Op zoek naar een verloren paradijs

, Anne van Blijderveen

In 2014 spoelt er een onbekende jongen aan op het Texelse strand. Na politieonderzoek blijkt het de Syrische Mouaz al-Balkhi (22) te zijn die in duikerspak en -bril van Calais naar Dover poogde te zwemmen. Dit tragische verhaal werd het vertrekpunt van regisseur Misja Pekels nieuwe documentaire Maalstroom.

‘Dit bericht maakte veel indruk op mij. Ik meen mij zelfs nog te herinneren dat hij gevonden is bij paal 20. Ik vroeg me meteen af waarom de jongen ervoor koos om een van Europa’s drukste vaarroutes zwemmend over te steken, waar ook nog eens elke zes uur de stroming verandert door eb en vloed. Zelfs een geoefende zwemmer doet er twintig uur over. Een onmogelijke tocht.’

Zwemmers

Die vraag, ‘wat bezielde hem?’ wordt het startpunt voor Maalstroom. Het probleem voor Pekel was dat degene die dit zou kunnen navertellen niet meer leefde. ‘Een reconstructie was onmogelijk. En terwijl ik op de fiets zat, ontstond het idee om met found footage, homevideo’s, te werken om zo de herinneringen en gedachten van de zwemmer na te gaan’.

Zo begint in 2015 Pekels zoektocht naar de ‘herinneringen’ van Syriërs. In samenwerking met Syrische researchers in Nederland en in Frankrijk verzamelt hij Syrische homevideo’s. Ook ging Pekel in gesprek met verschillende Syriërs. ‘Een van hen vertelde mij dat hij had geprobeerd van Turkije naar Griekenland te zwemmen, hij keerde halverwege om. Maar toen hij in het water lag, had hij heel sterk aan zijn familie en vrienden moeten denken. Aan het leven voor de oorlog’.

Die homevideo’s worden de vertelvorm voor de herinneringen. ‘Ik wilde dat de documentaire zou aanvoelen alsof je in de gedachten van de zwemmer zit. Daarom heb ik veel onderzoek gedaan naar hoe herinneringen werken.
Zo schrijft psycholoog Douwe Draaisma over fenomenen als het leven dat aan je voorbijtrekt als je komt te overlijden. Iedereen kan dit anders ervaren.
Je hebt mensen die hun leven voor zich zien uitgespreid als een spiegel, anderen zien het achterstevoren aan hen voorbijtrekken en weer anderen juist vooruit. Bij traumatische herinneringen is bekend dat ze steeds worden herbeleefd. Herinneringen zijn dus heel flexibel en dat gaf mij en de editor, Menno Otten, veel vrijheid’.

Alledaags

Voor de film had Misja Pekel 5.000 videoclips tot zijn beschikking. Een enorme database, maar waar haal je al dat materiaal vandaan? ‘We hebben social media heel sterk aangewend. De Syrische researchers deden oproepen onder hun vrienden en in Facebookgroepen.
Maar ik heb ook gewoon social media als Youtube en Facebook doorzocht met zoekwoorden. Mensen posten ongelooflijk veel, dus er is genoeg te vinden’.

Dit was een arbeidsintensief karwei en soms een heel zwaar karwei. Omdat er, naar Pekels zeggen, meer narigheid dan schoonheid te vinden is op het internet wat Syrië aangaat. ‘Op een gegeven moment heb ik met mezelf afgesproken dat ik alleen nog maar op kantoor nare beelden zou bekijken’. 

Via oproepen kreeg Pekel veel materiaal toegezonden, maar hij is ook langs geweest bij Syriërs in het buitenland. Zo gaf een jongen in Berlijn hem 500 megabyte aan materiaal.
‘Ik merkte dat de meeste mensen graag wilden laten zien dat ze voor de oorlog ook een normaal leven leidden waarin ze koffiedronken, paardreden en boodschappen deden. Veel van hen waren dan ook dolgelukkig dat er iets met hun materiaal gebeurde en gaven dan ook toestemming voor het gebruik’.   

Het materiaal voor de film komt uit heel Europa en zelfs uit Syrië. ‘Het is een internationaal project geworden’. Om al dat ingezonden materiaal te kunnen verwerken heeft hij met advies van found footage-expert Peter Delpeut en hulp van filmmaakster Marleen van der Werf elke clip voorzien van trefwoorden en ze gerangschikt. Zodat, wanneer hij op een trefwoord zou zoeken, alle gerelateerde clips in de Excel-database omhoog zouden komen. Op deze manier kon hij zien welk beeldmateriaal bij elkaar paste en of er lijnen te vinden waren in de onderwerpen.

‘Het oude waterrad uit Hama, dat een paar keer terugkeert, is voor mij erg belangrijk geworden. Het staat voor springen en durven springen. Een mooie analogie met het durven zwemmen naar Engeland. Maar ook de vogels waren belangrijk voor mij. Uit het materiaal blijkt dat veel Syriërs vogels op hun daken houden en dus een onvervangbaar onderdeel zijn van het dagelijks leven’.

Paradijs

In Maalstroom denkt het hoofdpersonage met veel liefde en heimwee terug aan zijn overleden broertje Majid en zijn geliefde, Tala, die al aan de overkant van die zee is. Die verhaallijn heeft Pekel geschreven met de Syrisch-Palestijnste dichter Ghayath Almadhoun, die ook zijn broer heeft verloren.

Met deze alledaagse herinneringen van ‘de zwemmer’ wil Pekel een bijzonder verhaal vertellen. ‘We leven in een tijd waarin we worden overspoeld met veel informatie en extreme beelden, maar ik denk dat dit niet per se een beter beeld schetst van de werkelijkheid. Daarom wilde ik dit keer hele doodgewone beelden gebruiken om dit conflict in een ander licht te plaatsen’.

Maalstroom bevat daarom weinig oorlogsmateriaal. ‘Dat is ook met opzet. Ik heb zelfs geprobeerd om het helemaal weg te laten, maar je moet toch ook begrijpen waarom iemand is gevlucht. Dat lukte niet zonder de oorlog. Maar de nadruk ligt echt op de gelukkige herinneringen. Iemand vlucht toch met de hoop die warme herinneringen op een andere, betere plek terug te vinden. Het paradijs ligt voor de zwemmer dan ook helemaal niet aan de overkant. Het paradijs van de zwemmer ligt in zijn jeugd. Hij zwemt naar het paradijs uit zijn herinneringen’.

Maalstroom is een film van HUMAN en Selfmade Films.

Regie en scenario: Misja Pekel
Regie-assistent: Marleen van der Werf
Editor: Menno Otten