‘Slavernij wordt in slechts 1 op de 6 gevallen ontdekt’

In gesprek met hoogleraar Joanne van der Leun

, Esther Aerts

In de ‘Why Slavery’ films komen diverse vormen van slavernij naar voren. Hoe is de situatie in Nederland? En wanneer spreek je van slavernij? We spraken hoogleraar criminologie Joanne van der Leun, die als een van de eersten voor het Ministerie van Justitie en Veiligheid onderzoek deed naar moderne slavernij in Nederland.

Onlangs berichtte NRC dat er 30.000 ‘moderne slaven’ leven in Nederland. Van der Leun is hier, zoals het een wetenschapper betaamt, kritisch over: ‘De cijfers bestaan uit schattingen die onbetrouwbaar zijn. Je hebt ook organisaties die het willen doen voorkomen als een heel groot fenomeen, omdat het dan meer aandacht krijgt. Maar heel veel weten we niet. In een internationaal rapport dat onlangs verscheen werd gezegd dat maar 1 op de 6 gevallen wordt ontdekt.’

Hoewel slavernij een oud begrip is, werd slavernij-achtige uitbuiting buiten de seksindustrie pas halverwege de jaren negentig in het Nederlandse wetboek van strafrecht opgenomen. ‘Er was toen wel verbazing in Nederland, en ook een beetje bij mijzelf. Bij slavernij heb je eerder associaties met andere landen en het verleden’, vertelt de hoogleraar. ‘We hadden van oudsher veel aandacht voor vrouwenhandel; uitbuiting in de prostitutie. Er werden in de jaren negentig in het kader van de mensenhandelaanpak Europese afspraken gemaakt voor strafbaarstelling van uitbuiting. Toen moest Nederland daar ook over na gaan denken. Interessant is dat wanneer je niet echt een term hebt om een verschijnsel te benoemen, dat ook niet herkend wordt in de samenleving.’

Tekst gaat verder onder afbeelding

'Slavernij heeft associaties met een heel dramatisch beeld. Dat is niet altijd gunstig, omdat je dan je doel voorbij kan schieten en je dan de alledaagse vormen van uitbuiting niet meer herkent.’

Op de vraag wanneer je van slavernij spreekt, antwoordt Joanne: ‘Ik spreek zelf liever van uitbuiting. Slavernij heeft associaties met een heel dramatisch beeld. Dat is niet altijd gunstig, omdat je dan je doel voorbij kan schieten en je dan de alledaagse vormen van uitbuiting niet meer herkent.’

Dwang en uitbuiting

‘Als een werkgever voorheen de papieren afpakte van een werknemer, werd dat gezien als een hele slechte vorm van werkgeverschap. Nu kan dit een aanwijzing zijn voor uitbuiting, of de juridische term ‘mensenhandel’. Ja, het is enorm gecompliceerd’, lacht de hoogleraar. Het is dan ook het langste artikel van het wetboek van strafrecht. Ze vat samen: ‘Kort gezegd is het element van dwang belangrijk, dus dat een persoon niet de keuze heeft om iets anders te gaan doen. Bij dwang denk je misschien meteen aan fysiek geweld of opsluiten, maar het kan ook zijn dat je hier verblijft als migrant en je paspoort is afgenomen.’

Toiletjuffrouwen langs de snelweg

‘Het begon natuurlijk met prostitutie. Daarna zag je uitbuiting in arbeid in allerlei sectoren waar veel concurrentie was op arbeid. Denk bijvoorbeeld aan de industrie, de horeca of de bouw. Vervolgens werd duidelijk dat het ook voorkomt in huishoudens, waar personeel wordt uitgebuit en vastgehouden.’ Volgens Van der Leun zijn er veel meer vormen: ‘Het is een complex beeld met allerlei vormen van slavernij-achtige uitbuiting, die niet altijd makkelijk te herkennen zijn. Je kunt zelfs denken aan bijvoorbeeld vrachtwagenchauffeurs of toiletjuffrouwen langs de snelweg.’

Een deel van het migratiebeleid druist in tegen het beleid op het gebied van mensenhandel.’

Joanne van der Leun

Kwetsbaar en afhankelijk

Van der Leun vindt het moeilijk te zeggen welke groep slachtoffer wordt van uitbuiting. ‘Wat ze bindt is dat ze kwetsbaar zijn voor afhankelijkheid. Als je gewoon een regulier leven leidt en aan werk kunt komen, zal je niet snel worden uitgebuit. Het zijn meestal mensen onderaan de arbeidsmarkt die hier gevoelig voor zijn.’ Een lastige categorie hierbij zijn migranten, omdat die soms geen verblijfsstatus hebben. ‘Als ze al ontdekt worden, wordt er gezegd: Die mensen mogen hier niet zijn, en mogen hier niet werken. Dan worden ze het land uitgezet, zonder dat er verder naar wordt gekeken. Hun uitbuiter zorgt dat hij weer aan nieuwe mensen komt, waardoor het probleem zo niet wordt opgelost.’

Joanne van der Leun is van mening dat migratiebeleid en het beleid op het gebied van mensenhandel elkaar soms bijt: ‘Met migratiebeleid probeer je juist te zorgen dat mensen die er niet mogen zijn, het land verlaten. Terwijl je in het kader van mensenhandel moet kijken of er geen signalen zijn dat iemand wordt uitgebuit. Je ziet dus dat een deel van het migratiebeleid indruist tegen beleid op het gebied van mensenhandel.’

Verborgen verschijnsel

Uitbuiting is volgens de hoogleraar typisch een geval van een verborgen verschijnsel. ‘We spreken in de criminologie van brengdelicten en haaldelicten. De eerste soort delicten brengen mensen zelf naar voren, terwijl je haaldelicten alleen ziet als je er zelf naar op zoek gaat. Je moet je bedenken dat het in het belang van de uitbuiters is om het verborgen te houden. Ook de slachtoffers zelf zitten er niet altijd op te wachten om hiermee naar buiten te komen.’  

Volgens Van der Leun is het heel belangrijk om na te denken over de benadering van het slachtofferschap. ‘Bij de meest uitgesproken vormen heb je heel duidelijk een slachtoffer. Er zijn ook heel veel vormen van mensenhandel waarbij mensen zichzelf niet zien als slachtoffer. Als je dan beleid hebt met ‘er is een dader en een slachtoffer’, dan werkt dat niet. Er wordt nu geëxperimenteerd met intermediairs vanuit de migrantengemeenschap. Je moet het voor mensen zo laagdrempelig mogelijk maken om uit hun situatie te komen.’

Tekst gaat verder onder afbeelding

‘Op het moment dat jij ergens gaat eten en het is zo goedkoop dat het eigenlijk ‘niet kan’, of wanneer je maar vijftig cent voor een bakje champignons betaalt, moet je je afvragen wat daarachter zit. Ook de consument heeft een bepaalde verantwoordelijkheid.’

Meer bewustzijn over mensenhandel

‘Arbeidsmigranten willen bijvoorbeeld hun leven verbeteren en snappen dat ze heel hard moeten werken. Ze willen op een normale manier geld verdienen en door met hun leven. Die zitten niet te wachten op voorzieningen die wel belangrijk zijn voor slachtoffers uit de seksindustrie. Zij willen bijvoorbeeld een schadevergoeding en geen aangifte doen tegen een mensenhandelaar. Gaandeweg komt daar meer oog voor.’

En dat is niet de enige verbetering volgens Van der Leun: ‘Sinds de vormen van uitbuiting waarover we het hebben ook vallen onder mensenhandel en zijn opgenomen in het wetboek van strafrecht, is er veel meer duidelijk over waar mensenhandel begint en eindigt. ‘Misschien klinkt dit als een papieren werkelijkheid, maar er is nu veel meer bewustzijn. Bij de politie en arbeidsinspectie zijn nu bijvoorbeeld meer mensen getraind, waardoor signalen eerder worden herkend.’  

Daarnaast is Van der Leun van mening dat de consument ook mensenhandel kan signaleren of helpen voorkomen. ‘Op het moment dat jij ergens gaat eten en het is zo goedkoop dat het eigenlijk ‘niet kan’, of wanneer je maar vijftig cent voor een bakje champignons betaalt, moet je je afvragen wat daarachter zit. Ook de consument heeft een bepaalde verantwoordelijkheid.’