IDFA Primeur

Jason

VPRO

Een pijnlijk eerlijk portret van de 22-jarige Jason, die traumatherapie ondergaat. Het is het derde en laatste deel van Maasja Ooms’ trilogie over de falende Nederlandse jeugdzorg.

Filmmaker Maasja Ooms volgt Jason van heel nabij terwijl hij worstelt met de psychische effecten van een traumatische jeugd, die alleen maar groter werden nadat hij op zestienjarige leeftijd door jeugdzorg werd opgesloten. Tijdens de hevige therapiesessies wordt duidelijk hoe gekwetst hij is en hoe ingrijpend de gevolgen zijn van verkeerde afslagen binnen de opvang.

De liefde- en respectvolle camera van Ooms brengt Jason niet alleen als slachtoffer in beeld, maar laat ook zien hoe hij zijn ervaringen gebruikt om te zorgen dat anderen niet hoeven te ondergaan wat hij heeft meegemaakt. Die missie geeft hem de onwrikbare wil om beter te worden en de kracht om zich, hoe moeilijk dat soms ook is, van zijn kwetsbaarste kant te laten zien.

Regie: Maasja Ooms

In de podcast '2Doc belt met Boeijen'

Inside IDFA aftertalk met Jason

Is gesloten jeugdzorg wel de juiste behandelmethode voor kinderen die al getraumatiseerd en beschadigd zijn? In deze thema-uitzending gaat Nadia Moussaid in gesprek met direct betrokkenen.

'Maar kijk, ik ben er ook niet voor de oplossing, ik ben filmmaker.'

in gesprek met regisseur Maasja Ooms

Elmar Veerman 16-11-2021

De komst van Maasja Ooms leidt kort tot consternatie in de Amsterdamse koffiesalon: oorverdovend geblaf van een kleine hond die zich kennelijk bedreigd voelt door haar grote viervoeter. Die zelf gelukkig een baken van rust blijft. We gaan boven zitten, buiten bereik van de blaffer.

Jason is de laatste film van je drieluik over de jeugdzorg, na Alicia en Rotjochies. Was het vanaf het begin je doel om een drieluik te maken?
Nee, dat is zo ontstaan. Met Alicia begon ik omdat ik een portret wilde maken van een meisje dat zich zou gaan binden aan nieuwe pleegouders. Maar dat gebeurde niet, want die pleegouders kwamen er nooit. Ik zou haar uiteindelijk drie jaar volgen, en je zag toen hoe ze afgleed in het systeem, een systeem waarin een kind eigenlijk verantwoordelijk wordt gehouden voor haar gedrag. Dat gaat natuurlijk niet goed. Bij die film heb ik samen met Willemijn, de producent, een heel impacttraject georganiseerd van tien discussieavonden over de jeugdzorg, en hoe die beter kan. Op de laatste avond stond Jason op in de zaal om de wethouder van Utrecht weerwoord te geven, en iedereen dacht: hee, wat een mondige jongen, wie is dat? Ik natuurlijk ook. Zo zijn we in contact gekomen, en bevriend geraakt. Hij was toen net twintig, en volop bezig met zijn missie om het opsluiten van kinderen te stoppen. Toen hebben we samen onderzocht of er een film in zijn verhaal zat. Dat was veelbelovend, maar het ging in die tijd met Jason zo ontzettend slecht! Hij was suïcidaal, ik haalde hem soms op van crisisplekken. Het greep me gewoon naar de strot, en ik dacht: ik ga geen film maken over iemand die zichzelf van het leven berooft. Dat vond ik gewoon te heftig en… echt niet mogelijk, voor mezelf. Ik kon daar niet naar kijken. En laat staan er een camera op zetten.

Maar je hield wel contact?
We hielden contact. Ik heb in die tijd ook wel geleerd van Jason, hij zei: het is mijn lichaam, het is mijn leven, ik mag zelf beslissen of het levend is of dood. Daar ben ik natuurlijk wel heel veel over gaan nadenken. Ik denk dat je daar niks tegen in kan brengen. Maar dat maakte nog niet dat ik dat dan vast kon leggen. Een paar jaar later vond hij een behandeling… want hij zócht al heel lang naar traumatherapie, maar niemand wilde hem helpen, omdat hij suïcidaal was. Niemand wilde daar z’n handen aan branden.

Wacht even, wat zeg je nu? Dit klinkt niet logisch.
Voor hem ook niet. Want hij zei: dat is toch juist een bijproduct van depressie, angst en trauma?

Wat is het dan? Willen ze hun succespercentage niet te laag hebben of zoiets?
Ja. Maar deze partij wilde het wél aangaan. Die hebben de angst niet laten regeren. Dat is ook bewust zo gezegd. Ze hebben zelfs de camera toegelaten, ook omdat ze vertrouwen hebben in het proces. En dat gaf mij, vooral dat laatste, ook weer vertrouwen om wel dit pad met Jason te bewandelen.

'Als je iemand opsluit, geef je hem het idee dat-ie schuldig aan iets is. Dat komt in alle drie mijn films wel terug op de een of andere manier.'

Maasja Ooms

In de film laat je wel een beetje zien wat het inhoudt, die therapie, maar kun je daar iets meer over zeggen, hoe dat werkt? EMDR heet het toch?
Ja. Wat deze mensen doen is je aan het traumatische beeld laten denken en tegelijkertijd zo veel afleiding bezorgen, dat in je werkgeheugen eigenlijk niet genoeg ruimte is en waardoor dat trauma dan wegvalt. Bij Jason werken ze aan de trauma’s die hij heeft opgelopen in zijn jeugd thuis, maar ook in de gesloten jeugdzorg, nadat hij op z’n zestiende was opgenomen. En dat horen die therapeuten veel vaker.

Een van de aanbevelingen na Alicia was: niet het kind uit het gezin halen, maar het hele gezin behandelen. Zou dat in dit geval ook hebben gewerkt?
Nou, Jason zei het zelf heel mooi. Dat heeft de film niet gehaald, maar hij zei: “waarschijnlijk als ik later kinderen krijg, zullen die ook in de jeugdzorg komen, want ik ben niet geholpen. Mijn ouders waren ook niet geholpen.”

Zou het dan beter zijn geweest om zijn vader en broer, die hem mishandelden, te betrekken in een behandeling?
Nou, nu konden ze in elk geval vrij ongeremd hun gang gaan. Maar kijk, ik ben er ook niet voor de oplossing, ik ben filmmaker. En ik denk dat dat ook belangrijk is, want deze kinderen hebben geen woordvoerders. Ze worden opgesloten, en niemand hoort ze meer. Als je iemand opsluit, geef je hem het idee dat-ie schuldig aan iets is. Dat komt in alle drie mijn films wel terug op de een of andere manier. Alicia wordt opgesloten, de kinderen in Rotjochies hangt het boven het hoofd, en Jason heeft het een jaar lang meegemaakt en is er zwaar door getraumatiseerd en woest over. En ja, ik deel dat wel. Dat is geen zorg. Dat is géén zorg. Wat ik wel een mooie uitspraak vond was van Else-Marie van den Eerenbeemt, die hebben we voor de impactbijeenkomsten van Rotjochies gevraagd. Zij is gespecialiseerd familietherapeut, zij zei: “je kunt een kind niet redden van de ouders, alleen met de ouders.” Dat deel ik wel.

Tekst gaat verder onder afbeelding

Als kijker zie je dat Jason in transitie is, van meisje naar man. Is dat belangrijk voor de film?
Nou, het was gewoon een feit. Ik wilde ook gewoon laten zien hoe die jongen leeft en wat er nog meer in zijn leven gaande is. Bovendien vond ik het zelf wel een mooie metafoor… niet dat het oorzakelijk is, maar dat hij zich eigenlijk sterkt.

Is die transitie ook een manier voor hem om afstand te nemen van z’n traumatische verleden?
Ik kan het absoluut niet voor hem invullen. Ik kan me voorstellen dat het meehelpt, maar ik denk zeker niet dat het de réden is. Ik vond het ook ontroerend; het is een jongen die het alleen opneemt voor getraumatiseerde leeftijdgenoten, en dan ook nog eens zo’n operatie ondergaat. Zo’n hele transitie. En ook nog eens met z’n studie bezig is. Ik vind dat heel heldhaftig. Het is allemaal onderdeel van het verhaal van iemand die, denk ik, gewoon ongelofelijk sterk is. Dat wil ik natuurlijk ook uitdrukken.

Gaat hij door die missie en die passie niet een beetje op jouw stoel zitten? Ik bedoel, is dit meer zijn film dan eerdere films dat van hun hoofdpersonen zijn?
Op een bepaalde manier is het natuurlijk een film van ons tweeën. Ja, dat denk ik wel. Kijk, ik heb geen pamflet willen maken, maar ik heb invoelbaar willen maken… hoe het is als je zwaar getraumatiseerd opgesloten wordt. Dat heb ik gewoon invoelbaar willen maken. En dan op een manier die zorgt dat de kijker zelf tot een antwoord komt op de vraag of het wel goede zorg is om kinderen op te sluiten.

Wat ik trouwens ook doe, is vaak gewoon praten als ik film, maar dat dan niet gebruiken in de film. Want dan voelt iemand zich niet alleen maar bekeken.

Maasja Ooms

Je filmt alles zelf. Doe je dan ook het geluid zelf?
Ja, ik vind het belangrijk dat er veel intimiteit is. Het maakt wel dat het voor audionabewerking bijzonder veel werk is. Maar ik denk dat als je daar met drie man staat, dat gaat ‘m niet worden. Die vertrouwensband is essentieel. Dat was bij Rotjochies ook zo. Wat ik trouwens ook doe, is vaak gewoon praten als ik film, maar dat dan niet gebruiken in de film. Want dan voelt iemand zich niet alleen maar bekeken. Het is belangrijk dat iemand voelt dat je contact maakt, vind ik. En dat knip je er dan gewoon uit.

Je valt dus niet echt weg tegen de achtergrond.
Het is niet echt ‘fly on the wall’ nee. Ik noem het participerende camera. Zo voelt het voor de kijker niet. Maar zo is ’t wel gemaakt.

Blijft het bij dit drieluik? Of kan het ook nog een vier- of vijfluik worden?
Nou, als ik nog twee dingen zou willen vertellen over de jeugdzorg, dan is het ene dat 95 procent van de kinderen in de jeugdzorg kinderen zijn uit vechtscheidingen, en het andere is de andere kant, dus de hulpverlener zelf die op de groepen met kinderen werkt.

Dus voorlopig noemen we het een drieluik, maar dat is gewoon omdat...
Omdat het er nu drie zijn, ja.

Ik las dat je weer een of andere prijs had gekregen, vijftigduizend euro maar liefst. Wat was het ook alweer?
Een documentairestipendium van het Cultuurfonds. Een enorme eer natuurlijk. Het biedt me de kans iets nieuws te onderzoeken. Een essay-vorm, of iets kaleidoscopisch, iets anders dan ik tot nu toe gedaan heb. Daar wil ik het voor gaan gebruiken. Denk ik.

Vrijheid!
Ja. Onderzoek. Kijk, ik weet hoe verleidelijk het is om in een vast stramien te werken, als fly on the wall. Daar voel ik me senang bij. Ik ben een observator…

Ja, daar win je dus prijzen mee. Maar je zegt nu dat je misschien wel een beetje uit je comfort zone wilt komen?
Misschien ja, ik denk dat dat goed zou zijn.

Toch die actiefilm regisseren, met een héle grote crew.
Hahaha, nee, maar ik denk dus wel dat dat stipendium verandering stimuleert.

Jij maakt bijna in je eentje films. Is dat omdat jij zo in elkaar zit, of omdat je onderwerp dat afdwingt?
Nou, ik geloof omdat ik zo in elkaar zit. Als regisseur kun je natuurlijk werken met een goede cinematograaf, en geluidsman. Dan moet je wel goed onder woorden kunnen brengen wat je wilt. En bij mij zit dat gewoon, is het een soort… motor van m’n hoofd naar m’n camera. Ik wil dat niet doorbreken.

Je zou niet een cameraman willen instrueren: ik wil graag dit soort beelden, en dan wil ik dat je zo inzoomt…
Nee. Het gaat zó op gevoel! Dat zit helemaal in m’n motoriek. Dus ja, het is een beetje een one woman band.

En dat is niet iets wat je wilt veranderen?
Nee, dat niet, dat is een soort kunstenaarschap. Je denken zit geïntegreerd in wat je met je handen aanstuurt. Daar een rationele vertaalslag in maken vind ik complex. En remmend. Die heb ik niet nodig. Dus dat zal niet veranderen.