‘Ik ben er niet vies van de werkelijkheid te ensceneren’

In gesprek met filmmaker Tim Bary

, Esther Aerts

In 'Wognum' gaat de 42-jarige gabber Matthijs na jarenlang raven en stampen zijn droom achterna. Het liefst wordt hij pianist. Filmmaker Tim Bary vertelde ons hoe hij bij dit excentrieke personage terechtkwam en wat hem zo aantrok in het verhaal van Matthijs.

Let op: deze tekst bevat details over de inhoud van de film.

Aan de noordoever van het Amsterdamse IJ ontmoet ik aanstormend filmtalent Tim Bary. We hebben afgesproken in het restaurant van filminstituut EYE. Hij komt net van opnames bij Radio 1. Hoewel zijn film nog moet worden uitgezonden, is zijn afstudeerfilm al goed opgepikt door de media. Wognum wekte bij de vertoning op het Nederlands Film Festival al snel de interesse van meerdere omroepen. De documentaire werd uiteindelijk door de VPRO aangekocht en wordt vanavond uitgezonden. Op het Nederlands Film Festival kreeg Bary de prijs voor beste afstudeerfilm. Daarnaast won de film een wildcard van het Filmfonds, waar een fiks geldbedrag aan verbonden is. Niet slecht voor een afstudeerfilm.

‘Die prijs winnen voelde als een finish. Ik dacht: Yes, ik heb het gered!'

Tim Bary


Bary zegt hierover: ‘Die prijs winnen voelde als een finish. Ik dacht: Yes, ik heb het gered! Niet dat je er dan bent natuurlijk… Het voelde wel als dé kans om mezelf te laten zien. Ik wist: die wil ik pakken.’ Het ging niet vanzelf, vertelt Bary. Hij is naar eigen zeggen voor deze film ‘door het stof gegaan’. ‘Ik ging bijvoorbeeld niet naar één zo’n gabberfeest, maar naar wel acht. Ik wist van tevoren al dat de film moest eindigen in het Concertgebouw. Dus heb ik er alles aan gedaan om Matthijs daar te laten optreden, en geld van mijn familie geleend om de huur van de zaal te betalen.’ Ook ben ik op een gegeven moment uit mijn comfortzone gestapt en besloot ik bij Matthijs en René te blijven slapen. Dit zorgde ervoor dat ik intiemer met hen werd, en ze mij meer lieten zien.

Gabbers zoeken via Facebook

Het verhaal van Matthijs begon bij Facebook. Bary zocht via dit medium naar gabbers en stuurde er zo’n 46 een bericht. De laatste die reageerde was Matthijs Wognum, die zich ‘gabber Markus’ noemde, naar zijn tweede naam. ‘Ik zag op zijn profiel dat hij met treintjes aan het spelen was en intiem met jongens op de foto stond. Alles was heel tegenstrijdig met wat ik had verwacht. Toen zag ik ook nog een filmpje waarin hij bizar goed pianospeelde. Dat is het nummer dat je uiteindelijk hoort tijdens het optreden in het Concertgebouw’, vertelt Bary. Hij zocht contact met ‘Gabber Markus’ en wist na een twee uur durend gesprek bij Matthijs en René thuis dat hij de hoofdpersoon van zijn afstudeerfilm had gevonden.

Bary werkte niet met een filmscript, maar had duidelijk in zijn hoofd waar de film moest beginnen en eindigen. ‘Het plan was: we beginnen de film zo ruig mogelijk, op een plek waar een gabber zich helemaal thuis voelt; in de gabberscene. We sluiten de film af met een optreden in het Concertgebouw. Deze extremen waren qua sfeer en geluid precies het tegenovergestelde. Ik kreeg telkens te maken met arena’s die contrastrijk tegenover elkaar stonden.’ Dit illustreert mooi de twee persoonlijkheden van Matthijs: ‘Ik kon hier mooi mee spelen in de montage, zowel met beeld als met de muziek.’

'De tranen van Matthijs zijn echt, het optreden is echt, het applaus is echt, maar toch heeft het iets bizars.'

In je Aussie naar het Concertgebouw

Ook wist de jonge filmmaker dat hij fictieve elementen in zijn film wilde verwerken. Matthijs vertelde hem dat hij ooit in zijn Aussie het Concertgebouw bezocht. Een man met een stropdas vroeg hem wat hij daar deed in zijn Lonsdale-outfit. Na afloop van het concert luisterde Matthijs een gesprek van hem af, waarin hij het had over Chopin, en verbeterde hem, in aanwezigheid van zijn vrienden. Voor Bary was het al snel duidelijk: ‘Ik wist dat we ze een poepie moesten laten ruiken en ik Matthijs moest laten optreden in het Concertgebouw. Het was productioneel behoorlijk wat geregel, maar ik heb het uiteindelijk voor elkaar gekregen’, vertelt Bary. ‘De scene in het Concertgebouw is bedoeld als fictie, maar je kunt het ook zien als ‘echt’: de tranen van Matthijs zijn echt, het optreden is echt, het applaus is echt, maar toch heeft het iets bizars. Er zal nooit een gabber in zijn aussie in het Concertgebouw spelen.’ Het typeert de stijl van Bary: het verhaal staat boven de werkelijkheid. ‘Ik wil dat je als kijker wordt meegezogen in het verhaal: het moet mensen pakken. Ik ben er niet vies van iets te ensceneren. Als je als kijker niet door hebt dat het fictie is, dan mag wat mij betreft alles. En als je de persoon er niet mee beschadigt, natuurlijk.’

Missende puzzelstukjes

Bary vertelt dat hij vóór zijn filmopleiding aan de Hogeschool van de Kunsten Utrecht eerst een mbo aan het Mediacollege volgde. Hij kon zich daarom op de HKU, in tegenstelling tot zijn medestudenten, al snel focussen op de inhoud, omdat hij de techniek al beheerste. Toch kenmerkt die praktische basis nog steeds zijn stijl. ‘Maken is net zo belangrijk als theorie. Zo ben je niet afhankelijk van anderen. Toen ik echt begon met draaien, was ik vier dagen in de week met Matthijs en René. Ik had altijd mijn camera bij me. Dat is mijn manier van researchen. Ik wist het begin- en eindpunt van de film, maar de route ertussen heeft zich ontwikkeld tijdens het maken. Ik miste hier en daar wat puzzelstukjes. Ik heb vaak gevraagd of we bepaalde scènes konden gaan draaien die ik voor me zag. Uiteindelijk is het deels mijn verhaal en deels zijn verhaal geworden.’ Om de opbouw naar Matthijs’ droom te creëren, moest hij soms wat bijsturen: ‘Toen Matthijs en René op de bank een broodje aten, vroeg ik of ze wilden discussiëren over de vleugel die Matthijs zo graag wilde. Het gesprek dat volgt is oprecht en natuurlijk. Die dialoog had ik nooit zelf kunnen bedenken. Daarom laat ik veel ook gewoon gebeuren.’

'De lijn in de documentaire heeft zich verder voortgezet, en dat is pijnlijk, want René is een ontzettend lieve gast.'

Tijdens het filmproces is Bary dicht bij Matthijs en René komen te staan. Als ik vraag hoe het nu met Matthijs en René gaat, is Tim voorzichtig. ‘De thuissituatie is niet al te best; het is sinds kort uit met René. De lijn in de documentaire heeft zich verder voortgezet en René bezoekt nog steeds veel feesten. Dat is pijnlijk, want hij is een ontzettend lieve gast. Ze waren twaalf jaar bij elkaar en nu heeft René toch voor zijn eigen pad gekozen.’

Pianomuziek combineren met hardcore

Bary is nog altijd heel betrokken bij Matthijs’ leven: ‘Hij maakt nu misschien een zware periode door, maar ik zie zijn toekomst prima tegemoet. Ik hoop dat hij snel een lief persoon vindt.’ Hoewel Matthijs en René nu ieder hun eigen weg gaan, is Matthijs nog altijd gabber. ‘Het speelt misschien een minder grote rol in zijn leven, maar hij gaat nog steeds naar hardcore-feesten en vindt het leuk om daar te zijn.’ Bary vertelt dat Matthijs mogelijkheden ziet om zijn twee werelden samen te brengen: ‘Hij is het pianospelen gaan combineren met hardcore en wil met dj’s uit de hardcore-scene gaan samenwerken. Ik hoop vooral dat de film hem een positieve kracht in zijn leven heeft gegeven.’

Tim Bary

Tim Bary gaat zich de komende tijd beraden op een nieuw filmplan en hoe hij de wildcard van het Filmfonds gaat besteden. Hij wil zich in de toekomst verder ontwikkelen in het maken van observerende documentaires.