News letter

Makers van Morgen

In september ben ik thuis

VPRO

Ieder jaar gaan er ongeveer honderd Nederlandse jongeren enkele maanden naar Frankrijk. Zij gaan niet op vakantie, maar doen mee aan het Project Ervarend Leren van Jeugdhulp. Hier werken zij aan hun zelfstandigheid en zelfvertrouwen op een boerderij, een manege of bij een plaatselijk horecabedrijf en krijgen zij persoonlijke begeleiding vanuit Jeugdhulp. Branco deed mee aan dit project.

Door: Wieneke van Koppen

Hoofdpersoon Branco
Makers Lotte de Jong en Huibert van Wijk wilden ontdekken hoe jongeren omgaan met de moment in hun leven waarbij het erom spant of ze het juiste of het foute pad opgaan. Tijdens hun afstudeerproject aan de HKU dachten zij al snel aan zorginstellingen voor ‘moeilijke’ jongeren en ze kwamen terecht bij het Project Ervarend Leren, van Jeugdhulp. Jeugdhulp koos enkele jongeren die zouden deelnemen aan het project voor hen uit. Branco was de eerste die ze spraken en hij was zeer enthousiast over het filmproject. Huibert van Wijk denkt dat dit komt omdat hij het leuk vond om een keer niet bekend te staan als het probleem, maar juist als een hoofdpersoon. ‘We hadden veel geluk met hem. Hij is wel een schavuit, maar ook erg likeable.'

De eerste twee weken waren Van Wijk en De Jong bij het project in Frankrijk. Hier zat Branco bij een gastgezin op een Franse boerderij, waar hij dagelijks meewerkte. Een Nederlandse begeleider van Jeugdhulp zit een paar dorpen verderop en helpt hem en andere jongeren bij strubbelingen en problemen. Later zijn de makers drie keer teruggekomen over een periode van een halfjaar. Ze hadden hier een strak schema en filmden de ene dag twee uur tijdens het paardrijden en een andere dag vier uur tijdens het werken. Structuur is belangrijk in dit project en alle filmmomenten waren vooraf gepland. Hoewel de planning strak was, is het gedrag van Branco en de mensen om hem heen niet gescript.

Er zitten weinig dramatische momenten in de film, meer frustraties en persoonlijke problemen van Branco. Waarom hebben jullie ervoor gekozen om de grootste drama’s niet in deze documentaire te tonen?

Lotte de Jong: ’We hebben niet alles gefilmd en Branco gedroeg zich vaak beter als wij er waren. Hierdoor hebben we sowieso minder drama kunnen filmen.’ Daarnaast geeft De Jong aan dat ze wilden tonen wat Branco’s problemen waren. Dat kan volgens de makers beter door kleine strubbelingen van Branco te filmen, bijvoorbeeld wanneer hij frituurt en dat niet wil lukken, dan wanneer ze grote ruzies opgenomen hadden. De Jong: ‘Branco is eigenlijk een hele lieve jongen, die zichzelf ongelofelijk in de weg kan zitten. Dat vonden we belangrijker om te laten zien dan een conflict.’

Huibert van Wijk vertelt verder: ‘Bij de jongeren die meedoen aan dit project moet je niet denken aan jonge delinquenten, ze mogen namelijk geen strafblad hebben. Veel van de deelnemers komen vanuit een slechte thuissituatie, kampen met (ex-) drugsproblematiek, zijn onzeker, beschadigd en hebben hun leven kortom niet op de rit.’ Niet iedere jongere met problemen kan aan dit project meedoen. Jongeren worden niet verplicht om hieraan mee te doen, maar het project is wel een soort ‘last resort’ voor jongeren die al aan veel projecten hebben meegedaan zonder succes.

Het risico dat jongeren negatief in de media verschijnen is aanwezig bij dit soort projecten. Wat vond Jeugdhulp van dit project en hoe zijn jullie hiermee omgegaan?

Lotte de Jong beaamt dat Jeugdhulp inderdaad een beetje huiverig was. ‘Hierom hebben we goede afspraken gemaakt met hen. Hoewel deze specifieke instellingen van Jeugdhulp, OCK Het Spalier in Nederland en Clé de Voute in Frankrijk, nog nooit aan een documentaire had meegewerkt, waren de afspraken helder en het contact goed.’ Van Wijk en De Jong hebben contracten ondertekend, maar ook aangegeven dat ze vrij wilden zijn in wat ze zouden tonen.

Huibert van Wijk: ‘Voor hen was de grootste angst dat de film Branco's project in de weg zou komen te zitten. Lotte legt uit hoe dit verliep: ‘Branco mocht alleen per brief contact hebben met familie, dus wij mochten ook niet met hem bellen als wij daar niet waren.’ De twee kijken een beetje weifelachtig en geven aan dat hij hen natuurlijk wel probeerde te bellen. Branco hoopte aanvankelijk ook wat voordeeltjes uit dit project te halen, zoals leuke afleiding van zijn werk en een paar Nederlandse contacten. Tevens probeerde hij de film soms in te zetten om niet te hoeven werken. Dit was niet altijd makkelijk voor de makers.

Hoe gingen jullie hiermee om?
Lotte de Jong: 'Wij zaten als makers in een zeer ingewikkeld parket: we moesten dealen met jeugdhulp, de bazin van de boerderij, Branco en uiteraard met onze eigen film. Bij iedereen moest je rekening houden met andere grenzen.' Tussendoor stopte Branco bijna met de film omdat hij daar geen trek meer in had. Van Wijk vertelt verder: ‘Normaal kun je direct met je hoofdpersonage praten, maar wij hadden Jeugdhulp als tussenschakel.’ Zij spraken met Branco en die gaf aan niet verder te willen. Toen ging de deur dicht. Lotte: ‘Uiteindelijk is Jeugdhulp weer een keer met Branco gaan spreken dat deze film een project zou zijn dat hij weer niet af zou maken, en dat het wellicht goed voor hem zou zijn om het toch wel te doen.’ Zijn begeleider in Frankrijk heeft er op deze manier een les van gemaakt voor Branco.
 

Gelukkig voor de film, maar ook voor Branco, besloot hij dit wel af te maken. Hoewel niet elke jongere mee zou doen aan deze film, heeft zijn deelname voor Branco wel goed uitgewerkt.

Lotte de Jong vertelt: ‘Branco wil heel graag, maar hij weet niet zo goed hoe. Hij vindt het moeilijk om naar zichzelf te kijken.’ De jongeren die meedoen aan dit project beginnen doorgaans enthousiast: ze denken een leuke, nieuwe ervaring in het buitenland tegemoet te gaan. Doorgaans werken ze een paar weken hard, maar daarna komt er een omslagpunt. Ze komen zichzelf tegen, bijvoorbeeld door de taalbarrière of door een conflict met de boerderijbaas en ze moeten vervolgens over de dip heen komen en verder gaan.
Huibert van Wijk: ‘Branco had dit omslagpunt al veel eerder. Hij zette twee weken lang zijn allerbeste beentje voor om zo goed mogelijk over te komen op beeld. Het was wachten tot dit gedrag hem zou gaan opbreken en dat gebeurde.’ In week drie klapte het bij Branco en viel hij terug in zijn oude gedrag. Samen met zijn begeleider ging hij verder werken aan zijn leerdoelen. Doordat hij zijn ‘crash’ eerder had dan andere jongeren, kon hij sneller aan de slag met zijn leerdoelen.

Na een intensieve periode van filmen en werken, is het project voor zowel Branco als Huib en Lotte nu ten einde. Zien jullie elkaar nog?
Aanvankelijk hebben Lotte en Huib duidelijke afspraken gemaakt met Branco en jeugdhulp om een werkrelatie te handhaven. Inmiddels, na de film, hebben de drie nog steeds contact. Huib: ‘Als het contact er is, is het ook goed. We bellen of appen soms met hem’ Na het project zijn de problemen niet weg. Branco woont nog niet op zichzelf en werk gaat ook niet altijd goed. Huibert van Wijk: ‘Wat ik wel heel tof vind, is dat het Frankrijkproject realistisch is. Ze geven aan dat jongeren niet compleet anders terugkomen, maar dat ze er wel van groeien. Op papier is het nog hetzelfde, maar als persoon is hij wel ouder geworden. Hij spreekt een beetje Frans en kan paardrijden, heeft iets meegemaakt en inmiddels ook een nieuw vriendinnetje. Zijn zelfvertrouwen is gegroeid.’

Tevens heeft hij van de film geleerd. Lotte de Jong: ‘Het was confronterend voor Branco om de film te zien. Hij was enerzijds trots en anderzijds realiseerde hij zich ook dat hij fouten had gemaakt. Na het zien van de film reed hij bijvoorbeeld nogmaals langs de boerderij om gedag te zeggen en zijn excuses aan te bieden voor slecht gedrag.’

De regisseurs
Van Wijk en De Jong hebben zich na de film afzonderlijk op commerciële opdrachten gericht. Huibert van Wijk maakt veel corporate video's. Lotte de Jong werkt als video-editor. Inmiddels zijn de twee ook weer toe aan een nieuw project dat ze weer gezamenlijk gaan uitvoeren. Lotte: 'We kijken zelf het liefst naar instituties waar je moeilijk binnenkomt. Momenteel willen we graag iets gaan doen met het asielzoekersdebat.'