news letter

2Doc:

1971

VPRO

Dat Amerikaanse geheime diensten burgers in de gaten houden, werd voor het eerst duidelijk dankzij een inbraak van actievoerders in 1971.

De beerput over de manier waarop de (Amerikaanse) geheime diensten potentiële terroristen en gewone burgers in de gaten houden werd vorig jaar geopend door Edward Snowden. De medewerker van de inlichtingendienst Booz Allen Hamilton verzamelde honderdduizenden geheime documenten van de National Security Agency en gaf ze aan de pers. Het bracht een wereldwijd surveillancesysteem aan het licht waarbij e-mail- en telefoonverkeer van miljoenen mensen in de gaten bleek gehouden te worden.

Snowdens actie riep op z'n zachtst gezegd gemengde gevoeles op. De Amerikaanse regering noemde hem een verrader en een dissident, voorvechters van vrije informatie vinden hem een held, voor journalisten was hij de ultieme klokkenluider.

Filmmaakster Johanna Hamilton rondde toen net haar documentaire af over een club mensen die op veel fronten met Snowden te vergelijken zijn. Een groepje van acht activistische burgers brak in 1971 in een klein kantoortje van de FBI, haalde dossierkast leeg en lekten de inhoud aan de pers. Ze zijn nooit gepakt en doen in de documentaire 1971 voor het eerst hun verhaal. Hamilton is een bedreven filmmaker die vanaf de eerste minuut vaart in de film brengt. De persoonlijke verhalen wisselt ze af met archiefbeelden en nagespeelde scènes, die er nu eens niet knullig uit zien, maar daadwerkelijk de spanning verhogen.

Inbraak in een FBI-kantoor

De inbrekers waren gewone Amerikanen uit Philadephia met een sterk politiek besef. Ze waren actief in de burgerrechtenbeweging, kwamen op voor dienstweigeraars en demonstreerden tegen de oorlog in Vietnam. De sfeer werd eind jaren zestig steeds grimmiger. Vreedzame acties liepen steeds vaker uit op rellen en tussen demonstranten mengden zich infiltranten van de FBI, waardoor het onderlinge vertrouwen ook nog slonk. Een groep die zich The Citizen's Commission to Investigate the FBI noemde, vatte het plan op om in te breken in een lokaal FBI-kantoor in het toepasselijk genaamde plaatsje Media, Pennsylvania.

Ze bereidden hun actie maandenlang zorgvuldig voor. De kraak vindt plaats op 8 maart, de avond van de belangrijke bokswedstrijd tussen Mohammed Ali en Joe Frazier. Terwijl de bewakers aan de buis geluisterd zitten, openen de actievoerders de deur met een pinnetje, stoppen ruim duizend dossiers in een koffer en lopen door de voordeur naar buiten. Wat ze ontdekken, ontstijgt alle verwachtingen. De FBI blijkt keurig dossiers te hebben bijgehouden van allerlei illegale activitein om burgers, vooral van linkse groeperingen, in de gaten te houden en te manipuleren. Er blijken infiltranten op alle universiteiten en zelfs bij de padvinderij te zitten. Hun opdracht is om de paranoia in de activistenkringen zo groot mogelijk te maken.

De inbrekers kopiëren hun buit en sturen hem naar journalisten en Congresleden. Het leidt tot voorpaginanieuws en brengt een schok teweeg in de Amerikaanse maatschappij. Onthullingen over het spionageprogramma COINTELPRO, die dankzij de documenten naar boven kwamen, leiden uiteindelijk tot hoorzittingen en het aan banden leggen van de bevoegdheden van de FBI. Tot 11 september 2001. Na de terroristische aanslagen kregen de geheime diensten een stuk meer macht. Dankzij Edward Snowden weten we allemaal welke gevolgen dat heeft gehad.

Regie: Johanna Hamilton