Docudramaserie over internationaal tafeltenniskampioen, rokkenjager en ondernemer Robert Hosé. Opgegroeid in één van de armste wijken van Curaçao, werd de bevlogen, charismatische, Nietszche lezende sportheld begin jaren 70 hét rolmodel van een nieuwe, zelfbewuste generatie zwarte Antillianen.

Aan de hand van interviews, archiefbeelden en nagespeelde scènes krijgt de kijker inzicht in de mythevorming rondom Hosé en zijn roerige leven. De hoogte- en dieptepunten van zijn leven en die van Curaçao blijken nauw met elkaar verweven…

De driedelige docu-dramaserie De droevige kampioen is geïnspireerd op het gelijknamige boek van Jan Brokken.

Regie: Sander Burger

‘Hij is bigger than life, maar leeft al wel veertig jaar op straat.’

In gesprek met regisseur Sander Burger

Tekst: Martha Bulten

Hoe kan een tafeltennislegende, een rolmodel voor iedereen, afzakken naar een drugsbestaan? Ondanks het opgelopen trauma in zijn kinderjaren, weet Robert Hosé meerdere keren tafeltenniskampioen van Curaçao te worden en mag hij over de hele wereld spelen. In De droevige kampioen, een docudrama-serie, heeft acteur Anton de Bies de rol van Hosé. In drie afleveringen laat regisseur Sander Burger (1975) een sportheld zien die alles lijkt te hebben, vrienden, familie en invloed. Toch vindt Robert dat drugs de enige uitweg zijn. 

De droevige kampioen is gebaseerd op het boek, met dezelfde titel, van Jan Brokken (1949). Het hoofdpersonage in het boek, Riki Marchena, is gebaseerd op Robert. Hosé en Brokken hebben elkaar ontmoet op Curaçao toen Robert aanbood om Jans auto te wassen in ruil voor geld om drugs te kopen. Ze raakten aan de praat en aan de hand van Roberts anekdotes, interviewde Jan de familie en vrienden om zo de basis voor het boek te leggen. 

Waarom spreekt Hosés verhaal jou zo aan?
‘Het is een heel mooi, tragisch verhaal over de val van een held. Iemand die zo’n dramatische, volhardende keuze maakt, dwingt je om na te denken over je eigen leven. Op die manier houdt Robert alle mensen een spiegel voor. De serie bevat voor veel Nederlanders en ook Antillianen nieuwe informatie. Dit is een ander beeld van Curaçao dan zij gewend zijn. Het is een universeel verhaal over een man met een dubbelleven. Maar wel in de vorm van docudrama, omdat ik de mythe wilde laten zien en hoe iedereen op een andere manier naar één persoon kan kijken. Het klinkt gek, maar ik heb er geen grotere bedoeling mee dan wat ik heb laten zien. Het is nu een mooi tijdsdocument geworden van een leven én een eiland.’

‘De manier waarop Jan in contact is gekomen met Robert, vind ik heel fascinerend. Die fascinatie kreeg ik ook op het moment dat Anton inzag dat de zwerver die hij altijd ziet lopen op het eiland, die lange man met dat been, een grootheid was. Niemand verwacht dat die man zo’n geschiedenis heeft en dat vind ik als filmmaker een spannend uitgangspunt. Ik kan dan spelen met verwachtingspatronen. De serie begint ook bewust met het tonen van Robert op dít moment met daaronder de voice-over van Brokken die vertelt over Roberts hoogtijdagen. Dat is al meteen zo’n spanningsveld: gaat dit over déze man? Van daaruit wilde ik de mythes rondom deze persoon ontrafelen.’

Op de Antillen was hij heel bekend, toch?
‘Ja, hij wás heel erg bekend. De oude generatie, mensen die in de jaren ’60 of ’70 jong waren, kennen hem allemaal. Hetzij als tafeltennisser, als businessman of bekende Antilliaan. Maar de jongeren zijn hem inmiddels wel vergeten. Antons opa vertelde vroeger verhalen over Robert en tafeltennissen. Maar Anton had dat niet onthouden, want hij had zich nooit gerealiseerd dat dat over die man ging. Dat is dus de tragiek als je al veertig jaar op straat leeft. De herinnering vervaagd.’

Dus, je wilde twee kanten van de medaille blootleggen?
‘Ik heb hier ook een zwerver die elke dag langs mijn huis loopt. In de morgen richting de stad en ’s avonds weer terug. Ik ben dan echt heel benieuwd wat het verhaal achter die man is. Ik krijg de neiging om hem aan te spreken. Brokken heeft dat in zijn boek al uitgebreid gedaan met Robert en daarom was dat een makkelijk startpunt voor mij. Ik heb dat dunnetjes overgedaan door veel Jans bronnen te gebruiken. Mensen die hij destijds geïnterviewd heeft, zitten ook in de serie. De aanpak is in principe hetzelfde geweest. Alleen heeft Jan toen nog weken met Robert opgetrokken; dat heb ik niet gedaan. Ik heb geprobeerd Roberts verhaal met fictie tot leven te wekken.’

Deze serie is gebaseerd op het boek, met dezelfde titel, van Jan Brokken. Wat zijn de verschillen tussen het boek en de serie? 
‘De verschillen tussen Riki in het boek en Robert in het echte leven zijn minimaal. Ik heb niet alle verhalen kunnen checken, omdat het onmogelijk was sommige bronnen te achterhalen. Sommige mensen zijn nu overleden of verhuisd. Voormalig minister-president van de Nederlandse Antillen, Miguel Pourier, was heel interessant geweest. Helaas is hij al overleden, maar in het boek komt hij wel aan het woord. Hij was tenniskampioen van het eiland, maar is toen verslagen door Robert. In de laatste aflevering wordt er verteld dat hij zich afvraagt hoe het kwam dat hij minister-president is geworden en Robert in de goot ligt, terwijl Robert de veel grotere kampioen is.’

Waarom heb je voor de vorm ‘docudrama’ gekozen? 
Oorspronkelijk was het een fictie-dramaserie. De dag vóórdat we het gingen indienen bij het Mediafonds, werd besloten dat er geen drama meer gemaakt mocht worden voor NPO2. Dus ik kon twee jaar werk weggooien. Maar ik vond het té mooi om er niks mee te doen. Toen realiseerde ik me dat het gebaseerd is op een waargebeurd verhaal en dat er misschien wel een andere optie was om het project alsnog te verfilmen. Ik wist tot dan toe niet wie er achter Riki Marchena zat, dus ik heb Jan gebeld of hij zijn bronnen wilde vrijgeven. Kort daarna sprak ik op Curaçao een producent die mij geholpen heeft om de verschillende hoofdpersonen uit Jans boek te traceren. Met die informatie die ik toen verzameld heb, is dit scenario geschreven. Uiteindelijk is dit een vorm die veel beter past bij het boek. Soms heb je dat dingen via een omweg tóch op je pad komen. Vaak is het zo dat je ontzettend moet trekken om iets van de grond te krijgen. Ik moet eerlijk zeggen dat, toen ik eenmaal voor deze vorm gekozen had, dat bij dit project uiteindelijk vrij soepel op z’n plek viel.’

'Uiteindelijk is dit een vorm die veel beter past bij het boek.'

Sander Burger

Anton de Bies speelt in de serie Robert/Riki. Waarom heb je voor hem gekozen?
‘Ik had voor de film ‘Mi Kulpa’ het scenario geschreven. Dat was de eerste film van Shariff Korver, dus hij vond het fijn als ik meeging naar Curaçao. Daar ontmoette ik de hoofdrolspeler Anton. Ik was onder de indruk van hoe hij acteerde zónder opleiding. Inmiddels heeft hij de Toneelacademie Maastricht afgerond. Hij was heel intuïtief en zijn cameraoptreden trok mij aan. Anton heeft die natuurlijke charisma, energie en spontaniteit die Robert ook heeft als hij niet aan de drugs zit.’

De vrienden en familieleden van Robert hebben uiteenlopende herinneringen. Wat zou je de kijker mee willen geven als herinnering aan hem?
‘Ik heb Robert op veel momenten meegemaakt; ook als hij net had gebruikt. Maar ondanks alles wat je weet, wordt hij geen slachtoffer. Het is geen zielige man. Het is iemand die echt voor dit leven heeft gekozen, voor zover je dat kan zeggen van iemand die een trauma heeft. Robert heeft van alle kant hulp gekregen. Hij kon zo van de straat naar een bejaardentehuis, maar hij vond het goed op deze manier. Daarom was het interview met Robert het allereerste wat ik heb gefilmd. Als hij zou overlijden voordat ik hem had gesproken, zou ik mezelf door m’n kop schieten.’

‘Dat was ook de enige keer dat ik hem welbespraakt voor de camera kreeg. Ik was enorm onder de indruk, want het is een ontzettend grappige, intelligente man. Het feit dat hij met zoveel zelfspot over zichzelf kan praten; ik kan niks anders zeggen dan dat hij geen zielige man is. Alle mensen die ik heb gesproken, snappen er ook niks van. Maar ze hebben nog steeds bewondering en respect voor hem. Ik vind het in die zin een atypisch verhaal.’

'Het feit dat hij met zoveel zelfspot over zichzelf kan praten; ik kan niks anders zeggen dan dat hij geen zielige man is.'

Sander Burger

Waarom is Robert Hosé voor jou de droevige kampioen?
‘Ik vind het heel mooi dat zijn omgeving hem droevig vindt, maar Robert niet. De titel is ook een verwijzing naar Don Quichot, ‘De ridder met het droeve gelaat’. Waarom zou je vanuit zo’n eiland zonder tafeltennisgeschiedenis wereldkampioen willen worden? Die ridder-allure zie je ook terug in de anekdotes over Robert. Hij is bigger than life, maar leeft al wel veertig jaar op straat. Hoe je het ook wendt of keert, het is heel droevig om hem op straat te zien strompelen. Maar misschien zegt dat meer over ons dan over hem.’