Wie was Agnès Varda, en wat maakte haar zo goed?

Van naïeve jonge filmmaker tot grande dame van de Franse cinema

Abel Vos

In Visages Villages reist kunstenaar JR samen met regisseur Agnès Varda door Frankrijk en portretteren ze de mensen die ze ontmoeten. JR maakt de foto’s, Varda zorgt voor leuke gesprekken. Het is haar 23ste featurefilm, in een oeuvre waarmee ze vele prijzen won. Haar laatste film won de Gouden Palm voor Beste Documentaire op het Filmfestival van Cannes. Wat maakt Varda zo bijzonder? We vroegen het aan Pauline Kleijer, filmjournalist bij de Volkskrant. ‘Ik denk dat zij Nouvelle Vague stiekem wel heeft uitgevonden.’

Agnès Varda werd in 1928 in Brussel geboren, maar verhuisde tijdens de Tweede Wereldoorlog naar Parijs, waar ze fotograaf werd. In 1951 werd ze de fotograaf van het Théâtre National Populaire, waar ze beroemde acteurs portretteerde en zo voor het eerst in aanraking kwam met de filmindustrie. Pauline Kleijer: ‘In haar leven had ze heel weinig films gezien. Ze stapte er naïef in, zei ze in een interview. Juist daardoor kon ze gaan experimenteren. Ze was niet gebonden aan een opleiding of een stijl die ze had gezien.’

Tekst gaat verder onder afbeelding

Antwoord op stijve cinema

Varda debuteerde als filmregisseur met La Pointe Courte (1954), een film over het leven in een Frans vissersdorp. De film is een combinatie van documentaire-beelden van het dorp en een fictief liefdesverhaal wat zich daar afspeelt. Die film wordt vaak beschouwd als een voorloper van de Nouvelle Vague. In deze vernieuwende stroming speelde Varda later ook een belangrijke rol met onder meer haar films Cléo de 5 à 7 en Le Bonheur. Steeds weer bleef ze creatief spelen met de mengvorm van fictie en documentaire en gebruikte vaak beide elementen in haar films.

Volgens Kleijer bracht Varda met La Pointe Courte als eerste een antwoord op de behoorlijk stijve Franse cinema. ‘Grote namen als Jean-Luc Godard en Francois Truffaut volgden later met die nieuwe stijl, die met name gefilmd werd met natuurlijk licht en geluid. Het zag er allemaal erg realistisch uit en ging vaak over eigentijdse onderwerpen. Ze wordt de Grande Dame van de Franse cinema genoemd, en niet voor niets. Ik denk dat zij Nouvelle Vague stiekem wel heeft uitgevonden.’

Tekst gaat verder onder afbeelding

Wat is Nouvelle Vague precies? Deze video legt het uit.

Kleijer: ‘Het heeft wel even geduurd voordat ze de status kreeg die ze verdiende. Ze is lange tijd op de achtergrond gebleven van andere Nouvelle Vague-filmmakers. Dat kan ook te maken hebben met het feit dat ze een vrouw was.’ In de laatste paar jaar voor haar dood kreeg Varda die erkenning alsnog. In 2014 ontving ze een Europese Filmprijs voor haar gehele oeuvre, in 2015 kreeg ze een ere-Gouden Palm op het Cannes Filmfestival en in 2017 ontving ze als eerste vrouwelijke regisseur een ere-Oscar voor haar uitzonderlijke bijdrage aan de filmindustrie. 

‘Later ga je je pas afvragen of het allemaal wel zo spontaan en echt was.’

Spelen met de werkelijkheid

Volgens Kleijer liet Varda in haar films de werkelijkheid zien, maar greep ze ook altijd in bij die werkelijkheid. ‘Dat zie je duidelijk in Visages Villages, waar grote fotoposters worden opgehangen. Dat is een happening die altijd iets in gang zet. Ik denk dat er soms meer wordt ingegrepen dan je als kijker denkt. Er zitten bepaalde gesprekken in de film waarbij je eerst denkt, “leuk, wat bijzonder dat ze dat zeggen.” Later ga je je pas afvragen of het allemaal wel zo spontaan en echt was.’

Tekst gaat verder onder afbeelding

‘Van elk gesprekje weet Agnès Varda wel iets leuks te maken’

Talent voor toeval?

Bij haar films is de montage erg belangrijk. Kleijer: ‘Daar zit de sleutel naar wat ze eigenlijk wil vertellen. Een bekend citaat is dat ze een talent voor toeval heeft: ze filmt intuïtief, ze kijkt wat ze tegenkomt, maar uiteindelijk zit er veel structuur in. Dat komt naar voren in die montage. Een film waarbij mensen door Frankrijk trekken kan snel saai en wijdlopig worden. Ze stopt er heel slim alsnog een sterke lijn in.’

Visages Villages is volgens Kleijer zowel een film om vrolijk van te worden als een film om over na te denken. ‘Er zit heel veel in: van kunst, tot sociale geschiedenis, tot het Franse platteland. Dat, terwijl het nooit moeilijk is, en altijd fijn om naar te kijken. Van elk gesprekje weet Agnès Varda wel iets leuks te maken. Er zit ook een melancholieke ondertoon in: het gaat over ouder worden, verlies en armoede. Toch brengt Varda het heel luchtig en bijna lief.’

Tekst gaat verder onder afbeelding

Sprokkelende stijl

Pauline Kleijer vertelt dat de films van Varda in de loop van haar carrière flink zijn veranderd. ‘Haar eerste films zien er visueel wat stijver uit, door de zwaardere en grotere apparatuur. Ze vond het heel leuk toen digitale camera’s op de markt kwamen: dat was echt iets voor haar. Ze hield van het opzoeken van verhalen op straat en het sprokkelen naar beelden. Dat kon met zo’n lichte, digitale camera veel makkelijker. Daarmee is ook haar stijl veranderd. Die sprokkelende stijl zag je voor het eerst duidelijk terug bij haar documentaire Les Glaneurs et la Glaneuse (2000). Ze maakt heel verzamelend een film over verzamelen.’ In de film trekt Varda door Frankrijk om mensen te bevragen over de redenen van het sprokkelen naar overtollig voedsel of afgedankte spullen.

‘Ik speel een oude vrouw en ik vertel mijn eigen levensverhaal, maar in werkelijkheid ben ik geïnteresseerd in anderen’

Boegbeeld

We kunnen veel leren van haar films, zegt de filmjournalist. ‘Ze kon erg aanwezig zijn in haar eigen films, maar zonder dat dit maar een moment storend is. Het ging vaak over haar, maar als ze haar eigen dingen vertelde, had dat ook altijd een betekenis voor anderen. Het zijn nooit ‘ego’-egodocumenten. Varda zei in haar film Les plages d’Agnès: ‘ik speel een oude vrouw en ik vertel mijn eigen levensverhaal, maar in werkelijkheid ben ik geïnteresseerd in anderen.’ Kleijer: ‘Door persoonlijk te zijn laat ze verhalen van anderen heel goed tot hun recht komen.’

Voor veel vrouwelijke filmmakers was ze een boegbeeld, denkt Kleijer. ‘Het is een fijn idee dat zij er was en het bewees dat je als vrouw onafhankelijke, niet-commerciële films kon maken op een eigen manier, en daar succes mee hebben.’ Volgens Kleijer heeft Varda iets heel sympathieks. ‘Ze speelt met haar eigen imago en vond het niet erg om in de spotlight te staan. Toch blijft ze altijd oprecht.’