Makers van Morgen

Cheek to Cheek

VPRO

Stel je voor: een zaal in een verzorgingshuis wordt omgetoverd tot een heuse ballroom met nostalgische muziek. Wat doet dit met de ouderen?

In de documentaire Cheek to Cheek zwieren vier bijzondere ouderen voorbij. Makers van Morgen Bo van der Meer en Malou Wagenmaker brengen zowel de kwetsbaarheid als de kracht van het ouder worden in beeld.

In gesprek met de makers

‘Op de dansvloer voelen ze zich jaren jonger’

Tekst Gabriela Ibrahim 

Als jonge makers Malou Wagenmaker en Bo van der Meer een kort NOS-item voorbij zien komen over het Danspaleis, trekt dit hun nieuwsgierigheid. Ze besluiten een kijkje te gaan nemen, maar van een kijkje nemen is geen sprake: ‘Kijken? Daar doen we niet aan! Jullie mogen wel mee dansen’. Zogezegd, zo gedaan: Malou en Bo dansen mee en ervaren iets magisch. Dit is het beginpunt van hun documentaire ‘Cheek to Cheek’: een film over vier ouderen waarbij de dans en muziek hen verbindt.

Het Danspaleis is een organisatie die door heel Nederland reist: van verzorgingscentra tot buurthuizen en festivals. Platen, kleedjes en slingers vullen de ruimte, ze creëren op elke locatie dezelfde sfeer. Een echte disco voor ouderen.

In ‘Cheek to Cheek’ staan Nel, René, Suze en Carel centraal. Nel is de ambassadrice van het Danspaleis, ze voelt zich erg verantwoordelijk en heeft met iedereen een band. De 92-jarige Suze hebben ze gescout; ze stond op de Parade fanatiek te dansen. ‘Toen we dat zagen, dachten we: die moeten we hebben,’ vertelt Malou. Ook René viel op: hij danste in zijn rolstoel en zijn brede lach zorgde voor een enorme aantrekkingskracht. De eenzame Carel leerden ze kennen via ‘Een praatje en een plaatje’, een mobiele disco die bij de mensen thuis langsgaat.

‘Kijken? Daar doen we niet aan! Jullie mogen wel mee dansen’.

Een generatiekloof

Om de verbinding aan te gaan bezochten de jonge makers veel edities van het Danspaleis en dansten ze met vele ouderen. Bo vertelt: ‘Het is bijna niet te beschrijven wat dat met je doet. Het geeft jou een speciaal gevoel maar de ander ook, want hij gaat weer terug in de tijd en waant zich voor heel even weer 18.’ Tegenwoordig hebben twintigers amper contact met 80-plussers, tenzij het je eigen opa of oma is. Ouderen worden vaak gezien als een kwetsbare groep maar met de documentaire willen Malou en Bo laten zien dat ze ook heel krachtig zijn. ‘Thuis kunnen ze de dagelijkse handelingen misschien niet meer zo snel, maar op de dansvloer voelen ze zich jaren jonger,’ vertelt Malou.

Dat je door muziek en dans op laagdrempelige wijze in contact kan komen met ouderen vinden de makers bijzonder. Waar de ouderen een leuke middag hebben met gezelschap, leren de jongeren de cha cha cha. Het is dan ook geen film over het Danspaleis maar over de mensen. Bo vertelt: ‘Het Danspaleis is de arena en hetgeen wat hen verbindt. Maar uiteindelijk gaat het om hun beleving.’

Op de huid van de personages

Om de ouderen aan de camera te laten wennen, zijn ze eerst met hun fotografe langsgegaan en maakten ze een portretreeks. Daarmee wonnen ze het vertrouwen. Ook hun persoonlijke benadering heeft ervoor gezorgd dat je kan meegaan in de beleving van de bejaarden. ‘Toen we eenmaal gingen filmen, ging het heel soepel. Ook dankzij het geduld van de camera- en geluidsman,’ vertelt Malou. Ze zochten naar puurheid en die kregen ze: ‘Dat Suze die lenigheidsoefeningen op bed deed, was voor ons ook een verrassing. We dachten: wow, wat gebeurt hier! Het verbaasde ons dat ze dat nog kon,’ vertelt Bo.

Op de dansvloer wisten ze ook dichtbij hun personages te blijven. Hoewel dit nog wel een uitdaging bleek te zijn, is het dankzij de vertrouwensband en een cameraman die begreep dat ze close wilden draaien gelukt. Ze hadden verschillende testopnames gedaan met een kleine crew, waardoor ze konden focussen op hun hoofdpersonen. Door deze filmtechniek valt het niet op dat er op verschillende locaties gefilmd is. Malou vertelt: ‘Na de vertoning van de film, vroegen kijkers zich af: waar is het Danspaleis? Dat het dus op vijf verschillende locaties gefilmd is, viel niet op.’

‘Dat Suze die lenigheidsoefeningen op bed deed, was voor ons ook een verrassing. We dachten: wow, wat gebeurt hier! Het verbaasde ons dat ze dat nog kon.’

Een soepele samenwerking

Voorafgaand hebben Malou en Bo hun stijl bepaald en voor elke draaidag een shotlist gemaakt. Hierop stond vermeld welke scènes er die dag gedraaid moesten worden. Dit spraken ze door met de camera- en geluidsman: ‘Jeroen en Job begrepen ons plan heel goed dus dat verliep heel soepel,’ vertelt Malou. Ook het regisseren verliep natuurlijk. ‘Een van ons was dan bijvoorbeeld op de dansvloer met het beeld bezig. En de ander regelde op dat moment dat er een bepaald lied werd gedraaid.’ Zo konden ze het iets meer sturen en wisselden ze hun taken af.

Ook in de interviewvragen konden ze zoeken naar bepaalde antwoorden, omdat ze de personages al persoonlijk kenden. Daardoor waren er verschillende opties voor de verhaallijn in de film. Het eerste plan was dan ook om als climax naar het Danspaleis toe te werken. Maar toen dat niet bleek te werken, zijn ze gaan zoeken naar andere manieren. ‘Het was voor ons belangrijk om de mensen te leren kennen en dat ze allemaal evenveel aandacht kregen. Vanuit die gedachte zijn we toen verder gegaan,’ vertelt Bo.

Hoe sterren van de film, vrienden zijn geworden

Twee jaar hebben de jonge makers aan hun documentaire ‘Cheek to Cheek’ gewerkt. Hoewel ze uiteindelijk maar acht draaidagen nodig hadden, hebben ze veel tijd en energie gestopt in de persoonlijke aandacht voor hun personages. Dit heeft een vriendschap opgeleverd en ze spreken de hoofdpersonen nog regelmatig.

Het team nam Carel mee naar een Chinees restaurant en binnenkort hebben ze weer een afspraak staan. Dit keer wil hij hen meenemen. Ook hebben ze een aantal keer gescrabbeld met Suze. Met René en Nel hebben ze contact via hun familie. Malou vertelt: ‘We houden ze ook allemaal op de hoogte van wat er gebeurt met de film: deze uitzending en festivals. Zij zijn wel de sterren van de film, natuurlijk.’

Op een mooie manier oud worden

Malou en Bo willen laten zien dat het in verbinding komen met ouderen geen moeite hoeft te kosten. Ook willen ze met de film mensen inspireren: oud worden is niet alleen maar ellende. ‘Jongeren vertelden na het zien van de film, ik hoop dat er later ook zo’n Danspaleis voor ons is,’ vertelt Malou. Bo vult aan: ‘Als je in beweging blijft, waar dans en muziek mooie middelen voor zijn, kun je ook op een mooie manier oud worden.’

‘Cheek to Cheek’ won op het Nederlands Film Festival de prijs voor ‘Beste debuut’.

In het juryrapport stond: ‘De film laat zien hoe ouderen opbloeien bij hun muziek en de film houdt ons een spiegel voor, voor de omgang met senioren. Uit het feit dat de makers deze film hebben gemaakt, buiten ieder format of stimuleringsprogramma om blijkt de urgentie voor de makers van deze film.'

Stadsblad Utrecht

Fotoserie Roswitha Fotografie

De makers

Recentelijk zijn Malou Wagenmaker (29) en Bo van der Meer (33) gestart met brainstormen over een nieuwe documentaire. Bo verblijft momenteel in Paramaribo maar via Skype hebben ze wekelijks contact over nieuwe ideeën. Het liefst maken ze hun volgende documentaire met dezelfde persoonlijke benadering maar dan over een ander thema. Hun voorkeur gaat uit naar human interest.

Hun toekomstdroom is volgens Bo heel simpel: ‘We beginnen samen met een volgende film maken, Malou en ik vullen elkaar goed aan. Het liefst met dezelfde crew, dat is een hele goede combinatie. Malou vult aan: ‘We willen verhalen van mensen mooi in beeld brengen. Een mooie volgende stap zou een Teledoc Campus zijn.’

www.cheektocheekfilm.nl

 

Bo van der Meer (links) en Malou Wagenmaker (rechts).