2Doc

JC

VPRO

JC is een volledig uit archief opgebouwde documentaire over Johan Cruijff. Door meer te focussen op de mens dan op de voetballer en gebruik te maken van zijn eigen uitspraken ontstaat een psychologisch portret van een van de grootste Nederlandse voetballers. JC wordt uitgezonden op de avond van wat zijn 75ste verjaardag zou zijn geweest.

Cruijff is een legende, die bij leven al de bijnaam De Verlosser kreeg. Hij was een weergaloze speler en een groot tacticus, die met zijn filosofie eigenhandig het betaalde voetbal onherkenbaar veranderde. Ook na zijn actieve loopbaan bleef hij onnavolgbaar, als trainer, als analist, als belichaming van de Ajax-doctrine, die over de hele wereld school heeft gemaakt.

In JC ligt de focus meer op de mens dan op de voetballer. Wie was Cruijff als mens? Wat dreef hem? Waarvan was hij uit het veld geslagen? Door gebruik te maken van zijn eigen uitspraken in interviews ontstaat een psychologisch portret, dat zijn hele leven beslaat.

Vanaf zijn eerste stappen in het betaalde voetbal in 1964 werd Cruijff omarmd door de pers, die in hem een ideaal onderwerp zag: altijd goed voor een pakkende quote, soms ook voor raadselachtige uitspraken, charmant als het kon, vilein als hij vond dat het moest. Cruijff en de media, het is een soms wrange liefdesgeschiedenis die tot aan zijn dood op 24 maart 2016 zou voortduren.

Regie: David Kleijwegt

‘Vóór Cruijff zou een presentator nooit aan een sporter vragen wat hij belangrijk vindt aan een auto.’

In gesprek met regisseur David Kleijwegt

Elmar Veerman

Nóg een documentaire over Johan Cruijff? Ja, maar deze is anders, zegt regisseur David Kleijwegt. Noem het vooral geen voetbalfilm.

Hoe lang wilde je deze film al maken?

'Eigenlijk sinds ik WILLEM heb gemaakt. Dat was in 2018, of nou ja, uitgezonden in 2019, toen werd Willem van Hanegem 75. Ik maakte een aflevering van Andere Tijden Sport met alleen maar archiefmateriaal. Dat was misschien helemaal niet zo’n hemelbestormend idee, voor een geschiedenisprogramma, maar was voor het eerst en het beviel wel. Dat kunnen we veel vaker toepassen op sportfiguren, zeiden ze bij de redactie. Maar ik dacht: nee, dat gaat helemaal niet. Het kan eigenlijk nog maar bij eentje.'

Maar het is geen aflevering van Andere Tijden Sport geworden.

'Nee, het werd wat ambitieuzer, met subsidie enzo. Dus dan schrijf je een plan, ga je fondsen werven, een omroep enthousiast maken. Dat werd de VPRO. Niet de eerste omroep waar je aan denkt bij een sportfiguur, maar we zetten hem niet op die manier neer. De film gaat over de mediafiguur Cruijff. Zijn opkomst viel samen met de opkomst van de massamedia. Dat loopt parallel aan elkaar. Vóór Cruijff zou een presentator nooit aan een sporter vragen wat hij belangrijk vindt aan een auto. Wij zijn dat gewend, we leven in het talkshowtijdperk waarin de gasten ook buiten hun eigen gebied meepraten, maar het is niet altijd zo geweest.'

Dat fragment waarin Mies Bouwman aan Cruijff vraagt wat hij een goede auto vindt, wat wilde zij daar eigenlijk mee, denk je?

'Ja, daar heb ik wel theorieën over… omdat hij zo glimmend de merknaam van de auto zegt, denk ik dat hij hier een gratis auto aan heeft overgehouden. Dat het een van zijn voorwaarden was om mee te doen. Zou wel bij ‘m passen.'

Hoeveel tijd heeft het maken van deze film gekost?

'Ja, veel. Er is enorm hard aan gemonteerd. Voor zo’n uitzending van Andere Tijden Sport heb je vijf montagedagen, en dit is een veelvoud ervan.'

Zo veel dat je geen hard getal durft te noemen?

'Ja. Nou, bij een normale documentaire is het tussen de veertig en vijftig dagen, maar archief is minder wendbaar. Dan duurt het gewoon langer. Dus dat zou je eigenlijk dubbel moeten doen. Dat hebben we niet gebruikt, maar dat is wel waar je rekening mee moet houden.'

Had je voorbeelden van archieffilms die je geinspireerd hebben?

'Er zijn wel mooie films volgens dit stramien gemaakt, samengesteld uit archiefbeeld waarbij ook de eigen visie van de maker naar voren komt. Ik kan me een film over Serge Gainsbourg herinneren die dat mooi deed. En een over Maradona, en over Senna, maar dat zijn toch weer andere films. Omdat die drijven op echt drama. Maradona was een voetballer met heel veel talent. Die moest vallen. En dat deed hij in Napels, waar hij ook een held werd. Dan heb je bijna speelfilmachtige narratieve lijnen, die heb je bij Cruijff niet. En als ze er wel waren, hebben we ze bewust buiten de film gelaten. We hadden er namelijk niet zo veel fiducie in dat dat iets nieuws zou opleveren, en bovendien: als je zo’n kwestie wilt aankaarten, moet je het van begin tot eind gaan vertellen. En dan bepaalt dat je hele montage. Dat wilden we niet. Een voetbalfilm moest het ook niet worden, daar kwamen we gaandeweg achter. Eerder het omgekeerde: wat hou je over als je het voetbal ervan afhaalt?'

'We wilden iets anders uitdrukken: hoe Cruijff dit mediabombardement heeft ervaren. Dat gaat dus van die jongen die zegt dat hij schoolkrantinterviews heerlijk vindt tot ‘ik heb de pers niet meer nodig, zij mij wel.’ Min of meer chronologisch, maar niet precies.'

Had je een plan waar je materiaal bij zocht of bepaalde wat je vond ook hoe de film werd?

'Ik zal bij het begin beginnen. Ik wilde drie bronnen gebruiken: beeld en geluid samen, alleen geluid – dus radio – en geschreven interviews. Het eerste spreekt voor zich, het tweede is vooral waardevol omdat mensen bij de radio op een andere manier spreken, vaak rustiger, en prettig breedsprakig. En die derde lijn: er zijn ook een aantal fantastische interviews verschenen, waaronder bijvoorbeeld met Ischa Meijer. Zijn de opnamen daarvan bewaard gebleven, is dan de vraag. Dat was helaas niet zo. Maar het heeft ons wel op andere gedachten gebracht. En met die gedachten ga je dan monteren.'

'Dus je hebt een intuïtieve kant en een beredeneerde kant, en die vechten steeds om voorrang. Uiteindelijk is het wel ongeveer geworden zoals ik het voor ogen had, hoewel ik moet zeggen dat Cruijff er sympathieker uitkomt dan ik van tevoren had gedacht. Op de een of andere manier begrijp ik beter wat het betekent om zó overrompeld te worden door die pers de hele tijd. Dat je denkt: Fók, je zou ‘m toch zijn!'