3LAB:

Goodwill Dumping

BNNVARA

3LAB:

Goodwill Dumping

BNNVARA

Wat gebeurt er wanneer de klep van de container dichtslaat en onze gedoneerde kleding aan zijn wereldreis begint? Een schijnbaar kleine handeling zoals het schenken van je oude T-shirt is het begin van een proces met grote gevolgen.

In gesprek met de maker: Teddy Cherim

Teddy Cherim maakte een documentaire over het enorme proces achter het inzamelen van kleding. De liefdadigheidsindustrie die zich ermee bezighoudt heeft door zijn enorme schaal en vele facetten haast iets buitenaards. Samen met modeontwerper Lisa Konno gaat hij op onderzoek uit. 2Doc ging met Teddy in gesprek. 

Tekst: Gabriela Ibrahim 

Waar ontstond het idee om een film over de kledingindustrie te maken?
‘Ik heb een paar jaar in Kenia gewoond en gewerkt. Ik zag best vaak jongens lopen in PTT-telecom en andere Nederlandse T-shirts, weird en grappig maar meer dan dat dacht ik er niet over na. Toen raakte ik bevriend met lokale kleermakers die mooie, Afrikaanse pakken maakten. Zij klaagden over de gigantische hoeveelheid tweedehandskleding die binnenkwam; ze konden er niet tegenop boksen. Zo werd ik me bewust van het probleem.’

Hoe zette je dit probleem om in een filmplan?
‘Toen ik modeontwerper Lisa Konno ontmoette, kwam zij met het idee om kostuums te maken die uit gedoneerde kleding bestaan: “monsters”. Beiden waren we met deze kledingindustrie in aanraking gekomen. Het verhaal wat we wilden vertellen is heel belangrijk, er gaan tonnen in om. Toen besloten we dit samen te laten komen en bedachten we dat de monsters een vette metafoor konden zijn voor deze enorme industrie.’

Welk verhaal wil je vertellen?
‘We willen vooral laten zien hoe bizar deze wereld in elkaar steekt. Veel mensen hebben niet door hoeveel ze kopen, weggooien en wat er dan vervolgens mee gebeurt. Je gooit het in zo’n kledingcontainer en denkt: ik heb iets goeds gedaan. Maar eigenlijk koop je een beetje van je schuldgevoel af: jouw goedkope kleding van Primark, doneer je aan het “goede doel”. Deze documentaire is dan ook geen kritiek op het Leger des Heils. Als je onze film ziet, zie je dat het vooral gaat over dat wij minder kleding moeten kopen, er is al genoeg.’

Waarom koos je ervoor om naar Kenia af te reizen?
‘Er gaat veel kleding naar Kenia: het is een soort Oost-Afrika hub voor tweedehandskleding.  Vanuit daar wordt het geëxporteerd naar Tanzania, Oeganda etc. De andere reden is dat ik daar veel producers, mensen en vrienden ken, waardoor het ook behapbaar was. Het is een wonder dat we het met zo’n laag budget hebben kunnen draaien.’

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Wat is de boodschap van de film?
‘Een boodschap eraan meegeven, vind ik moeilijk. We willen juist niet met de film zeggen wat mensen moeten doen. We tonen alleen wat er gebeurt: van de kledingcontainerbakken gaan we down the rabbit hole en zie je de wereld die erachter zit. Aan het einde van de film ben je weer bij die bak in de regen in Nederland; iedere keer als je achteloos iets weggooit dan gaat het deze molen in. We hopen dat deze film bewustwording creëert: dat het beter is om niet alles nieuw en goedkoop te kopen.’

Wist jij vooraf hoe die kledinginzamelingindustrie in elkaar stak?
‘Nee, ik wist hoe het eruitzag als het in Kenia aankwam, omdat die markten gigantisch waren. Soms stond ik daar ook, te zoeken naar oude Ajax-shirtjes. Maar ik wist niet hoe het precies in Nederland werkte. We hadden veel vooroordelen, we dachten: het is heel slecht, je kan het beter niet doneren, want het verpest de lokale textielindustrie. Maar eenmaal op onderzoek bleek dat er een miljoen mensen in deze industrie werken en dat het de textielindustrie heeft vervangen. Er zijn fashionmensen die kleding weer upcyclen: ze naaien Afrikaanse printjes op oude T-shirts van het Holland Casino. De mensen daar zijn erbij gebaat. Het is beter dan de duurdere, lokale textielindustrie.’

Waarom?  
‘Omdat het betaalbaar is. Het werkt hier precies hetzelfde: ik kan wel zeggen dat we alleen maar dure spijkerbroeken moeten kopen, die duurzaam zijn. Maar de meeste mensen in Nederland kunnen dat niet betalen. De Kenianen vinden ook dat je beter Keniaanse gewaden kan dragen, maar die zijn tien keer zo duur. Het verschil is alleen dat het onze afdankertjes zijn die zij ontvangen, omdat wij degenen zijn die zoveel kleding kopen en het vervolgens weggooien alsof het niets waard is.’

In de film wordt gepraat over afval scheiden in plaats van doneren, hoe zie jij dat?
‘Het is in ieder geval geen doneren. Je gooit je textiel weg en doneert een grondstof aan het Leger des Heils. Een sorteerbedrijf koopt het van het Leger des Heils, waaraan zij vervolgens een beetje geld verdienen voor het goede doel. Vanaf daar is het klaar met de liefdadigheid. Het is prima om je kleding een tweede leven te geven. Maar er zijn ook andere opties, zoals je kleding verkopen op een markt in Nederland. Dan hoeft het in elk geval geen containerschip op, een vrachtwagen in en op de rug van iemand anders te belanden, Om het daar eenmaal aangekomen alsnog weg te gooien, omdat het van slechte kwaliteit is. Dat is gewoon zonde.’

Waarom koos je voor een kledingcontainer in Zaandam?
‘De grap is: toen we in Kenia vroegen waar de beste Nederlandse kleding vandaan kwam, we via hen bij Wieland Textiles terechtkwamen en niet andersom. Wieland Textiles koopt het textiel afkomstig uit de inzamelcontainers van het Leger des Heils, wat overigens ook gewoon op de containers vermeldt staat. Ze focussen op duurzaamheid: ze scannen kleding om te achterhalen waaruit het bestaat. Maar daarin doet zich een nieuw probleem voor: onze goedkope kleding bestaat uit zoveel verschillende onderdelen die niet te recyclen zijn. Verder hebben we de interviews ook voor diezelfde container in Zaandam gedaan, omdat we op zoek waren naar een doorsnee plek in Nederland. Interessant was toen we hier een Surinaamse vrouw spraken. Ze vond het überhaupt belachelijk dat die containers er stonden. Wanneer zij kleding over had, gaf ze die door aan vrienden en familie.’

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Wat zijn de gevolgen in Afrika?
‘Het is te veel kleding, zij verkopen niet alles wat daar terecht komt. Them dealing with our textile waste, dat is waar het op neerkomt. De kwalitatieve kleding wordt hergebruikt en verkocht. Als je over die markten loopt en je kijkt rond lijkt het eerst op cement, maar als je goed kijkt zie je gewoon lagen kleding in de grond gestampt van oude T-shirts die nooit zijn verkocht. De “monsters” die Lisa heeft gemaakt, bestaan ook uit weggegooide kleding. Een eng monster wat is gecreëerd met deze kledingindustrie, dat is wat het is.’

In de film ga je van de realiteit op de markt naar snelle scènes met gecreëerde “monsters”, wat gebeurt hier?
‘Het zijn metaforische wezens die op een high fashion manier kritiek uiten op de low fashion. Daarom hebben we het ook anders gefilmd, denk aan fashion films waarbij vaak slowmotion wordt gebruikt. Je ziet hoe de monsters worden geboren uit bergen kleding. Je hebt enerzijds de realistische markt, anderzijds de “lege” markten waar de monsters ronddwalen. Dit was overigens heel moeilijk te regelen. Uiteindelijk hebben we met een aantal man de drukte moeten tegenhouden zodat wij niemand anders op beeld kregen.’

Hoe kijk jij aan tegen de industrie na het maken van deze film?
‘Ik ben vooral geshockeerd door de fast fashion; daar klaagt men ook over in Kenia. Op alle markten is de kwaliteit van de kleding die ze krijgen achteruitgegaan. Twintig jaar geleden kregen ze kwalitatieve kleding, nu is het goedkope Zara en H&M zooi die na één keer  wassen op een steen in de rivier al uit elkaar valt. Al die goedkope merken produceren te veel kleding, alleen H&M heeft al negen collecties per jaar. Vervolgens verbranden ze wat ze niet verkocht krijgen. Dat vind ik het ziekste en tegelijkertijd zijn de grote modeproducenten, de grote afwezigen in de film; Goodwill Dumping gaat over wat er gebeurt nadat het is weggegooid. Maar uiteindelijk zou je een nieuwe film hierover kunnen maken.’

De maker

Teddy Cherim (31) is filmmaker. Op het Nederlands Film Festival gaat zijn documentaire 'Goodwill Dumping', maar ook zijn korte fictiefilm 'Venserpolder' in première. Een film over een Ghanese prins in de Bijlmer.

Momenteel is hij bezig met een reclame voor de app Vinted waarmee je tweedehandskleding verkoopt en reist hij opnieuw af naar Kenia. Dit keer om een lange speelfilm te maken over een meisje dat zich verzet tegen seksueel geweld tegen vrouwen.

teddycherim.com