2Doc Makers van Morgen

Tribe of Ghosts

VPRO

2Doc Makers van Morgen

Tribe of Ghosts

VPRO

Filmmaker Almicheal Fraay maakte met Tribe of Ghosts een korte film over een kamp waar meer dan honderd gevluchte en afgestoten kinderen met albinisme leven in slechte omstandigheden.

De verkiezingen zijn voor kinderen met albinisme in Tanzania extra gevaarlijk. Medicijnmannen houden dan klopjachten op albino’s. Sommige politici zeggen namelijk dat ze een hart van een albino nodig hebben om de verkiezingen te kunnen winnen. Voor de veiligheid van de kinderen zijn er speciale kampen opgezet door de regering. Er zijn ongeveer 28 kampen in Tanzania. Hierdoor komen weinig mensen in aanraking met albino’s.

In het kamp zitten kinderen die verstoten zijn door hun familie en komen kinderen waarvan de ouders geen veilige omgeving kunnen waarborgen. Na hun tijd in het kamp hebben de kinderen een onzekere toekomst, ze moeten zichzelf zien te redden in een moeilijke en gevaarlijke omgeving waar ze niet worden begrepen. Sommige kinderen weten dat er op ze wordt gejaagd, anderen niet.

Mensen met albinisme worden van alle kanten aangevallen. Niet alleen door medicijnmannen, maar ook door de zon. Heel veel kinderen hebben van jongs af aan een vorm van huidkanker. Ook hebben veel kinderen vanaf een jonge leeftijd last van oogklachten.

Illegaal filmen in een kamp voor kinderen met albinisme

Een interview met regisseur Almicheal Fraay

Door: Abel Vos

Binnenkomen in het kamp

Twee jaar geleden liet de moeder van Almicheal hem een reportage van CNN zien over albino’s in Tanzania. Dat raakte hem enorm: het werd het onderwerp voor zijn afstudeerfilm aan de Kunstacademie in Breda. Maar hoe kom je binnen in een kamp aan de andere kant van de wereld waarover de overheid het liefst niets naar buiten brengt? In een café in zijn woonplaats Eindhoven vertelt Almicheal: ‘Na veel mislukte pogingen via Unicef en Amnesty kwam ik in contact met iemand die een paar mensen kent in dat gebied. Toen hij toevallig in Nederland was, kon hij me helpen.’

Tijdens zijn eerste trip naar Tanzania nam Almicheal voor zijn veiligheid zijn oom mee naar het land. Almicheal deed onderzoek, maakte foto’s, leerde kinderen in het kamp kennen en werd overdonderd met wat hij zag. Hij moést terug. De provincie Noord-Brabant hielp hem met advies en subsidie voor zijn film. Ook hield hij een succesvolle crowdfundingsactie voor zijn film, waarbij hij via Cinecrowd meer dan €15.000,- ophaalde.

Vluchten uit het land

Om te mogen filmen in Tanzania is een vergunning van minimaal $3000,- verplicht. Dan is het nog maar de vraag of er gefilmd mag worden in het kamp. Wat wél zeker is, is dat er iemand van de regering meegaat die bepaalt wat er gefilmd mag worden over dit gevoelige onderwerp. Almicheal: ‘Ik had geen zin om een propagandafilm te maken en daar ook nog voor te betalen.’ Hij besloot het risico te nemen; zonder toestemming ging de maker weg.

Na zijn eerste trip besloot hij voor de tweede keer terug te gaan naar het kamp in Tanzania, ditmaal met zijn 16mm camera. Almicheal: 'Ik koos voor analoge film omdat dit een soort tijdloosheid geeft. Dit draagt bij aan de boodschap dat het nog steeds zo'n probleem is. Ook is analoge film erg gevoelig is voor licht, net als die kinderen. Ik had dertien rollen meegenomen van tien minuten film. Dat verplichte mij om na te denken: wat is belangrijk? Wat moet deze film gaan vertellen?’ Volgens de filmmaker is analoge film iets heel tastbaars. ‘Je moet goed nadenken hoe je filmt, je hebt er veel meer focus voor nodig. Het was zwaar en veel werk, maar als alles goed gaat krijg je er veel voor terug.’ Voor interviews gebruikte hij een hi8 camera, deze draait op bandjes. Op die manier kon hij het materiaal gelijk terugluisteren en het draaischema van de volgende dag daarop aanpassen.

Hij koos ervoor om de begeleiders niet te filmen, om zich zo volledig op de kinderen en hun emotie te kunnen focussen. Ook was hij bang een verhaal naar buiten brengen dat niet klopt. Almicheal: ‘Het ging mij om de kinderen, zij moesten die aandacht krijgen. Ik heb de begeleiders gesproken, maar het hoefde niet in de film.’

Tekst gaat verder onder afbeelding

‘Almicheal, je moet hier weg. De politie weet dat je aan het filmen bent.’

Toen ging het fout. ‘De planning was om zes dagen te filmen, dat zijn er uiteindelijk twee geworden.’ Op de tweede avond kreeg hij een appje van de persoon die hem heeft geholpen om Tanzania binnen te komen. ‘Almicheal, je moet hier weg. De politie weet dat je aan het filmen bent.’ Halsoverkop vluchtte hij naar een andere stad vijf uur verderop, waar hij wachtte op het eerstvolgende vliegtuig richting Nederland. ‘Ik was vooral bang dat ik het filmmateriaal kwijt zou raken. Ik wilde niet terugkomen met lege handen.’

Eenmaal terug in Nederland bleek het beeldmateriaal in orde te zijn. Hij was er blij mee. Voor zijn documentaire had hij alleen meer voor ogen, zoals een gesprek met een medicijnman. ‘Ik zei tegen mijn producent voor de grap: ik ga gewoon terug.’ Zijn producent begon te lachen: ‘dat gaan we niet doen.’ Ook zijn school was er erg op tegen. ‘Almicheal, je mag écht niet meer gaan.’ ‘Gelukkig was ik degene met het geld, de producent niet. Dus ik kon gewoon vliegen als ik wilde. Ook qua budget kon ik nog even vooruit’, zegt de filmmaker.

Het medicijnmannenfestival

De derde keer in het land was er een groot festival met medicijnmannen bezig, ter viering van het begin van het offerseizoen. Daar werden dingen verkocht op een zwarte markt, cursussen gegeven, kippen op traditionele manier geslacht en veel gedanst. ‘Het was een bizarre en intense ervaring. Ik heb me er helemaal aan overgegeven’, vertelt hij enthousiast. 

Almicheal wilde heftige vragen stellen aan medicijnmannen. Hoe kom je aan de geruchten dat lichaamsdelen een gelukbrengende potentie hebben? Waarom gebruiken sommige mensen deze lichaamsdelen om hun eigen economische situatie te verbeteren? Om die vragen te kunnen stellen had hij twee vertalers bij zich. Een medicijnman sprak een van de Tanzaniaanse bantoetalen Sukuma. Een vertaler vertaalde dat naar de officiële taal Swahili, de ander vertaalde dat naar het Engels. Door die ingewikkelde constructie vielen veel dingen weg. Wel kreeg hij een indicatie van hoofdlijnen die de medicijnman vertelde en kon hij daarop reageren. Dit gesprek komt terug in de film.

Van de directeur van het kamp mocht Almicheal maar kort langskomen om gedag te zeggen tegen de kinderen en spullen af te geven die hij had meegebracht. Afscheid nemen van de kinderen vond de filmmaker erg moeilijk. ‘Psychologisch worden die kinderen helemaal gemarteld. Ze kennen geen liefde en aandacht. Toen ik daar kwam zag ik dat ze zo genoten van het spelen en de belangstelling. Je ziet dat ze dat missen. Ik moest erg uitkijken dat ze niet te gehecht aan me raakten.’

Tekst gaat verder onder afbeelding

‘Zolang die mensen gescheiden blijven, zal het nooit opgelost worden.’

Aandacht

Met zijn documentaire wil Almicheal ervoor zorgen dat mensen met albinisme niet langer het zwijgen wordt opgelegd. Ook hoop hij een discussie op gang te brengen. ‘Ik wil dat mensen weten wat hier aan de hand is. De film legt niet alles uit: ik hoop dat kijkers vragen hebben en onderzoek willen doen. Ik heb zelf namelijk ook niet alle antwoorden.’

Het probleem met agressie tegen albino’s wordt voorlopig niet opgelost, vreest de filmmaker. ‘Zolang die mensen gescheiden blijven, zal het nooit opgelost worden.’ De onbekendheid met mensen met albinisme leidt tot angst en inhumaan gedrag tegen deze minderheid. Almicheal: ‘Mensen begrijpen het echt niet. Ze vinden het er buitenaards uitzien.’

Nieuwe projecten

Tribe of Ghosts is de afstudeerfilm van Almicheal (1992) aan de kunstacademie Sint Joost in Breda. Naast freelance fotograaf is hij bezig met een film over een groep parkrangers die neushoorns beschermt in Oeganda. Voor zijn werk offert deze man veel op. Almicheal: ‘Ik vind het inspirerend wat voor emotie en passie iemand in zijn missie stopt.’ Tevens doet hij onderzoek naar illegale goudmijnen in Zuid-Afrika. Ook hier ziet Almicheal weer een avontuurlijk project in: ‘Ik heb erge verhalen gehoord over het conflict tussen mijnwerkers en de mensen voor wie ze werken. De situatie daar is erg gevaarlijk, daar moet ik goed voor uitkijken.’