Ook mannen zijn slachtoffer van huiselijk geweld

, Jasmijn Missler

Bij huiselijk geweld denken we vaak aan vrouwelijke slachtoffers. Jaarlijks zijn echter naar schatting zo'n tachtigduizend mannen het slachtoffer van ernstig huiselijk geweld. Zij kunnen hun toevlucht zoeken in een blijf-van-mijn-lijfhuis voor mannen: de mannenopvang.

Door: Jasmijn Missler

Agenten staan vaak met hun handen op de rug

Ilja van Ledden, operationeel expert wijkagent in regio Lekpoort, krijgt dagelijks minimaal een of twee meldingen van huiselijk geweld. Landelijk loopt de teller op tot 65.000 geregistreerde incidenten per jaar.

“Vaak melden buren dat zij geschreeuw horen, en met die informatie moeten we het soms ook doen,” vertelt de agente. Op het moment dat er geen aantoonbaar letsel is en er geen aangifte wordt gedaan, is het voor agenten lastig om überhaupt binnen te komen of in te grijpen. Het is mogelijk om ambtshalve te vervolgen, maar daar ontbreekt doorgaans het bewijs voor. Volgens Van Ledden kun je vaak enkel afgaan op een onderbuikgevoel en sta je in de regel machteloos: “Eigenlijk sta je met je handen op je rug.”

De agente heeft nog nooit een mannelijk slachtoffer voor zich gehad. Ook onder collega’s is het extreem zeldzaam. Naast het feit dat het daadwerkelijk minder vaak voorkomt, speelt er bij mannelijke slachtoffers van mishandeling een overgrote schaamtefactor. Slechts 12% van de vrouwen en een magere 3% van de mannen maakt melding bij de politie. De angst om niet serieus genomen te worden, is hiervan de voornaamste reden.

Volgens Van Ledden is er dan ook een hoog aantal verholen delicten dat niet als mishandeling wordt ervaren: “Ook iemand kleineren, verwaarlozen, structureel uitschelden en naar beneden halen, valt onder huiselijk geweld.” De vraag is of het ook zo beschouwd wordt. “Daarmee houd je met elkaar de deksel dicht.”

"Eigenlijk sta je als agent met je handen op je rug."

Mannen mogen niet om hulp vragen, denken ze

“‘Ik mag niet om hulp vragen, want ik ben een man.’ Dat wordt ze geleerd,” meent Adrie Vermeulen, hulpverlener bij Stichting Moviera. Daarbij krijgen mannen een dubbele boodschap mee: je slaat geen vrouwen, maar als men over je grenzen gaat, moet je juist overgaan tot agressie. “Daartussen kunnen mannen ontzettend klem komen te zitten.”

Vermeulen is vanaf het begin af aan betrokken geweest bij de landelijke opzet van de mannenopvang, waaronder die in Utrecht. De meeste mannen komen bij de opvang terecht via zorginstellingen of de politie, maar ook een groeiend aandeel via internet. “Het eerste dat ik tegen zo’n man zeg, is: ‘goed dat je gekomen bent.’”

Vanaf dag een investeert Vermeulen in een vertrouwensband en ondersteunt de mannen ten eerste in praktische zaken. Dat heeft als voordeel dat mannen niet direct hoeven te praten over waar het werkelijk om draait – het traumatische geweld – maar eerst langzaamaan weer op eigen benen kunnen staan.

De mannenopvang bestaat nu bijna tien jaar. “We mogen positief zijn, want we hebben al ontzettend veel bereikt,” vindt hij. In het begin was het klassieke beeld van pleger en slachtoffer als respectievelijk man en vrouw nog veel prominenter aanwezig: “Wij werken eraan het tij te keren.”

"Mannen vragen pas hulp wanneer ze er echt niet meer uitkomen. En dan is het vaak al over de top."

De mannen zijn verantwoordelijk voor hun eigen woning en financiën

In tegenstelling tot groepshuizen in Den Haag en Rotterdam, wonen de mannen in Utrecht zelfstandig. Ze blijven onderdeel van de samenleving, gaan gewoon naar hun werk en regelen zelf hun financiën: “Je doet het gewoon zelf en ik kijk mee wanneer het nodig is.”

Hoe bepaal je of iemand klaar is om de opvang te verlaten? Dat merk je, legt Vermeulen uit. Namelijk als iemand emotioneel stabieler wordt, financieel zelfstandig is en de traumatische ervaringen een plaats heeft kunnen geven: “Wanneer alle randvoorwaarden klaarliggen en iemand weet: ik heb meer mogelijkheden dan alleen maar te vluchten of mij te laten slaan.”

De partner wordt aangehouden en geholpen – althans, geprobeerd

Mannen vragen pas om hulp wanneer ze er zelf niet meer uitkomen. Eer zij aan de bel trekken, is de mishandeling al vergevorderd. Het merendeel van de aangiften loopt via meldpunt Veilig Thuis. Daar kunnen ze een melding van overlast aanvullen met signalen vanuit zorginstanties of bijvoorbeeld sportverenigingen: “Dat is hun kracht,” aldus Van Ledden. Als er bovendien zichtbaar letsel is, iemand volledig overstuur is, er eventueel ooggetuigen zijn en de woning overhoop ligt, weet de agente genoeg. Dan wordt de pleger ter plekke aangehouden.

De vervolgstap is een huisverbod, waar voor alle betrokkenen een hulpverleningstraject opgestart moet worden. Alleen: dit is niet verplicht. “Regelmatig worden mensen doorverwezen naar de geestelijke gezondheidszorg,” vertelt Van Ledden, “maar het is maar zeer de vraag of beide partijen daar voor open staan.”

Een relatie kan ophouden, maar ouderschap blijft

Door de ernst van de situatie is een scheiding vaak de beste of zelfs enige oplossing. Stichting Moviera biedt echter ook trajecten samen met de partner, voor minder ernstige gevallen waar beide partijen met elkaar verder willen.

Bovendien kun je je afvragen in hoeverre de dader zelf een slachtoffer is. Zeker als er kinderen in het spel zijn, is de opvang verplicht de partner hierbij te betrekken, benadrukt Vermeulen: “Het partnerschap kan wel over zijn, maar ouderschap blijft.”

Wat vindt Vermeulen van de documentaire 'Vrouw slaat man'?

Als de hulpverlener iets aan de film zou veranderen, wil hij vooral meegeven dat het absoluut niet altijd een slechte zaak is als iemand bij een partner blijft of terugkeert. Bovenal vindt hij het een integer portret van twee dappere mannelijke slachtoffers. Hij verwacht dat het voor veel kijkers een openbaring is: “Ik denk dat mensen thuis met open mond en grote ogen de documentaire gaan kijken.”