Als journalist Paul Schilperoord in 2004 over de historie van Volkswagen schrijft, wil hij ‘even checken hoe het nu ook alweer precies zit’. Hoewel Volkswagen zijn bedrijfshistorie keurig weergeeft op hun website vindt Schilperoord tijdens zijn onderzoek een naam die zij nergens noemen: Josef Ganz. Hij blijkt de bedenker van het Volkswagen Keverconcept te zijn. Een concept dat Hitler het zijne maakte.

‘Ik vond het zo fascinerend een naam tegen te komen die nergens anders in verband werd gebracht met de uitvinding van de Volkswagen Kever dat ik besloot mijn hele artikel aan Josef Ganz te wijden’, vertelt Paul Schilperoord. Inmiddels houdt het verhaal van Ganz hem al vijftien jaar bezig.

‘Ik heb niks met auto’s maar groeide wel op met de Volkswagen Kever die ook in mijn jeugd nog heel populair was. En dan blijkt er ineens zo’n verborgen geschiedenis achter te zitten.'

Suzanne Raes

Vrijheid

Lorenz Schmid (l) en Paul Schilperoord (r) voor de Standard Superior type 1.

Lorenz Schmid (l) en Paul Schilperoord (r) voor de Standard Superior type 1.

Wanneer het artikel over Josef Ganz wordt gepubliceerd, denkt Schilperoord dat het erop zit. Maar niks is minder waar. ‘Het artikel zorgde voor een sneeuwbaleffect dat nu nog steeds doorgaat’. Familieleden van Ganz benaderden hem omdat zij allerlei materiaal van de uitvinder hadden liggen en een Zwitserse journalist vertaalde het artikel waardoor het verhaal bij Lorenz Schmid terechtkwam. Een achterneef van Ganz. ‘Lorenz wist wel dat iemand in zijn familie ooit met Porsche had samengewerkt (de uitvinding van de Volkswagen Kever staat nog steeds op naam van Ferdinand Porsche), maar wist verder eigenlijk niks. Toen is hij met zijn vader naar Nederland gekomen om het archief te bekijken dat ik van Ganz had. Ze waren erg onder de indruk van hoe invloedrijk hij was met zijn vaktijdschrift in de jaren ’20 en ’30 en dat hij van Porsche aandacht kreeg voor de prototypes die hij bouwde.’ Langzaamaan raakte Schmid betrokken bij Schilperoords project. Hij ging mee naar archieven in Berlijn en Zürich waar een deel van Ganz’ spullen waren opgeslagen, hij hielp met de research en hield interviews voor Schilperoord met Duitsers en Zwitsers. ‘En toen kregen we in 2014 een mailtje van iemand die een Standard Superior – Ganz’ eerste productiemodel (type 1) – in z’n schuur had staan. Een unieke kans.’
Dit is het moment waarop ook regisseur Suzanne Raes betrokken raakt bij het project. Schilperoord wilde namelijk graag dat er een documentaire over Ganz gemaakt zou worden. ‘Maar ik dacht aanvankelijk aan zo’n historische documentaire zoals je die op Discovery Channel ziet. En ik zag mezelf zeker niet als personage in de film.’ Raes vertelt dat ze direct geïntrigeerd was door het verhaal. ‘Ik heb niks met auto’s – ik zeg altijd ‘eerst reden we een rode auto en daarna een groene’ – maar groeide wel op met de Volkswagen Kever die ook in mijn jeugd nog heel populair was. En dan blijkt er ineens zo’n verborgen geschiedenis achter te zitten. Eentje die begint met een Joods genie dat in de jaren ’20 al roept dat de auto voor iedereen betaalbaar moet zijn, een prototype bouwt en vervolgens zijn hele leven blijft vechten tegen het onrecht dat hem is aangedaan door de nazi’s. Het is een ongebruikelijk oorlogsverhaal. Het laat zien dat naast de moord op miljoenen mensen ook heel veel mensen hun toekomst is ontnomen. Ze zijn simpelweg de geschiedenis uitgeschreven.’ Al voordat Raes de subsidieaanvraag voor de film rond heeft begint ze met filmen. ‘Paul en Lorenz vonden de Standard Superior en vroegen of ik dat wilde vastleggen. Toen wist ik direct dat ik de restauratie van deze Ganz-auto als verhaallijn in mijn film wilde hebben. Het was een te mooie manier om hem echt tot leven te brengen.’

‘In de film zie je dat niet, maar het restauratiebedrijf ligt naast een hele oude Joodse begraafplaats. Er woonden in Cluj-Napoca voor de oorlog namelijk meer dan 16.700 Joden, maar het overgrote deel daarvan is vergast in Auschwitz.'

Paul Schilperoord

Kippenvel

Standard Superior type 1 (l) en type 2 (r).

Standard Superior type 1 (l) en type 2 (r).

Niet alleen de vondst van de Standard Superior zorgt voor een bijzondere verhaallijn. In 2015 wordt Schilperoord benaderd door de Duitse kunstenaar Rémy Markowitsch die naar aanleiding van zijn eerste boek over Ganz een expositie wil maken over de Joodse uitvinder. En dan vinden Schmid en Schilperoord ook nog een tweede Standard Superior, een nieuwer type dat Schmid en Schilperoord ‘type 2’ dopen. ‘De documentaire is gevormd door de dingen die gebeurden.’ Voor Suzanne Raes was dit perfect. ‘Ik vind het heel leuk dat ik een hybride-film heb kunnen maken. Het is een oorlogs-, auto-, familieverhaal én de biografie van Ganz.’ Maar hoe knoop je al die verhalen aan elkaar? ‘Het was een gecompliceerde montage die wel een jaar duurde. Een echte puzzel waar de voice-over, de foto’s en het andere beeldarchief met de restauratielijn van de autootjes vervlochten zijn. We hebben uiteindelijk vijf jaar over deze film gedaan.’
Een belangrijk onderdeel was het schrijven van de voice-over. ‘Ik had nog nooit op deze manier iemand woorden in de mond gelegd. Maar ik wilde Ganz een stem geven. Door zijn duizenden foto’s, de stukken die hij schreef voor zijn blad en zijn brieven probeerde ik te begrijpen hoe hij naar de wereld keek. Voor de montage was ik al begonnen met schrijven en tijdens de montage werd die tekst steeds aangepast.’ Als de Duitse acteur Joachim Król de voice-overs inspreekt valt alles op z’n plek. ‘De samenwerking met hem was een feest. Hij snapte wat ik bedoelde en bracht Ganz tot leven. Hij kon switchen tussen Ganz de enthousiaste autogek, de bittere oude man en de Ganz die verliefd is op zijn vriendin Madeleine.’ Zo kon de Ganz-stem de vergeten uitvinder echt tot leven brengen. En door de restauratie van de auto’s konden ze Ganz’ schepping, zijn autootje, letterlijk op de wereld zetten. ‘We hebben erover getwijfeld of we de Standard Superior type 1 in de oude staat moesten laten’, zegt Schilperoord. ‘Het zat vol Trabant-onderdelen en vertelde ook het verhaal van hoe men vooroorlogse auto’s zo lang mogelijk op de weg hield in de DDR. Toch wilden we liever de volksauto van Josef Ganz weer tot leven wekken, als “bewijs” dat hij dit daadwerkelijk had gemaakt.’
Om de auto’s te kunnen restaureren zijn hij en Schmid een crowdfundingsactie gestart en op zoek gegaan naar onderdelen. ‘Dat betekende heel veel zoeken, foto’s en documenten bestuderen om te achterhalen wat er in die auto zat; denk aan koplampen, richtingaanwijzers en de kleine schakelaartjes op het dashboard. Ook zijn we naar Veterama geweest, een enorme, klassieke autobeurs in Duitsland die helemaal stampvol ligt met auto-onderdelen.’ Via via kwamen Schmid en Schilperoord bij een restauratiebedrijf in Roemenië terecht. De eigenaar van dat bedrijf wilde hen graag helpen. ‘In de film zie je dat niet, maar zijn bedrijf ligt naast een hele oude Joodse begraafplaats. Er woonden in Cluj-Napoca voor de oorlog namelijk meer dan 16.700 Joden, maar het overgrote deel daarvan is vergast in Auschwitz. Eén jaar voor het einde van de oorlog. Degenen die het overleefden en terugkwamen liggen daar nu op de begraafplaats en op hun steen staan alle familieleden gegraveerd die nooit terug konden keren. Dit verhaal raakte de eigenaar en Ganz’ verhaal combineerde voor hem een Joods verhaal met autotechniek.’
Het maakproces van de film zit zo vol met dit soort bijzondere momenten dat Schmid, Schilperoord en Raes soms zelfs het idee kregen dat Josef Ganz erbij was. Raes: ‘Tijdens het draaien zei een van de achternichten van Ganz bijvoorbeeld tegen mij ‘nu kan hij eindelijk rusten’, dat bezorgde ons alle drie kippenvel.’

'Als we er even doorheen zaten, zeiden we voor de grap tegen elkaar: ‘voor Ganz was het ook niet makkelijk’.’

Suzanne Raes

Eerbetoon

Hoewel ze tijdens het draaien en maken van de film veel van dit soort momenten meemaakten, was het ook een lastige productie volgens Raes. ‘Doordat het een internationale coproductie was waren er verschillende belangen en ideeën over wat de film zou moeten zijn. De een wilde minder van de familie en de ander minder van de restauratie in de film hebben. Ik heb ervoor moeten vechten dat ik mijn versie van de film kon maken. Maar als we er even doorheen zaten, zeiden we voor de grap tegen elkaar: ‘voor Ganz was het ook niet makkelijk’.’
Toch zaten er ook voordelen aan het lange maakproces. ‘Het is een heel kwetsbaar verhaal dat we vertellen. Zeker voor degene die het dichtst bij Ganz staat; zijn achternichtje Maja. Zij is de kleindochter van Ganz’ zus. In haar ogen is de zelfmoord van haar zus namelijk sterk verbonden aan het leed van haar oudoom en grootmoeder. Zij heeft er daarom lang over nagedacht of ze wel mee wilde werken.’ Volgens Paul Schilperoord is het geheel de verdienste van Suzanne Raes dat Maja uiteindelijk toch mee wilde werken. ‘Suzanne neemt de tijd en investeert in relaties. Zij weet dat niet iedereen zomaar voor de camera verschijnt en begrijpt dat ook. Sowieso vind ik het geweldig hoe zij het verhaal heeft verteld. Het is niet alleen een historische documentaire geworden, maar ook iets dat in het hier en nu speelt.’
De film ging in première in het automuseum Louwman, waar de familie de film voor het eerst zag. ‘Die vonden het eindresultaat fantastisch’, zegt Raes. Voor Raes is het een gelaagde film die je op verschillende manieren kan bekijken: het is een spannende autogeschiedenis, maar ook een tragisch oorlogsverhaal. ‘We weten vaak meer van massamoordenaars dan van genieën die de wereld mooier maakten. Deze documentaire is ook een manier om de Tweede Wereldoorlog vanuit een ander perspectief te belichten en te laten zien dat het verwoestende naziregime al in de jaren ’30 begon. Maar bovenal is Josef Ganz een heel bijzondere man geweest die zichzelf ondanks alle tegenslag steeds opnieuw uitvond. Die veerkracht is heel inspirerend. Hij verdient dit eerbetoon.’