Maandag 28 september, 20:25u op NPO 2

Jochem Myjer - Nog eentje dan

NTR

Het was een jaar van uitersten voor Jochem Myjer: hij stond honderd keer in Carré, maar worstelde tegelijk ook met het feit dat er tumoren in zijn rug zaten. Hoe bleef hij overeind? Je ontdekt het in 'Jochem Myjer - Nog eentje dan'.

Regisseur Suzanne Raes, die eerder documentaires maakte over De Dijk en Boudewijn de Groot, volgde komiek Jochem Myjer in de tweede helft van 2019. De laatste reeks optredens van zijn ruim drie jaar durende theatertournee van Adem in, adem uit, sluit Myjer af met zijn honderdste voorstelling in Koninklijk Theater Carré in Amsterdam. Voor deze uitputtingsslag moet alles wijken.

Regie: Suzanne Raes

Brigitte Kaandorp: ‘Jochem is een van mijn liefste collega’s’

Cabaretier Brigitte Kaandorp

Tekst: Anne van Blijderveen

Jochem Myjer, een van ’s Neerlands drukste en bekendste cabaretiers, geeft in de documentaire Jochem Myjer: Nog eentje dan een kijkje achter de coulissen. Daar stort de vrolijke krullenbol verschillende keren in elkaar. Voor het eerst blijkt hoeveel Myjers cabaret van hem vraagt sinds hij is geopereerd aan de tumoren in zijn rug.

De documentaire laat je als kijker wel achter met de vraag of cabaretier zijn altijd zo veeleisend is. Hoe kijkt collega cabaretier Brigitte Kaandorp hiernaar en naar Jochem Myjer als vakman? 2Doc.nl gaat met haar in gesprek.

Wat vindt u ervan dat een cabaretier zich zo achter de schermen laat kijken in een documentaire? Doet dat afbreuk aan de magie van een cabaretvoorstelling?
‘Ik zou het zelf niet zo snel doen, maar ik ben net zoals elke andere cabaretier doodverlegen. Misschien dat de mensheid er iets aan mist hoor, maar ik zou zelf nooit zo gevolgd kunnen worden. Ik denk dat mijn “achterkant” ook minder interessant is dan die van Jochem Myjer. Ik ben een soort zondagskind dat ooit het podium is opgelopen en dacht: ‘o, hier is het leuk, zeg.’ Daarbij ben ik ook van een andere generatie; wie heeft nu ooit de achterkant van Toon Hermans gezien, bijvoorbeeld? Ik vond het niet per se afdoen aan de magie, hoor. Jochem is een heel open persoon en ik vond het heel interessant om deze documentaire te zien. Ik wist al wel dat optreden veel van hem vraagt sinds hij is geopereerd, maar al na een kwartier kijken dacht ik: ‘Jezus, het is nog veel zwaarder dan ik al wist.’’

Tekst gaat verder na afbeelding

Hoe kijkt u naar Jochem Myjer?
‘Hij is technisch echt top. Hij speelt daarbij heel goed in op het internettijdperk doordat hij altijd korte scènes in zijn shows heeft zitten die je zo kunt opknippen en op YouTube kunt zetten. Niet dat je dat tijdens zijn shows direct doorhebt, maar als je het dan terugziet op sociale media denk je: ‘wat een goede reclame, zeg’. Jochem is een hele slimme jongen en ook echt grappig. Sommige mensen doen grappig, maar anderen zijn het echt. Jochem Myjer is ook een van mijn liefste collega’s. Hij is zo enthousiast, hartelijk, gul en gastvrij. Hij kent iedereen en weet ook hoe het met iedereen gaat.’ 

Hoe verhoudt hij zich tot de rest van het cabaretlandschap?
‘Ik zie niet veel mensen die kunnen wat hij kan. Hij wordt natuurlijk weleens vergeleken met Bert Visscher, maar ik vind dat hij een totaal eigen stijl heeft. Veel jonge mensen komen naar zijn shows en je kunt nooit aan een kaartje komen voor een voorstelling. Dat heeft echt niemand, ik ook niet. Alleen al dat gigantische succes onderscheidt hem van de rest.’

In de documentaire zie je Jochem Myjer heel druk en vrolijk op het podium staan, maar als hij zich vervolgens terugtrekt in de pauze zie je hoe hij instort of keihard baalt van zichzelf. Is dat iets waarin u zichzelf of andere cabaretiers herkent?
‘Ja, ik wil ook altijd honderd procent kwaliteit leveren. Maar als ik dan een keer grieperig ben moet ik zes tandjes bijzetten. Bij Jochem is dit elke avond zo, hij is tenminste de helft van zijn energie kwijt sinds zijn ziekte. Daardoor is hij eerder moe en heel kwetsbaar. Dat hij moet huilen in de documentaire komt ongetwijfeld doordat hij helemaal is gesloopt.’

Hoe sleep je jezelf dan het podium op?
‘Ik bereid mezelf zo goed mogelijk voor en dan ga je gewoon maar. Ergens rond mijn 50e ging het, zoals bij veel vrouwen, even niet zo lekker meer want al die hormonen werken redelijk slopend. Dan lag ik thuis langer in mijn nest, maar op het toneel zal het publiek er nooit iets van zien. Je kunt nu eenmaal niet zeggen: ‘ik doe het maar tot de pauze en dan kap ik ermee.’’

Je kunt dus niet minderen?
‘Nee dat kan niet. Je geeft altijd 110 procent. Voor Jochem zou ik willen dat het met minder energie kon. Maar dat gaat niet. Daarbij is Jochem ook een ontzettend harde werker en perfectionist. Hij legt de lat ontzettend hoog.’

Waar merkt u dat aan?
‘Zoals je in de documentaire ook kunt zien, staat zijn hele week in het teken van de drie optredens die hij moet gaan geven. Hij loopt het ’s ochtends door, gaat dan zwemmen en slapen en daarna optreden. Hij kan de hele dag niks anders doen. Ik kan overdag even naar mijn moeder en nog wat boodschappen doen omdat ik er fysiek niet zo hard aan hoef te trekken. Ik heb op het podium ook weleens gekke koprollen in een hangmat gemaakt, maar hij gaat nog veel verder. Daarbij ben ik veel meer van het improviseren, dus als er iets fout gaat lul ik het wel weer recht. Bij Jochem moet het exact zo gaan zoals hij het heeft bedacht. Daarom is hij in alles zo stipt en moet alles precies zo verlopen als bij de repetitie. Ik geloof overigens dat hij wel degelijk zou kunnen improviseren, hij is tenslotte grappig van zichzelf.’

Hoeveel vraagt een optreden van u als cabaretier?
‘Cabaret is hard werken. Ik mag dan wel humor hebben, maar het is alsnog een hele klus voordat ik dat kan overbrengen in een avondvullend programma. Ik moet in goede conditie zijn en me totaal concentreren. Dat is het eenzame aan het vak. Je gaat als het ware de spelerstunnel in van een stadion en niemand die je kan zeggen: ‘ik help je wel’. Je staat uiteindelijk in je eentje voor die zaal. Ik ben dol op mijn vak, maar ik hik er drie kwartier van tevoren altijd vreselijk tegenaan om ‘de tunnel’ in te gaan. Ik bel ook vaak mijn man als ik me moet gaan concentreren. Dan zeg ik: ‘ik wil naar huis, ik wil naar jou’. Die eenzaamheid maakt het een zwaar vak.’ 

Hoe is het om uw vak nu niet te kunnen uitoefenen door het coronavirus?
‘Het is vervelend dat je niet kunt doen waar je hart ligt. Ik voelde me altijd al een beetje een kneus en nu word ik voor mijn gevoel weer teruggegooid in die kneuzigheid. In de perfecte flow van een optreden komen, dat zit er voorlopig helaas niet in.’

Meer documentaires van Suzanne Raes