Het Uur van de Wolf

Ronnie Wood - Somebody Up There Likes Me

NTR

Portret van de charismatische gitarist Ronnie Wood als muzikant, schilder en overlever van een leven vol drank- en drugsgebruik. Maar: 'Hij is een opgewekt mens', zegt zijn 31 jaar jongere vrouw Sally.

Tijdens zijn muziekcarrière, vanaf eind jaren zestig, speelt Wood met bands als The Birds, The Jeff Beck Groep en The Faces, met Rod Stewart als leadzanger. Rond 1975 komt Wood, na Brian Jones' dood en het vertrek van diens opvolger Mick Taylor, bij The Rolling Stones als gitarist naast Keith Richard. Het leidt tot een hechte samenwerking en een bijzondere vriendschap, intimiteit en veel lol.

Keith Richards noemt echter ook de tussen hem en Wood bestaande rivaliteit. Mick Jagger begrijpt Ronnie's afkickproblemen. Drummer Charlie Watts vindt het een wonder dat Ron zo heeft kunnen functioneren. Ook vriend Rod Stewart blikt met veel plezier terug op hun belevenissen met The Faces. Damien Hirst is blij dat zijn vriend nu de rust heeft om te schilderen.

De interviews, archiefbeelden en unieke muziekfragmenten waarin hij zich nog altijd op de toppen van zijn muzikale kunnen toont, laten Ronnie Wood zien als een innemend en zachtmoedig mens. Hij heeft nergens spijt van en altijd geluk: 'Somebody up there likes me'.

Regie: Mike Figgis

'Ik dacht tijdens ons gesprek wel: jezus kerel, wat is het vroeg voor een pint Guinness'

David Kleijwegt over Ronnie Wood

Tekst: Abel Vos

Filmmaker en voormalig popjournalist David Kleijwegt sprak Ronnie Wood in juni 1998. The Rolling Stones hadden net vijf keer de ArenA uitverkocht en op een afgeladen Malieveld gespeeld. Hoe kijkt hij terug op dat gesprek? En wat maakt de muzikant eigenlijk bijzonder?

Hoe herinner je Ronnie Wood?
‘In het Conrad Hotel, destijds het duurste hotel van Brussel, moest ik eerst vijf uur wachten tot de operatie Rolling Stones in werking werd gezet. Ik ben totaal geen moralist, al dacht ik tijdens ons gesprek wel: jezus kerel, wat is het vroeg voor een pint Guinness. Op zijn door de alcohol warrige indruk na, komt in de film precies dezelfde Ronnie Wood naar voren als toen ik hem ontmoette. Het is een joviale man, die erg genuanceerd en bedachtzaam klonk. Zijn groeven zijn wat dieper, maar qua uiterlijk is hij ook niet veel veranderd.

Halverwege het gesprek kwam Charlie Watts de hoek om kijken. De aanwezigheid van één Rolling Stone is nog tot daaraan toe, maar bij twee tegelijk heb je het idee dat je in een stripverhaal bent aanbeland. Wood maakte plotseling een einde aan het gesprek: het WK was destijds bezig in Frankrijk en op de kamer van Mick Jagger werd voetbal gekeken. Hij had twee tv’s laten installeren in zijn kamer, zodat hij twee voetbalwedstrijden, die gelijktijdig werden uitgezonden, allebei kon volgen.’

Tekst gaat verder onder afbeelding

David Kleijwegt (1965) regisseerde onder andere documentaires over Donny Hathaway en Lucky Fonz III.

Hij voelt zich 29 jaar oud. Kwam hij ook zo over?
‘Als je na een lange tijd stopt met drank of drugs, dan voel je je vaak weer zo oud als toen je ermee begon. Hij heeft natuurlijk niet dezelfde vitaliteit als iemand van 29, maar ik geloof wel dat hij zo’n jonge geest heeft. Als journalist sprak ik ook met Iggy Pop. Hij voelt zich ook een stuk jonger, al vond hij dat helemaal niet zo positief. Hij baalde ervan dat hij door alcohol en drugs zo veel jaren van zijn leven heeft weggegooid. Hij heeft er weinig van onthouden of van geleerd. Volgens mij kijkt Ronnie Wood daar anders tegenaan. Er zijn geen demonen bij hem. De alcohol en drugs hebben hem geen pijn gedaan, het heeft hem vooral plezier gebracht.’

Waarom is Wood als muzikant bijzonder?
‘Ronnie Wood is een verbindend draadje in de geschiedenis van de Britse rockmuziek. Hij ging van The Jeff Beck Group naar The Faces en vervolgens naar The Rolling Stones. Ik vind het bijzonder dat hij bij elke band gelijk een duidelijke rol aanneemt.

Bij The Rolling Stones vormt hij met Keith Richards op fascinerende wijze de backbone. Samen vlechten ze als het ware twee gitaren door elkaar. Ik heb het idee dat Keith Richards het gitaarspel leidt en Wood volgt. Naast Mick Jagger is dat hoe ik de Stones herinner: hoe die gitaren door elkaar lopen. Daar is Wood een belangrijk onderdeel van.’

Hoe kijk je naar de muziek van nu?
‘Ik vind het bijna oneerlijk om The Rolling Stones te vergelijken met huidige muzikanten. Ik geloof dat elke generatie zijn eigen Beatles of Stones heeft. Ronnie Wood of Mick Jagger zijn iconen uit de jaren zeventig: zij vielen precies samen met de tijdsgeest. Voor mijn dochter is Katy Perry of Taylor Swift net zo baanbrekend en belangrijk als The Rolling Stones voor een oudere generatie was.’

Bespreking Helmut Boeijen over 'Somebody up there likes me'

Hij was de goedlachse sfeermaker, die de lastpost Mick Taylor moest vervangen. Die had op zijn beurt Brian Jones afgelost. De gitarist die de machtsstrijd binnen The Rolling Stones verloor van de tandem Mick Jagger en Keith Richards en daarna letterlijk ten onder was gegaan in een zwembad. Nee, Ronnie Wood had niet al te veel spatjes toen hij lid werd van ‘the greatest rock & roll band on earth’. Lekkere gitarist, complementaire persoonlijkheid bovendien.

In Ronnie Wood: Somebody Up There Likes Me (72 min.) wordt de man in eerste instantie gepresenteerd als schilder, een activiteit die hij op advies van zijn vriend, de kunstenaar Damien Hirst, zou hebben opgenomen. Regisseur Mike Figgis bevraagt hem intussen, via het trekken van thematische kaarten, over zijn voorliefde voor drank, sigaretten en vrouwen. ‘Ik ben mentaal nooit ouder dan 29 geworden’, bekent Wood, die tegenwoordig toch echt zo oud oogt als hij is: in de zeventig. Met datzelfde rattensmoeltje, dat wel. En ravenzwart haar, nog altijd.

Dit portret neemt zijn leven en loopbaan door met alle mensen die je daarin verwacht: vriend Rod Stewart (met wie hij in zowel The Jef Beck Group als The Faces zat), zijn natuurlijk veel jongere vrouw Sally Wood en de drie andere Stones, een band waarvan hij inmiddels alweer bijna een halve eeuw deel uitmaakt. Met riffmeister ‘Keef’ vormt Wood een hecht duo, dat volgens eigen zeggen ‘de oeroude kunst van het vervlechten’ beoefent en duidelijk nog altijd met veel plezier samen op het podium staat.

Het interessantst wordt Somebody Up There Likes Me als de hoofdpersoon ingaat op zijn excessieve drank- en drugsgebruik, dat hij kan herleiden tot zijn vroegste jeugd (‘We wisten nooit in welke tuin m’n vader wakker zou worden.’) en dat uiteindelijk tot een serieuze crisis zou leiden. Dan komt Figgis even voorbij de rock & roll-clichés die natuurlijk ook weer her en der opduiken in deze vermakelijke popdocu over een zeventiger van nog nét geen dertig.

Muzikale hoogstandjes