Holland Doc

Diamond Dust

VPRO

Niet eerder vertoond: een kijkje achter de schermen van de Joodse diamanthandel in Antwerpen. Die ondervindt steeds meer concurrentie van handelaars uit India.

De diamanthandel van Antwerpen concentreert zich in de Joodse buurt vlakbij het centraal station. Hier wordt tachtig procent van de ruwe en veertig procent van de geslepen diamanten verhandeld. Maar de branche staat onder druk; de van oudsher Joodse diamanthandel wordt langzaam maar zeker overgenomen door Indiërs, zo blijkt uit de film Diamond dust.

De film geeft een verrassend en vermoedelijk uniek inkijkje in de – hoofdzakelijk Antwerpse – diamanthandel, een besloten wereld die voor de buitenwacht dan ook met een waas van geheimzinnigheid is omgeven. Diamond dust laat zien hoe die branche door de opmars van de Indiërs verandert; het accent verschuift van kwaliteit en vakmanschap naar kwantiteit en handel.

De diamanthandel in Antwerpen – omzet 23 miljard dollar per jaar – drijft op onderling vertrouwen, persoonlijk contact en familierelaties. Ons kent ons, de toon is even zakelijk als vertrouwelijk, de omgang met het kostbare edelgesteente lijkt achteloos. Wie ook maar de geringste verdenking van het schenden van de ongeschreven regels op zich laadt, wordt dan ook meteen en definitief uit die besloten wereld verbannen.

De Zuid-Afrikaanse mijncorporatie De Beers is overigens de machtigste speler in de branche; zij bepaalt het aanbod aan stenen en kiest zelf maandelijks de handelaren uit met wie zaken worden gedaan. Dat zijn steeds vaker Indiërs; zij nemen vooral veel kleine en kwalitatief mindere stenen af en laten die in Mumbai goedkoop slijpen waardoor er toch winst kan worden geboekt.

Inmiddels vindt tachtig procent van het slijpwerk in India plaats. ‘Het ziet eruit als zout,’ zegt handelaar Bobby Low in de film vol misprijzen over een partijtje miniscule steentjes, ofwel diamond dust. ‘Het is stront.’

Nu in Antwerpen geen kleine stenen meer worden geslepen, wordt ook geen expertise meer opgedaan voor het bewerken van grote stenen. Ambachtelijkheid en vakkennis gaan verloren, de handel is bepalend. Slijper Wolf Ollech, na de talmoedschool in het diamantwezen beland, omschrijft zijn werk als volgt: God heeft de wereld met opzet onvolmaakt geschapen, zo ook de diamant. Het is zijn taak als slijper om vervolgens de zuiverheid naar boven te halen. De Indiër Dilip Mehta, oprichter van Rosy Blue en een van de grote handelaren, ziet het vooral praktisch; Indiërs houden van grote aantallen en van handel.

Filmmaakster Aida Grovestins las in de International Herald Tribune dat het in tien jaar afgelopen zou zijn met ‘Antwerpen’. Ze probeerde het daar eerst via de Hoge Raad voor de Diamant, maar kreeg pas belet via een bevriende diamantair in ruste. Met veel geduld en doorzettingsvermogen won ze het benodigde vertrouwen en kon na anderhalf jaar gaan filmen.

‘Misschien was het zelfs wel een voordeel dat ik niet Joods ben. Als buitenstaander kon namelijk van mij niet worden verwacht dat ik weet heb van de verschillende stromingen en gevoeligheden die in de gesloten Joodse gemeenschap van Antwerpen een grote rol spelen.’

Maarten van Bracht
 

Regisseur: Aida Grovestins