3LAB: Als je later groot bent

Als je later groot bent

AVROTROS

3LAB: Als je later groot bent

Als je later groot bent

AVROTROS

Forenzen zijn onderweg naar hun werk in de file en in de metro. In enorme kantoorpanden zitten mensen achter identieke computers de hele dag te typen. Fabriekswerkers sorteren in eindeloze herhaling bloembollen aan een lopende band. Het zijn allemaal beelden die voorbij komen in Max Baggermans conceptuele afstudeerfilm 'Als je later groot bent'.

Als je later groot bent beschouwt de werkende mens gedurende een werkdag. De stilte en afstand binnen de film creëren een absurdistisch portret dat je doet afvragen wat het betekent om mens te zijn in een door werk gedreven samenleving.

De film won 5 juli de VPRO-documentaireprijs 2019. Deze prijs werd voor de twaalfde keer uitgereikt aan de beste eindexamendocumentaire van de Nederlandse Filmacademie. De jury gaf aan: ‘De beeldtaal wordt consequent doorgevoerd en de muziek en het ritme van de montage brengen een mooie emotionele gelaagdheid. Met minimale middelen krijgt de kijker de ruimte om zelf na te denken over hoe we in het leven staan.’ 

Interview met de maker

Als je later groot bent: Max Baggerman

Eind vorig jaar werd Max Baggermans (1990) zoon geboren, wat naast een roze wolk ook een existentiële crisis met zich meebracht. ‘Ineens moet je heel stabiel zijn, waardoor je je veel meer zorgen maakt over de toekomst en je financiële situatie. En die lag er, doordat mijn studiefinanciering werd stopgezet, wat beroerd bij.’

Tekst: Anne van Blijderveen

Door deze gebeurtenissen kwam hij op het idee voor zijn afstudeerfilm Als je later groot bent. ‘Ik wilde een film maken over werk. Want als je naast de zorg voor je zoon ook nog eens veertig uur moet werken en misschien ook eens een boek wilt lezen, is je tijd gewoon op. Daarom verbaas ik me er zo over dat we bijna allemaal meegaan in het ritme van zo’n werkweek.’

Je hebt je sterk laten inspireren door Nikolaus Geyrhalter (regisseur van Our Daily Bread, red.). Waarom wilde je een film in zijn stijl maken? En wat is dan jouw eigen stijl?
‘Nu ik nog een laatste film kon maken binnen de veiligheid van de Nederlandse Filmacademie wilde ik eens een minimalistische vorm uitproberen; observerend en met strakke kaders zodat de film zich meer bij de kijker zou afspelen dan op het scherm.’

Maar jouw film is niet enkel observerend, er lijkt wel degelijk kritiek op de maatschappij in te zitten.
‘Dat klopt. Ik heb het wat cynischer ingestoken. Als de camera in de film zich op personen richt, wil ik het publiek graag een spiegel voorhouden: ‘ben je echt gelukkig zo?’ En volgens mij hangt het af van de gemoedstoestand van de kijker wat het antwoord is. Zo heb ik, grappig genoeg, heel veel mensen gehoord die na het zien van mijn film heel blij waren met hun baan.’

Nu heb je een film gemaakt in de stijl van Geyrhalter, maar wat is dan de Baggerman-stijl?
‘Het is denk ik nog wat te vroeg om te zeggen wat mijn eigen stijl is, maar ik weet wel dat ik heel graag voor mijn volgende film de verschillende stijlen uit Als je later groot bent en Rustzoeker wil combineren. Iets wat meer tegen het werk van Michael Glawogger, nog een Oostenrijker, aan schuurt; meer gestileerd.’

Rustzoeker is jouw derdejaars film en geprogrammeerd voor Makers van Morgen. In een interview over die film zeg je: ‘Ik vind het heel vervelend dat ik voortdurend moet meedoen aan allerlei regels. Je moet de hele tijd verantwoording afleggen en meedoen aan dingen waarvoor je helemaal niet gekozen hebt.’ Is dit een lijn in jouw werk?
‘Ik denk wel dat die lijn er is. Er zit wel iets anti-conformistisch in mij en ik heb het gevoel heel veel te moeten. Dit stak tijdens het maken van Als je later groot bent ook weer de kop op. Ik had namelijk te veel tijd om na te denken tijdens het draaien. Voor een scène heb ik vier uur lang een file staan filmen vanaf een brug. Dan ga je malen over hoe je je leven wilt leven en steekt de angst op dat je film niet goed genoeg gaat zijn. Ik was bang of ik wel een goede filmmaker zou kunnen worden.’

Maar jij en je crew hebben de VPRO Documentaire Prijs én de KNF Juryprijs gewonnen. Neemt dat niet iets van je onzekerheid weg?
‘Jazeker! Ik voel me erg gesterkt door het winnen van deze prijs. Al denk ik dat als ik de prijs niet had gewonnen dat het ook wel goed was gekomen. Maar het is wel een enorme stimulering, ik heb hierdoor het gevoel wel degelijk iets te kunnen. Alleen vind ik het tegelijkertijd ook jammer dit te moeten concluderen, want dan is dit gevoel afhankelijk van externe factoren.’

Wat was het aandeel van je crew bij het maken van deze prijswinnende film? 
‘Deze film is echt een gesamtkunstwerk. Iedereen moest zijn eigen expertise toevoegen aan dit project en met eigen ideeën komen. Doordat het zo’n minimalistische film is, komen het camerawerk, de montage en de muziek onder een vergrootglas te liggen. Daarom hebben we heel sterk samen naar oplossingen gezocht. En de muziek van Annelotte Coster sleept je echt door de documentaire. Het is de narrator van de film geworden.’

Wat gaan jullie met de prijs doen?
‘Je mag als crew een filmfestival in Europa uitkiezen en het bezoek daaraan wordt helemaal vergoed. Waarschijnlijk gaan we naar Kopenhagen.’

En als laatst: wat hoop je dat mensen uit jouw film halen?
‘Ik hoop heel erg dat ik hen een spiegel kan voorhouden. Dat ze zullen reflecteren op hun werkende bestaan. Hopelijk spoort dat mensen aan om andere keuzes te maken in hun leven!’