Jan Louter, NTR, 2012

Het fluisteren van Eric Vloeimans

NTR, NPS, VPRO

Eric Vloeimans gooit alle clichés van de jazzmuzikant overboord. Geen zwarte, maar kleurrijke kleding in opzichtige combinaties. Geen drugs, maar yoga. Niet duister en moeilijk, maar uitbundig en vrolijk.

Vloeimans heeft 15 cd’s gecomponeerd en opgenomen, waarvan Gatecrashin - uitgekomen in 2007, met elektronica en rechte grooves – een ongekend succes was. Voor zijn werk is hij meermalen in de prijzen gevallen: hij is vier keer bekroond met een Edison, kreeg de Elly Ameling Oeuvre prijs, de VPRO Boy Edgar Award en de prestigieuze Bird Award van het North Sea Jazz Festival.

In de documentaire Het fluisteren van Eric Vloeimans ziet de kijker hem voor en achter de schermen van vele repetities en optredens. In Het concertgebouw speelt hij - begeleid door het Metropole Orkest - een sensueel duet met de sopraan Claron McFadden. Op het Oerol Festival gaat hij los tijdens een concert met Kyteman. En met pianist Florian Weber valt de meer melancholische kant van zijn persoonlijkheid te horen. 'Optreden is een kick, het is het mooiste wat er is, het is een staat van zijn waarin je alles vergeet.'

Naast zijn muzikale leven belicht de film ook een kant van Vloeimans’ karakter waar hij niet graag over spreekt; een kant die het publiek nauwelijks kent. Eric Vloeimans is in het dagelijks bestaan – zonder trompet –onhandig. Achter het masker van zijn kleurrijke kleding schuilt nog altijd het verlegen jongetje, dat zelfs op het conservatorium dacht dat hij het nooit zou kunnen: trompet spelen.

De in 2009 overleden schrijver Martin Bril schreef een paar maanden voor zijn dood in zijn column in De Volkskrant dat ‘Eric Vloeimans - met zijn lyriek en muzikale acrobatiek - je verzoent met het leven’. Bril wist toen al dat hij ongeneeslijk ziek was en putte troost uit de muziek van Eric: 'Ik weet niet eens of je het jazz moet noemen. Het lijkt gewoon op muziek die gemaakt wordt door intelligente mensen die enerzijds een hang naar schoonheid hebben (de eerste dure plicht van iedereen met artistiek talent) en anderzijds niet in ernst verloren willen gaan (de tweede plicht van groot talent). Het is muziek waarin het trompetgeluid niet militair of beboppend tettert en ook niet cool and collected poseert zoals sinds Miles Davis eigenlijk usance is. De trompet van Vloeimans is een bevrijde trompet.'

Als Vloeimans niet optreedt of muziek schrijft, is hij aan het oefenen, altijd, iedere dag: 'Muziek maken zit ergens tussen je hoofd, je hart en je ballen...ik ben er dan ook van overtuigd dat je klank te maken heeft met wie je bent en wat voor gedachten je hebt. Ik wil niet dat het klinkt alsof er net zo goed iemand anders had kunnen staan, ik speel om mensen in het hart te raken.'