2Doc

Echo - theater in de tbs

VPRO

Filmmaker Ingrid Kamerling onderzoekt de relatie tussen tbs-patiënt en hulpverlener. Niet alleen de tbs’ers worden vastgelegd in deze documentaire. Ook medewerkers doen een boekje open over hun gevoelens en onzekerheden. Wie heeft wie eigenlijk harder nodig?

Met de documentaire Echo, wil maker Ingrid Kamerling de nauwe blik, op tbs-patiënten en tbs-zorg, die gevoed wordt door doorgaans negatieve berichtgeving in de media, verbreden. Aan de hand van het klassieke verhaal van Echo en Narcissus, een theaterstuk dat de tbs’ers en begeleiders zelf opvoeren buiten de kliniek, onderzoekt Kamerling de relatie tussen tbs-patiënt en hulpverlener. Het resultaat is een intieme film die laat zien dat het lijntje tussen behandelaar en tbs’er soms maar flinterdun is.

Niet eerder kregen buitenstaanders zo'n unieke toegang tot de tbs-samenleving; een wereld die zich veelal achter gesloten deuren afspeelt. Naarmate het verhaal zich ontvouwt, krijgen de tbs'ers steeds meer een gezicht én worden de werkelijke motieven van hun behandelaren onthuld. Een seksuoloog, sociotherapeut, een theaterdocent en een geestelijk verzorger voelen mee met de hoge pieken en diepe dalen van vier patiënten. Vroeg of laat brengt dit de medewerkers en patiënten dichter tot elkaar met een emotionele climax tot gevolg. In tegenstelling tot de patiënten kunnen de medewerkers daarna de poortjes uit lopen en thuis stoom afblazen. Toch blijven ze aangetrokken worden tot de rand van de afgrond, waar ze zelf ook eens hebben gestaan. Schuilt het beest niet in ieder mens?

Regie: Ingrid Kamerling
Omroep: VPRO

In gesprek met regisseur Ingrid Kamerling

Tekst: Abel Vos

In Echo legt regisseur Ingrid Kamerling (1981) naast patiënten ook hun begeleiders op de gevoelige plaat. Zij doen boekje open over hun gevoelens en onzekerheden. Samen spelen ze in een speciale theatervoorstelling, waar veel emoties naar boven komen. 2Doc.nl sprak de regisseur over haar film.

Dunne scheidslijn
Voor deze film wilde regisseur Ingrid Kamerling de menselijke kant van tbs-patiënten laten zien. Een kant die volgens haar in de media onderbelicht is. Spannende True Crime-series zijn bijvoorbeeld erg populair. ‘Als ik daarop was ingehaakt,’ zegt de regisseur, ‘en uitgebreid had besproken wat voor delicten de hoofdpersonen in mijn film hebben gepleegd, had mijn documentaire vast veel meer aandacht gekregen.’ Toch wilde Kamerling juist de emoties, gevoelens en verlangens van patiënten voelbaar maken. Om dat voor elkaar te krijgen, betrok ze ook medewerkers en buurtbewoners in deze film. Ook zij lieten zich van hun kwetsbare kant zien. Kamerling: ‘Als medewerkers ook over hun gevoelige kanten praten, komt het voor de kijker al een stukje dichterbij. Je ziet de dunne scheidslijn tussen patiënt en behandelaar. Je staat nooit ver van andere mensen af.’ 

De regisseur vindt het lastig om te zien hoe sommige mensen denken dat ze onschendbaar zijn. Kamerling: ‘Veel mensen denken: ‘mij overkomt niets, ik heb het goed voor elkaar.’ Maar ik ben van mening dat iedereen aan de andere kant kan komen. Dat kan een angstaanjagend inzicht zijn: de één is niet beter dan de ander. Ik hoop inzichtelijk te maken hoe ernstige delicten veroorzaakt kunnen worden. Vaak borrelt er al lang een soort onderstroom in mensen, zonder het door te hebben. Er hoeft maar iets te gebeuren, bijvoorbeeld een erge ruzie, waarbij die onderstroom ineens naar bovenkomt.’

Geen theater
In de film repeteren begeleiders en patiënten voor een theatervoorstelling. Een voorstelling met indringende scènes met woede-uitbarstingen. Kamerling: ‘Bij de theaterscènes begonnen sommige begeleiders te huilen omdat het zo confronterend is. Het is zo echt, zo puur, het is geen theater meer. Het is een middel om deze diepe emoties, die onderstroom, naar boven te laten komen.’

Soms filmde Kamerling tijdens de repetities in het theater, soms sprak ze mensen in hun eigen kamer. Op een gegeven moment vloeide dat in elkaar over: theater-scènes speelden zich spontaan af in slaapkamers. Dat was voor Kamerling een ultieme samensmelting. ‘Begeleider Luke had bijvoorbeeld een mooi gesprek met Luciano. Omdat we vaak met muziek en theater bezig waren, voelde Luciano zich vrij om muziek aan te zetten en te gaan zingen. Dat gebeurde omdat we toch al zoveel met muziek en theater bezig waren. Daar genoot ik zo van.’

‘Dát voel ik’
De filmmaker organiseerde recent een filmvertoning speciaal voor alle inwoners van de tbs-kliniek. ‘Ik zal het nooit vergeten’, zegt de filmmaker. ‘We hadden onze eigen bioscoop, met popcorn en al. Hoewel sommige mensen een korte spanningsboog hadden, bleef iedereen tot het einde geboeid.’ Tijdens deze vertoning werd er gelachen op het moment dat medewerkers uit hun dak gaan. Kamerling: ‘Dat is een kant die patiënten nooit van hen zien. Patiënten gaven aan meer respect te hebben voor behandelaars. ‘Jullie hebben met veel shit te doen,’ zei iemand.’ Ook begonnen patiënten te klappen op het moment dat er een heftige theaterscène in beeld kwam. Kamerling: ‘Er wordt verbeeld en verwoord wat zij zelf regelmatig voelen: zie je wel, dát voel ik. Vanuit ons nette buurtje vinden veel mensen het schokkend dat iemand op tv uit zijn dak gaat. Maar voor de meeste patiënten gebeuren deze uitbarstingen iedere week wel een keer. Je moet je altijd verhouden tot uitbarstingen en agressie.’

Zorgen voor elkaar