Wie was Franco? En hoe zit het nu met de Spaanse geschiedenis?

, Anne van Blijderveen

De documentaire 'The Silence of Others' toont de erfenis van Franco’s regime. Integer en invoelbaar in beeld gebracht door regisseurs Almudena Carracedo en Robert Bahar. Maar hoe zit het nu precies met de Spaanse geschiedenis, wie was 'El Generalísimo' en wat waren zijn ideeën?

Vink je social media-koppelingen aan in de cookiebalk om de video's te zien!

De onheilspellende persoon van Francisco Franco (1892-1975) bevindt zich steeds op de achtergrond van de documentaire The Silence of Others. Alle personages uit de documentaire zijn namelijk direct of indirect geraakt door zijn (schrik)bewind. Maar wie was deze man en tegen welke historische achtergrond is hij aan de macht gekomen? Lees het hier!

Kies in het menu hiernaast het onderwerp waar je meer over zou willen weten. Of lees het hele artikel voor het complete verhaal!

El caudillo

Francisco Franco

Francisco Franco

Franco begint zijn carrière niet als hoogvlieger. Hij is klein van postuur, heeft een hoge stem en op de militaire academie is hij een middelmatige student. Aan het einde van zijn opleiding is hij nummer 251 op de ranglijst van 312 geslaagde studenten. Niks toont aan dat deze man een van de machtigste Spanjaarden ooit zal worden. 

Dit verandert als hij zich in 1912 op negentienjarige leeftijd meldt bij het Spaanse bezettingsleger in Marokko. De Spanjaarden vechten hier tegen Marokkaanse guerrilla’s die strijden voor onafhankelijkheid. Franco bewijst zich op het slagveld door zijn koelbloedigheid. Al helemaal omdat de strijd aan de Noord-Afrikaanse kust een aaneenschakeling is van bloedige represailles waarbij krijgsgevangenen worden gemarteld en geëxecuteerd.

Hij maakt bliksemsnel carrière; in 1915 wordt hij kapitein, in 1917 commandant, in 1925 wordt hij bevorderd tot kolonel en een jaar later mag hij zich al generaal noemen. In deze tijd ontwikkelt Franco zijn politieke ideeën. Deze zijn erg conservatief, zo is hij ervan overtuigd dat militairen superieur zijn aan politici. ‘Hij was ontzettend tegen politieke partijen, volgens Franco hadden zij Spanje naar de afgrond gebracht’, zegt Maarten Steenmeijer, hoogleraar Spaanse taal en cultuur. ‘Hij was geen ideoloog. Een tijd lang werd gezegd dat hij een fascist zou zijn, vanwege zijn banden met Hitler en bewondering voor Mussolini, maar hij had geen uitgesproken politieke ideeën of voorkeuren. In dit opzicht zou je hem het best kunnen omschrijven als een sluwe opportunist.’

Gijs Verstegen, journalist van het Historisch Nieuwsblad, onderschrijft dit. ‘Het meest kenmerkende van zijn bewind lijkt juist elk gebrek aan doctrine te zijn, waardoor het regime steeds van gedaante kon veranderen. Zelfs in zijn eigen samenzweringstheorieën heeft hij nooit geloofd. Die waren slechts propaganda en daar had el caudillo, de leider, meer verstand van.’

Volgens Maarten Steenmeijer was Franco wel een uitgesproken autoritaire leider, een dictator. Dit bleek al uit zijn manier van vechten. Zo kiest hij tijdens de Burgeroorlog niet voor de snelle overwinning door Barcelona in te nemen, maar wil hij eerst alle republikeinse gebieden veroveren zodat hij geen vredesonderhandelingen zal hoeven voeren met zijn tegenstanders. Ook blijkt het uit de manier waarop hij dissidenten te lijf gaat; totale uitroeiing van alles en iedereen die ook maar riekt naar ‘het rode gevaar’. Dit levert hem na de Burgeroorlog de steun van de Verenigde Staten op.

Spaanse Burgeroorlog

Hoewel Europa vanaf de jaren ’20 van de vorige eeuw het strijdtoneel werd van fascisten en communisten, ging dit niet op voor de Spaanse Burgeroorlog. In 1934 werd er wel een fascistische partij opgericht, maar deze kreeg weinig aanhang. Pas als Franco aan de macht komt, groeit de partij, maar hij heeft niet zoveel op met hun ideologieën. En ook de communisten waren maar een kleine groep.

Spaanse arbeiders werden voornamelijk getrokken door het anarchisme en door de revolutionaire vleugel van de socialistische partij PSOE (Partido Socialista Obrero Español). ‘In de kern was de Spaanse Burgeroorlog een botsing tussen enerzijds zeer traditionele opvattingen van monarchisten en militairen en anderzijds links revolutionaire krachten die met het verleden wilden afrekenen’, schrijft Willem Peeters in zijn artikel voor Historiek.

In 1936 begint het onderhuids te broeien als de verkiezingen worden gewonnen door een links-republikeinse coalitie. Op 16 juli het volgt het startsein voor een militaire opstand. Vanaf dit moment neemt Franco’s macht rap toe. Op 21 september 1936 wordt hij al benoemd tot opperbevelhebber en krijgt hij de titel Generalísimo. Na zijn aanstelling krijgt Franco steun van de fascisten en van een groep ultraconservatieve rooms-katholieken.

De Spaanse Burgeroorlog zal een kleine drie jaar duren. Beide partijen krijgen steun vanuit Europa. Franco vraagt Hitler en Mussolini om hulp en de republikeinen krijgen steun van de Sovjet-Unie en van de Internationale Brigades. In veel dorpen en steden vinden bloedige gevechten en represailles plaats. In totaal zullen beide partijen 70.000 soldaten verliezen. Nog eens 120.000 mensen worden omgebracht ter vergelding. Maar zelfs als de oorlog al is afgelopen, is het nog niet voorbij. Door ziekte en honger, ten gevolge van de oorlog, sterven er 200.000 mensen en 300.000 aanhangers van links worden geëxecuteerd. In totaal eist de oorlog zo’n 490.000 doden.

De Spaanse burgeroorlog in video

Kameleon

‘Na de Spaanse Burgeroorlog besluit Franco een politiek van autarkie te bedrijven. Zijn bondgenoten Mussolini en Hitler waren al dood en om zijn eigen regime te beschermen, wilde hij dat Spanje zoveel mogelijk voor zichzelf zou zorgen’, zegt Maarten Steenmeijer, hoogleraar Spaanse taal en cultuur. Volgens hem paste Spanje totaal niet in het Europa dat zich herstelde van de Tweede Wereldoorlog, dat streefde naar democratie.

‘Franco zei: “Er is maar één Spanje: een nationaal, katholiek Spanje”. Daarom moest alles wat anarchistisch en communistisch was rigoureus worden uitgemoord. Na de burgeroorlog heeft hij zelfs concentratiekampen opgericht voor dissidenten.’ Maar niet voor lang, want in de jaren ’50 belandde Spanje in een crisis; ‘de politiek van de autarkie mislukte. Daarop bedachten katholieke technocraten een stabilisatieplan: ze besloten de poorten wagenwijd open te zetten voor toeristen. In de jaren ’60 werd het toerisme daardoor booming in het land en dat bracht ontzettend veel geld op.’

Om Spanje aantrekkelijker te maken, veranderde Franco zijn imago. Hij sloot de concentratiekampen, zorgde dat er niets meer van terug te vinden was en nam de persona aan van een lieve opa. Steenmeijer vertelt dat el caudillo een driedelig pak begon te dragen in plaats van zijn militaire uniform en veel foto's liet schieten met kinderen.
In het Historisch Nieuwsblad schrijft Gijs Verstegen dat Franco zich vanaf de jaren ’50 presenteert als een efficiënt staatsman die na de oorlog vrede in Spanje waarborgt en de welvaart brengt. Maar ondertussen hield hij wel de touwtjes stevig in handen met dezelfde harde represailles als vroeger.

Verstegen: ‘Pas in de jaren zeventig, als zijn gezondheid achteruitgaat, verliest hij de controle over zijn politieke spel. De regering van Franco raakt verdeeld en de oppositie krijgt eindelijk lucht.’ Als hij op 19 november 1975 sterft, blijkt de continuïteit van Franco’s regime niet mogelijk en zo komt zijn dictatuur ten einde. Hierop ontstaan er massademonstraties waarin amnestie wordt geëist voor de politieke gevangenen.
Daarop wordt in 1977 het Pacto del Olvido aangenomen; een afspraak tussen gematigde franquisten enerzijds en socialisten en communisten anderzijds. Politieke gevangenen zouden vrijgelaten worden, maar dan moest er ook amnestie komen voor fascistische misdaden en misdadigers.
Dit is ‘het pact der vergetelheid’ waar de personages uit The Silence of Others tegen vechten. ‘Maar’, zegt Maarten Steenmeijer, ‘het is niet zo dat dit opgelegd werd door de politiek, er was juist een breed maatschappelijk draagvlak voor. De mensen wilden verder. Naar de toekomst kijken. Europees en een democratie worden. Als dit ervoor nodig was om elkaar niet weer de strot door te snijden, wilden ze daarmee akkoord gaan.’

Herinneringsbeleid

Het is niet zo dat er nooit een poging gedaan is tot het ophalen van het verleden, volgens Maarten Steenmeijer, hoogleraar Spaanse taal en cultuur. ‘In de tweede helft van de jaren ‘70 was er een soort herinneringsbeleid. Maar toen was daar nog niet zoveel behoefte aan. Op school eindigden geschiedenislessen zo ongeveer bij het begin van de 20e eeuw en voor de jongeren uit die tijd was Franco van hetzelfde kaliber als Filips II: verre geschiedenis. Maar de zogenaamde ‘kleinkinderen van de Burgeroorlog’ gingen vragen stellen.'

In 2007 kwam er dan ook een wet die Memoria Histórica heette die een hoop moest gaan veranderen: de archieven moesten open, straatnamen worden veranderd, etc. ‘In die tijd waren de socialisten aan de macht. Maar toen in 2011 de christendemocratische-conservatieve partij Partido Popular het stokje overnam, kwam er een einde aan het Memoria Histórica-beleid.’ Deze partij verheerlijkt Franco niet, maar wil de geschiedenis ook niet oprakelen.

Op het moment is de socialistische partij PSOE (Partido Socialista Obrero Español) aan de macht en die is sterk voor het rechttrekken van het verleden. Zo willen zij het lichaam van Francisco Franco, dat nu nog in een enorm mausoleum in de Vallei van de Gevallenen ligt, een privébegraafplaats geven. Maar PSOE regeert nog maar tot 28 april 2019, want dan vinden de vervroegde verkiezingen plaats. ‘En je ziet dat er een enorme verrechtsing aankomt. Zo is de populariteit van de extreemrechtse partij VOX sterk gegroeid. Deze partij kant zich sterk tegen immigranten en trekt de verhalen van slachtoffers van huiselijk geweld, een groot probleem in Spanje, in twijfel.’ Doordat rechtse partijen bang zijn voor VOX, populariseren zij ook om kiezers te behouden. ‘Als er een populistische coalitie ontstaat na april blijft er van de Memoria Histórica waarschijnlijk niet zoveel over en zal Franco’s lichaam gewoon in de Vallei van de Gevallenen blijven liggen.’

Spaanse geschiedenis in vogelvlucht

Bronnen

Voor dit artikel zijn de volgende bronnen geraadpleegd:

  1. Peeters, W. (z.d.). De Spaanse Burgeroorlog. Geraadpleegd op 7 maart 2019, van Historiek.
  2. Verstegen, G. (2006). Generaal Francisco Franco (1892-1975). Geraadpleegd op 7 maart 2019, van Historisch Nieuwsblad.
  3. Van der Kooi, W. (2019, 27 februari). Bloemen aan de vangrail. Geraadpleegd op 7 maart 2019, van De Groene Amsterdammer.
  4. Greven, K. (2019, 15 februari). Spaanse premier Sánchez kondigt vervroegde verkiezingen aan. Geraadpleegd op 7 maart 2019, van NRC.
  5. Tieleman, A. (2019, 13 februari). De Spaanse regering zit er pas een jaar, maar wankelt nu al. Geraadpleegd op 7 maart 2019, van Trouw.