus Frederique zegt bijvoorbeeld dat ze heel graag naar de plek toe wilde waar het gebeurd is. Later hoorde ik van een meisje die hetzelfde meegemaakt had, maar nooit naar de plek durfde waar het gebeurd was. Dankzij de film ging ze toch naar die plek, en kon ze weer slapen.

Susanne hoopt dat de film troost biedt voor mensen om erover te praten: ‘Het hielp ons als familie bijvoorbeeld heel erg om een dominee bij de gesprekken te laten zitten, en ik hoop dat zoiets ook een tip kan zijn voor anderen. Als zoiets heftigs van dichtbij meemaakt, word je zo onbeschaafd als mens: wij vlogen elkaar als familie soms in de haren, en dan is het fijn als er een beschaafd persoon bij is.’

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Copycat-gedrag

113 Zelfmoordpreventie schrijft op haar site dat je als journalist of mediamaker het beste terughoudend kunt zijn met details over zelfmoord, en dus beter geen beschrijving kunt geven van de methode. ‘Zelfmoorden van beroemdheden kunnen kopiegedrag in gang zetten, maar bij het verhaal van Annemartien ben ik daar niet bang voor. Het wordt niet geromantiseerd, Annemartien zou zo je buurmeisje kunnen zijn.’ Susanne is bekend met de mediacode, maar zegt niet bang te zijn voor copycats.

‘Enerzijds denk ik dat wanneer je echt suïcidaal bent, je toch wel een manier vindt om dat te doen. Die mensen zijn dag en nacht bezig met hoe ze dit het beste kunnen aanpakken. Mijn zus was ervan overtuigd dat ze een slecht mens was en ze mensen zou verlossen met haar dood. Als je in die koker van suïcidaliteit zit, dan maakt het geen bal uit wat je omgeving zegt.

Anderzijds hoop ik dat je door onze lijdende familie te zien, je op andere gedachten gebracht wordt. En ik laat het hele verhaal zien, van A tot Z, en breng de hele context in beeld. Dat is anders dan een droog nieuwsbericht waarin je verder niets over de omstandigheden hoort.’

De filmmaker zou ik graag zien dat het taboe rond zelfmoord en depressie doorbroken wordt. ‘Als je dit wil doorbreken moet je alles laten zien. Daarom is het belangrijk dat het niet weggemoffeld wordt en we alle aspecten van een zelfdoding bespreken. Voor nabestaanden is het bespreken van de toedracht juist ook een heel wezenlijk deel van het verwerkingsproces en daarom moet het bespreekbaar worden. Het is vooral de schaamte die weg moet, zowel bij de kwetsbaren als bij de nabestaanden.’

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Natte wangen en opgestoken duimen

Susanne kijkt met een goed gevoel terug op het filmproces. Toen ze bij de eerste viewing met haar familie natte wangen en opgestoken duimen zag na afloop, was de film voor haar geslaagd. Voorlopig wil ze doorgaan met het vertonen van de film en hier het gesprek over aangaan. In de toekomst wil ze graag verhalen blijven vertellen met maatschappelijke thema’s. ‘Ik heb het film maken wel ontdekt, en portretten maken lijkt mij heel mooi. Ik zou bijvoorbeeld psychiater Jim van Os willen volgen in zijn missie om het roer om te gooien in de ggz.’ En Susanne blijft naast filmmaker natuurlijk altijd de zus van Annemartien: ‘Ik word af en toe nog verdrietig tijdens interviews. Dan denk ik: ‘Annemart, ik wil je gewoon weer terug in plaats van dit hele gedoe.’

Susanne Heering (1966) werkt als redacteur bij AT5 en is gespreksleider bij onder andere Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Ze houdt zich hier vooral bezig met thema’s die met stedelijke en ruimtelijke ontwikkeling te maken hebben in en rond Amsterdam.

Hoe om te gaan met zelfdoding in de media?

Naar aanleiding van de film ‘Het voorland is back’ interviewde 2Doc psycholoog Lidewy Hendriks over zelfdoding in films. Ze is woordvoerder namens MIND Korrelatie, de hulplijn waar je terecht kunt als je anoniem met iemand wilt praten over psychische problemen. Hoe kijkt zij aan tegen expliciete details over zelfdoding in films?

'Het voorland is back' in de Balie

Gespreksavond in de Balie over 'Depressie: volksziekte nr. 1'

Kort na de Wereld Suïcide Preventie Dag (10 september 2019) ging Coen Verbraak, na de voorpremière van de film 'Het voorland is back', met regisseur Susanne Heering, psychiater Jim van Os, auteur Marian Donner, theoloog Christa Anbeek in op de vraag hoe onze maatschappij anders ingericht moet worden om deze stijgende trend tegen te gaan.

Zelfmoord is een belangrijke doodsoorzaak overal ter wereld. Mensen met depressies en zelfmoordgedachten, en hun nabestaanden, worstelen met schuld en schaamte. Zijn we niet allemáál schuldig – houden wij niet met zijn allen een maatschappij in stand die is gericht op eigen kracht en maakbaarheid?