De club van 27

In mei zie je elke week een documentaire over iemand uit de roemruchte en betreurenswaardige club van 27 op NPO 3. De uitzenddata van de films en het verhaal achter de club vind je hieronder.

De oorsprong van de club van 27

Onder anderen Brian Jones, Jimi Hendrix, Janis Joplin, Jim Morrison, Kurt Cobain en Amy Winehouse stierven op hun 27ste. Samen vormen ze de mysterieuze club van 27. Over de club zijn boeken geschreven, films gemaakt en elke keer dat een artiest sterft op zijn of haar 27ste geeft dit de media-aandacht voor de club weer een zwengel. Het lijkt alsof grote artiesten zo meer risico lopen om op hun 27ste te overlijden, maar is dat wel zo?

Het antwoord is relatief simpel: Nee. Er overlijden helemaal niet meer grote artiesten op hun 27ste dan op hun 26ste of 28ste. Tot die conclusie kwamen onderzoekers aan de Universiteit van Queensland, nadat ze de levensloop van 1046 artiesten analyseerden op zoek naar een statistische piek.

‘Het mag misschien op meer dan toeval lijken, maar de leeftijd heeft geen rol gespeeld bij hun overlijden’, concludeerden de onderzoekers uit Queensland. Er bleken uit hun onderzoek zelfs meer artiesten te overlijden op hun 32ste dan op hun 27ste. The Conversation onderzocht het verschijnsel wereldwijd met een grotere groep artiesten. De auteur kwam tot een gelijksoortige conclusie als de onderzoekers uit Queensland. The Conversation ondervond ook geen piek op 27 en zag meer overlijdensgevallen op 56-jarige leeftijd. De pieken die op 32 en 56 gemeten werden, steken daarnaast nauwelijks boven de rest uit.

Artikel gaat hieronder verder

Als artiesten niet vaker op hun 27ste overlijden, waar is dan die club van 32 of 56?

Ondanks het gebrek aan een statistische piek, berust het bestaan van de club van 27 op een onwaarschijnlijk gebeuren. Op 18 september 1970 overleed Jimi Hendrix, overwegend de meest invloedrijke elektrische gitarist ter wereld, aan de gevolgen van een overdosis barbituraat. Twee weken later stierf Janis Joplin, een van 's werelds meest bekende vrouwelijke rocksterren uit haar tijd, aan een overdosis heroïne. Beiden stierven op 27-jarige leeftijd. Toen een jaar later ook Jim Morrison onder vergelijkbare omstandigheden om het leven kwam, werden de verbanden gelegd en daarin vindt het grootste deel van de mythe zijn oorsprong.

In de volksmond was na de dood van Morrison nog geen sprake van een ‘club’. De club van 27 werd pas in 1994 een wereldbekend fenomeen met de dood van Kurt Cobain. De drieëntwintig jaren die hiertussen lagen, laat zien dat het sterven van artiesten op hun 27ste geen consequent gegeven is.

In de media

In de media en popcultuur speelt de club van 27 een grote rol. Als een artiest op een jonge leeftijd overlijdt wordt aan die leeftijd zelf niet uitzonderlijk veel aandacht besteed, maar op het moment dat de artiest in kwestie de laatste adem op zijn of haar 27ste uitblaast, wordt de geschiedenis in een oogwenk opgegraven.

“Ik zei hem nog, ga niet bij die stomme club”, vertelde Kurts moeder als reactie op zijn zelfmoord. Deze quote vloog vervolgens de wereld over. Later werd door de auteur van zijn biografie beweerd dat Kurts moeder refereerde aan twee ooms van Cobain, die ook zelfmoord hadden gepleegd.

Ongeacht de intentie van de uitspraak, wakkerde het de media-aandacht voor de club alleen maar aan. Toen de manager van Amy Winehouse vertelde dat zij bang was om op haar 27ste te overlijden, veroorzaakte dat weer een golf aan speculatie. De voorspelling bleek correct, wat het bijgeloof in 27 als gevaarlijke leeftijd voor artiesten deed groeien.

Daarna bleef het fenomeen aandacht genereren, ook zonder dat er artiesten van 27 kwamen te overlijden. Vice interviewde zo artiesten in de twintig over hun angsten voor de vloek van 27 en ook Lady Gaga ontsnapte niet aan speculaties, zoals die van The Huffington Post in 2013. Door deze media-aandacht kunnen mensen de club als groter zien dan dat die daadwerkelijk is.

Lopen artiesten dan helemaal niet meer risico dan anderen?

Het risico op een vroege dood is wel groter bij artiesten dan bij de rest van de bevolking. Twee tot drie keer zo hoog, menen de onderzoekers van de Universiteit van Queensland. Niet het 27ste levensjaar is riskant, maar de hele periode in hun twintiger- of dertiger jaren. Volgens The Conversation is de oorzaak dat de popindustrie agressieve, seksuele en destructieve impulsen aanmoedigt, terwijl de rest van de bevolking daar slechts over durft te fantaseren.

De onderzoekers uit Queensland benadrukten de waarde van die bevinding: "Dit resultaat is van internationaal belang omdat muzikanten een grote bijdrage aan de levens van burgers bieden. Het heeft dus immense waarde om ze levend (en werkend) te houden voor zo lang als kan."