2Doc:

Harry Mulisch - Schepper van zichzelf

BNNVARA

Het viel nog te bezien of hij wel sterfelijk was, zei Harry Mulisch soms. Maar op 30 oktober 2010 moest hij zich toch overgeven aan de dood. Vele interviews ten spijt bleef Mulisch een raadselachtige figuur. In gesprek met intimi streeft Coen Verbraak ernaar de persoon achter de schrijver te ontdekken.

Mulisch' werkkamer in Amsterdam is sinds zijn overlijden onaangeroerd gebleven. Daar schreef hij de klassiekers als ‘Het Stenen Bruidsbed’, ‘Twee vrouwen’, ‘De Aanslag’ en ‘De Ontdekking van de Hemel’. Inmiddels is het haast een museum, of, zoals Adriaan van Dis het noemt, een mausoleum. Zijn bril netjes op het bureau, zijn vulpen in de aanslag om het volgende meesterwerk te schrijven.

Bepaalde zinsneden en aanblikken van Mulisch zijn ons al zeer vertrouwd. Hij vertelde openlijk over zijn persoonlijk leven en boeken. Toch blijft de man raadselachtig. Hoe was hij als vader en echtgenoot? Waarom had hij zoveel sympathie voor Fidel Castro en is het waar dat hij meer van teckels hield dan van mensen?

Regie: Coen Verbraak

'Ik ben geen icoonschilder'

Interview met regisseur Coen Verbraak

Tekst: Loïs van Wijnen

Vorige week ontving Coen Verbraak voor de tweede keer de Sonja Barend Award voor het beste interview. Dat hij een meesterlijk interviewer is, blijkt uit programma’s als Kijken in de Ziel en Onze Jongens op Java. In ‘Harry Mulisch – Schepper van zichzelf’ neemt hij de taak op zich om deze iconische schrijver nog eenmaal tot leven te wekken. Maar is niet alles over Mulisch al bekend?

Heb je Mulisch nog in leven gekend?
‘Ik ontmoette Mulisch voor het eerst in 2001 toen ik hem interviewde over Godfried Bomans. We zaten in zijn werkkamer, waar de documentaire ook begint. Hij vertelde heel levendig over zijn dierbare vriend. Ik weet nog dat ik dacht: ‘Wat een leuke verteller is die man.’ Dat wist ik wel, maar ik dacht ook dat hij een zelfingenomen, moeilijk benaderbare man was. Ik was best een beetje door hem geïmponeerd. Mulisch is niet zo’n man die je op straat even op de schouder tikt.’

Coen Verbraak

En toen stond je daar weer, in die kamer…
‘Ja, ik bleef maar kijken naar het hoekje van de bank, waar we toen zaten. Het is werkelijk nog alsof hij even de deur uit is om tabak te kopen. Zijn bril en vulpen liggen op het bureau en de asbak staat er nog. Adriaan van Dis noemde het heel treffend een mausoleum. De vrienden van Mulisch waren er tien jaar geleden voor het laatst, dus het was een bijzonder moment toen wij daar samen weer binnengingen. Ze waren diep onder de indruk en raakten bevangen door de ruimte. Van Dis zei: ‘Ik zou bijna zeggen ‘Dag Harry’.’ Dat kon ik echt meevoelen.’

'Als het je niet lukt om iets toe te voegen, dan moet je het niet doen.'

Coen Verbraak

Was je niet bang dat alles over Mulisch al bekend zou zijn?
‘Je probeert te bedenken: wat kan ik nog toevoegen aan wat er al is? Als het je niet lukt om iets toe te voegen, dan moet je het niet doen. Ik zocht het in een psychologisch portret. Over zijn persoonlijk leven was hij al veel geïnterviewd, maar ik wilde van zijn dierbaren horen hoe hij was. Dat vond ik veel indringender.

‘Anna, zijn dochter, vertelde bijvoorbeeld dat hij eigenlijk alles in huis op afstand volgde, nooit deelnam. Vervolgens zag ik archiefbeelden waarop zijn zoontje jarig was. En terwijl iedereen zong en taart at, stond hij op de achtergrond toe te kijken. Dat vond ik zo typerend. Ik wilde door hun ogen zien dat hij zich stortte op dat werk en zich moeilijk aan mensen bond. Dat hij misschien wel het meest hield van dieren. Dat krijgt allemaal een heel andere lading als je het hoort uit de mond van zijn dochter en vriendin.’

Tekst gaat verder onder de foto.

Vertelden zijn vrienden en familie je nog dingen die echt nieuw voor je waren?
‘Niet echt nieuw, maar ze kleurden het plaatje wel verder in. Ik wist natuurlijk dat Mulisch schrijven zo belangrijk vond, maar als zijn vriendin zegt: ‘Schrijven stond bovenaan, ook boven alle andere dingen’, dan komt dat toch meer bij mij binnen. En dat rare mythische geloof in zichzelf, dat kende Nederland natuurlijk allang. Maar als hij te horen krijgt dat hij maagkanker heeft en zijn maag eruit moet, vind ik het intrigerend dat hij zegt: ‘Kan dat vanmiddag nog?’ Ik heb nog nooit iemand ontmoet die dat zou zeggen.'

‘Zelfs de grootste reputaties spoelen weg op de golven van de tijd.'

Coen Verbraak

Mensen zijn geneigd om overledenen op te hemelen. Hield je er rekening mee dat zijn familie en vrienden dat gingen doen?
‘Dat is altijd een risico, maar daar ben je natuurlijk zelf bij. Ik ben geen icoonschilder, dus ik zorg dat ik met mijn vragen ook bij schaduwkanten terechtkom. Er worden ook best een paar harde noten gekraakt, vind ik. Bijvoorbeeld als Van Dis vertelt dat Harry geen geld wil geven aan het fonds voor Salman Rushdie. (Salman Rushdie werd vogelvrijverklaard naar aanleiding van zijn boek Duivelsverzen, dat veel ophef veroorzaakte onder fundamentalistische moslims. red.) Als hem gevraagd wordt waarom hij niet wil meebetalen aan het fonds, pakt hij een strippenkaart en zegt: ‘Hier, dan kan hij in elke geval met de tram.’’

Hij wordt inderdaad niet gespaard. Sterker nog, Anna Mulisch spreekt zich behoorlijk uit over zijn tekortkomingen als vader.
‘Zij wilde die realistische kant ook schetsen. Dat kan zij zonder haar vader af te vallen. Als mensen over dat oeuvre beginnen, dan voelt zij de behoefte om te zeggen: ‘Ja, maar dat oeuvre stond ook tussen mij en mijn vader in. Daardoor was hij er veel minder voor mij en mijn zus.’ Misschien is dat ook wel de schaduwkant van veel kunstenaars. Dat ze hun werk soms iets té belangrijk gaan vinden. En laat ik eerlijk zijn, voor mij is mijn werk soms ook zo belangrijk. Ik ben een gescheiden vader en ik zeg ook weleens: ‘Donderdag kan ik niet, want ik moet iets voor mijn werk doen.’’

Tekst gaat verder onder de foto.

De werkkamer van Harry Mulisch.

Inmiddels heb je al behoorlijk wat overleden legendes geportretteerd. Wat haal je daaruit?
‘Zelfs de grootste reputaties spoelen weg op de golven van de tijd. Dat is de grootste les die ik haal uit het maken van die portretten. En dat is misschien ook wel mooi, zo hoort het ook te gaan. Tegelijkertijd vind ik het weleens onrustbarend als ik de mensen voor wie ik vroeger haast huiverig was, nu zie als breekbare, oude mensen. Mulisch dacht dat hij over honderd jaar nog gelezen zou worden, maar je moet concluderen dat zijn werk na tien jaar al behoorlijk aan het uitdrogen is.’

Zijn er voor jou nog raadsels als je naar Mulisch kijkt?
‘Mulisch blijft een raadselachtige figuur. Robbert Ammerlaan schrijft nog een biografie over hem, dat is heel goed. Daar zal vast van alles instaan waar ik nog niks van weet. Ik denk overigens niet dat Harry Mulisch een geheim leven had. Het was geen chantabele man. Hij was altijd redelijk open over de vrouwen die hij kende. Zijn biograaf kan ook bij alle spullen die hij heeft nagelaten, tot de liefdesbrieven aan toe.’

'Het maakt me niet uit wat Mulisch ervan gevonden had'

Coen Verbraak

Heb je je weleens afgevraagd wat Mulisch ervan gevonden had dat jij deze film over hem maakte?
‘Nou, dat vroeg ik aan Kitty, zijn partner, toen ik haar de documentaire liet zien. Ze zei dat hij het heel mooi zou hebben gevonden. Wat natuurlijk niet per se wil zeggen dat het een goede documentaire is. Misschien was dat eerder een reden geweest om je nog eens goed achter de oren te krabben. Dan had ik me misschien afgevraagd: ‘Wat heb ik over het hoofd gezien?’ Het maakt mij ook niet uit wat hij gevonden had. Dat is volstrekt giswerk. Iemand is dood, hij is er niet meer. En dan is het aan de mensen die er nog zijn en aan de maker om iemand nog vijftig minuten door je huiskamer te laten wandelen. Als je dat als kijker hebt ervaren, dan vind ik dat al heel wat.’

Bespreking Helmut Boeijen over 'Harry Mulisch - Schepper van zichzelf'

‘Hij is er, maar hij is er ook héél erg niet’, constateert Adriaan van Dis in de voormalige werkkamer van wijlen Harry Mulisch (1927-2010). Dat is een soort mausoleum geworden. ‘Ik geloof niet aan de dood’, beweert de bewierookte schrijver zelf in een interview. ‘Dood ben je alleen voor de omstanders. Ik zal nooit naar waarheid de zin kunnen uitspreken: ik ben dood.’

Hij is natuurlijk wel degelijk kassiewijlen, de man die jarenlang de Nobelprijs voor de Literatuur níet won. Harry Mulisch: Schepper Van Zichzelf (56 min.). Hij kijkt zogezegd nu al tien jaar op ons, doodgewone stervelingen, neer. Zoals hij ook bij leven en welzijn regelmatig deed. Met intimi probeert Coen Verbraak nog eenmaal het fenomeen Mulisch te pakken te krijgen.

Lees meer...

‘Hij moest zich als jongetje en opgroeiend kind uitvinden.’ (biograaf Robbert Ammerlaan)

‘Altijd de juiste woorden.’ (collega Remco Campert)

‘Hij dacht dat ie precies wist hoe de wereld in elkaar zat.’ (schrijver/presentator Adriaan van Dis)

‘Een zekere mate van genialiteit.’ (beeldend kunstenaar Jeroen Henneman)

‘Hij was onbenaderbaar.’ (Jeroen Krabbé, regisseur van de film The Discovery Of Heaven)

‘Aardiger tegen honden dan tegen vele mensen.’ (schrijver Cees Nooteboom)

‘Een introvert iemand.’ (vriend Julius Roos)

‘Hij was altijd in zijn eigen bubbel.’ (dochter Anna Mulisch)

 ‘Het leek alsof hij de dood met open ogen tegemoet wilde treden.’ (echtgenote Kitty Saal)

‘Hij kon niet meer spreken, maar hij zag ons nog. Met zijn ogen ging hij ons af en nam op die manier afscheid.’ (Marcel van Dam, vriend en lid van ‘De Herenclub’)

In deze interessante tv-docu, die voor een groot deel uit gesproken woord en pratende hoofden bestaat, krijgt De Grote Mulisch beslist niet alleen lof toegezwaaid, maar in het algemeen wordt de schrijver wel met alle egards benaderd. Niet als de overcompenserende, egocentrische en wellicht ook wat contactgestoorde man, die je met enige afstand ook in hem zou kunnen zien.

En dan is er ook nog prachtig archiefmateriaal. ‘De naam is Mulisch en ik schrijf boeken’, zegt de gevierde auteur bijvoorbeeld tegen een medewerker van een taxibedrijf die maar niet op zijn naam kan komen. ‘Zo zit het in elkaar.’ Waarna de man hem enthousiast bij de chauffeur introduceert. ‘Nou, Dirk, je krijgt meneer Mulisch, de Nobelprijs-winnaar van de vrede geloof ik, mee.’

Waarmee die pompeuze schrijver even, onbedoeld, op zijn plek wordt gezet. Waarna hij in dit eerbetoon zijn zelfgebouwde troon weer mag beklimmen. Als, zeker in zijn eigen ogen, De Grootste van De Grote Drie van de Nederlandse literatuur (Hermans, Mulisch en Reve), die alleen alsmaar minder worden gelezen.

Meer van Coen Verbraak meer