Makers van Morgen

The Juggler

VPRO

Makers van Morgen

The Juggler

VPRO

Het Zuid-Afrikaanse Sisonke Social Circus brengt kinderen uit verschillende bevolkingsgroepen bij elkaar. Door samen te bewegen in circuslessen komen kinderen die normaal gesproken strikt gescheiden van elkaar leven met elkaar in contact. In ‘The Juggler’ zie je hoe de kinderen omgaan met deze barrières, maar ook hoe het circus helpt de verschillen te overbruggen.

Rainbow Nation in het klein

Interview met filmmaker Sophie Kalker

Door: Abel Vos

Sophie Kalker reisde voor haar documentaire The Juggler drie maanden naar het Zuid-Afrikaanse Sisonke Social Circus. Dat ligt op het landgoed The Shed, naast de stad Stellenbosch. Het terrein is misschien wel wat Nelson Mandela bedoelde met een Rainbow nation, maar dan in het klein. Op 200 hectare landgoed staan voorzieningen als een gemengde school en een eigen biologische boerderij. Kinderen van verschillende klassen spelen met elkaar. Op de plek van het circus komen verschillende kunstvormen samen. Het maakt niet uit waar je vandaan komt: je komt hier om mooie dingen te creëren. Aan de rand van het terrein staat een groot hek. Het terrein wordt alleen verlaten per auto. Sophie realiseerde zich: ‘Dit terrein is zo idyllisch en veilig omdat er hekken omheen staan. Naast het kamp is de stad Stellenbosch: een rijke stad, met voornamelijk witte inwoners. De grote townships daarnaast bestaan vooral uit zwarte inwoners.

Tijdens het maken van haar film verbleef Sophie bij de oprichter en directeur van het circus, Lionel Chanarin. Sophie: ‘Toen hij me ophaalde van het vliegveld, herkende ik hem meteen. Hij had ontzettend veel verschillende kleuren aan. Ook liep hij op krukken: door een val van een trap had hij een gebroken been. In zijn oude, kleine autootje vertrokken we in de nacht naar zijn huis. Toen zag ik voor het eerst de schoonheid van Zuid-Afrika, met de allermooiste sterren boven een land zonder lichtvervuiling.’

Sophie: ‘Lionel was de grootste hulp die ik kon wensen, en is ook een dierbare vriend geworden. Ik woonde drie maanden bij hem en we deelden alles. Hij woont op een afgelegen gebied en er is niets anders in de buurt, dus je bent echt op elkaar aangewezen. Lionel is een antroposoof, pedagoog, leraar en circusartiest. Hij weet alles wat ik niet wist over kinderen en heeft mij enorm geholpen.’

‘Als mensen bang zijn, zetten ze een hek neer. Dat hek zorgt voor een scheiding, waardoor mensen nog banger worden voor elkaar. Dat is een vicieuze cirkel waar je niet zomaar uitkomt.'

Het circus in het landschap

Sophie maakte haar film voor haar masterstudie visuele antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze vertrok naar Zuid-Afrika met het idee om het circus te filmen. Sophie: ‘Je hebt allemaal ideeën, je hebt honderden films gezien en boeken gelezen en je denkt goed voorbereid ergens heen te gaan. Dan stap je uit het vliegtuig en dan denk je: ‘Nee, ik weet helemaal niets.’ Dan begin je helemaal opnieuw. Toen ik aankwam, ontdekte ik dat ik het circus niet los kan zien van het landschap. In de antropologie wordt landschap niet alleen gezien als natuur. Alles wat er in een omgeving gebeurt valt eronder. Sophie legt uit: ‘Als mensen bang zijn, zetten ze een hek neer. Dat hek zorgt voor een scheiding, waardoor mensen nog banger worden voor elkaar. Dat is een vicieuze cirkel waar je niet zomaar uitkomt. Dat is ook landschap. Wij worden gemaakt door het landschap, en we maken het landschap zelf.’ Dat wil de jonge filmmaker laten zien door de ogen van kinderen. ‘Hoe dat voorgemaakte landschap, waarin kinderen worden geboren, hun leven vormgeeft en hoe zij proberen een positie te nemen binnen het landschap, en hoe zij dat proberen te verbeteren voor elkaar.’

Tijdens de drie maanden dat Sophie bij het circus was, heeft ze elke dag gefilmd. Ze had al eerder films gemaakt, maar dit is het eerste project dat ze helemaal alleen deed en waarbij het proces én de film langer duurt. Sophie: ‘Ik vond het moeilijk om richting te blijven houden. De film kan nog alles worden en je bent in het wilde weg aan het filmen. Elke week maakte ik een montage van tien minuten. Aan de hand daarvan ben ik nieuwe vragen gaan stellen. Bij dat proces liep ik tegen dingen aan waar meer ervaren filmmakers minder tegenaan lopen: veel materiaal vond ik niet mooi of ontbrak.’

Het vertrouwen winnen van de kinderen was voor Sophie niet moeilijk. ‘Het hielp dat ik bij elke les meedeed. Ook assisteerde ik jonge leden. Daardoor werd ik een onderdeel van het circus. Omdat de kinderen de mensen van het circus erg vertrouwen, vertrouwen ze mij ook. Ik had mezelf voorgenomen om voor mijn film bij een zwart, een wit en een gekleurd kind naar huis te gaan. Dat is gelukt, maar was erg moeilijk. Dat komt omdat het circus op een afgelegen plek ligt. Je komt en je gaat. Elke deelnemer van het circus heeft zijn eigen drukke leven.’

Sophie vond het lastig om de leden van het circus voor zo’n lange tijd te volgen. ‘Ik had het gevoel dat ik veel nam van mensen, maar ik snapte niet zo goed wat ik teruggaf. Voor mijn gevoel gebruikte ik ze alleen voor mijn filmproces. Later kwam ik erachter dat ik wel veel teruggeef: ik heb bijvoorbeeld drie maanden voor ze gewerkt. Ook hoorde ik van een deelnemer dat hij het fijn vond om over onderwerpen als ongelijkheid en gevoelens te praten. Ze hebben geuit hoe dankbaar ze zijn.’

Tijdens het filmproces zingen de kinderen veel voor Sophie. ‘Ik weet niet hoe dat komt. Misschien omdat het een makkelijke manier is van communiceren. In plaats van praten kan je ook muziek maken. Net als met bewegen: daar hoef je ook niets te zeggen. In de film zit een videoclip van een deelnemer van het circus, Sifisto. ‘Hij heeft het nummer met zijn neef in de studio opgenomen. Hij zag mij met mijn camera, en vroeg of ik een videoclip voor hem kan maken. Hij had allemaal plekken in zijn hoofd: hij wilde persé op het basketbalveld filmen, wandelen door de wijk en had al zijn vrienden uitgenodigd. Ik heb de clip in de film gestopt omdat het de film iets luchtiger maakt. Ik wilde geen zwaar portret van die omgeving maken, ze hebben het ook gewoon heel leuk.’

‘Ik vond het moeilijk Zuid-Afrika te verlaten en terug te gaan naar mijn Fort Europa'

Het begrijpen van diefstal 

Tijdens haar verblijf bij het circus zijn twee van Sophies telefoons gestolen. De eerste werd gestolen tijdens een groot evenement dat georganiseerd was voor vierhonderd mensen die op het landgoed werken. De diefstal kon ze begrijpen. Sophie: ‘Mensen zijn erg arm en hebben niets. Ik heb het toestel getraceerd: hij is naar een township voorbij Kaapstad gegaan, wat meer dan een uur rijden is. Mensen werken heel hard om wat geld te verdienen. Als je dan zo’n waardevol object ziet liggen en je steekt het in je zak, dat kan ik ergens wel begrijpen.’ De tweede keer dat het gebeurde, had ze een telefoon geleend.

Op het circus is er veel over gepraat, ook klassikaal. Voor directeur Lionel was dit een lastig onderwerp. Hij ziet het circus als een plek van vertrouwen. In de film zegt Lelona dat zij denkt dat de witte mensen denken dat een zwarte deelnemer uit een township het toestel heeft gestolen. Sophie: ‘Maar ze heeft het er nog nooit met witte kinderen over gehad. Het racisme is op zo’n manier belichaamd, dat iemand dit voelt zonder dat er een gesprek over is geweest. De witte kinderen denken niet per se dat een zwart kind het heeft gedaan. Sommigen zeggen dat het met geld te maken heeft: iemand met minder geld zou sneller iets stelen. Dat zijn dan vaak zwarte kinderen. Lionel dacht dat het om een kleptomaan ging, omdat er ook gekke, niet waardevolle dingen verdwijnen, zoals sokken. Dat zijn twee manieren om ernaar te kijken.’ Sophie: ‘Die kinderen zijn, omdat ze in het circus zitten, erg bewust van de dingen die er gaande zijn. Dat vindt Sophie bijzonder. ‘Niet per se dat je het oplost, maar het doet de kinderen beseffen dat dit bestaat.’

Sophie: ‘Ik vond het moeilijk Zuid-Afrika te verlaten en terug te gaan naar mijn Fort Europa, waar ik mijn rustige, rijke leven verder kan leven. De omstandigheid van inwoners in Zuid-Afrika verandert er door mijn film alleen niet door. Dat vind ik moeilijk, maar ik moet me beseffen dat dat niet anders kan. Het enige wat ik kan doen is bewustzijn verspreiden onder mensen die hier niet elke dag mee geconfronteerd worden.’

'Als wij de wereld beter willen maken, moeten we bij onszelf beginnen.'

Racisme in Nederland

De regio waar Sophie heeft gefilmd, is een van de meest verdeelde delen van Zuid-Afrika. Hervormingen van het landschap blijken moeilijker dan tijdens de afschaffing van de Apartheid werd gehoopt. Sophie: ‘Toch zie ik wel veel verschillende mensen die hiermee bezig zijn en de plek leefbaarder willen maken.’ Die mentaliteit mist Sophie soms in Nederland. ‘Als wij de wereld beter willen maken, moeten we bij onszelf beginnen. Dat kan door bijvoorbeeld een social circus te beginnen waarin je kinderen van jongs af aan leert dat iedereen gelijk is. Alleen de omstandigheden waarin we worden geboren, kunnen anders zijn. Als je in Nederland begint over racisme, wordt vaak gelijk in de verdediging geschoten. ‘Ik ben geen racist!’ In Zuid-Afrika weten mensen vaak dat het niet persoonlijk is, maar dat het gaat om een proces in de samenleving. Verschillen tussen zwart en wit zitten in Zuid-Afrika veel meer aan de oppervlakte. Een township aan je linkerhand, een villawijk aan je rechterhand. Dat maakt het ook een plek waarmee je kan werken. Dat vind ik erg inspirerend.’

Reactie van de circusdirecteur

Sophie vond het eng om de film naar Lionel te sturen. Sophie: ‘Hij was erg positief, ontroerd en wilde de film het liefst aan de hele wereld laten zien. Hij wil bij het circus een speciale vertoning organiseren. Ook wil hij daarbij de ouders uit verschillende gemeenschappen bij elkaar brengen. Ik hoop dat mensen door mijn film geïnspireerd raken en zich bewust worden van dit soort processen in de samenleving en kritisch kijken naar hun eigen landschap.’

Tip voor andere jonge filmmakers

Sophie maakte The Juggler voor haar masterstudie visuele antropologie. Dit was haar eerste lange film die ze alleen maakte. Sophie heeft twee tips voor andere nieuwe makers. ‘Blijf open, blijf altijd onderzoekend kijken naar de dingen die je filmt. Pas daar je plan op aan.’

‘Als je in je eentje bezig bent met licht, geluid en het zoeken naar een goed kader, is het moeilijk om ook helemaal in iemands verhaal te duiken. Als ik dit nogmaals zou doen, zou ik meer mezelf vertrouwen als filmmaker door mensen durven te onderbreken om de technische kant ook goed te hebben. Ik moet niet bang zijn om mensen uit hun flow te halen, maar zeggen: ‘stop, kan je nog een keer deze gang doorlopen, en dan verder gaan?’

Sophie Kalker is nu bezig met een educatief project waarbij een klas in Amsterdam-Noord en in Amsterdam Nieuw-West met elkaar vloggen over hun wereld. Ook denkt ze na over een nieuwe film. ‘De volgende keer wil ik het proces meer als een filmmaker aanpakken. Ik zou graag met iemand anders willen filmen, omdat ik nog veel wil leren op het gebied van film maken. Ik wil graag een film maken over het Israëlische project Dreamdocors. Dat zijn een soort Cliniclowns die kinderen in het ziekenhuis vermaken. In dat ziekenhuis liggen Joodse en Palestijnse kinderen door elkaar. Ik ben benieuwd wat zoiets doet en hoe het is om in zulke heftige omstandigheden te moeten samenleven.'