Makers van Morgen

Was ik maar weer klein

VPRO

Bij veel twintigers roepen de jaren 90 gevoelens van nostalgie en voldoening op. Waar is dat op berust? Marijn van Leeuwen (26, Utrecht) ging met leeftijdsgenoten op zoek naar antwoord. Dit proces legde hij vast in zijn documentaire “Was ik maar weer klein”.

Donna Brouwer,

Vanwaar deze zoektocht? “Om me heen zag ik overal feestjes met als thema de jaren negentig,” legt van Leeuwen uit. “Ook bepaalde trends, zoals chokers (de typische gevlochten nekbandjes) kwamen weer helemaal terug. Voor het eerst ervoer ik een bepaalde nostalgie.” De brede omvang van deze tendens fascineert van Leeuwen: “De generatie van toen begint nu een gezicht te krijgen.”

Van vrijheid naar keuzestress

In zijn documentaire vraagt van Leeuwen zich af of de huidige drang naar geluk door onze opgroeifase komt. “Ik denk dat de toekomst die je als opgroeiend kind wordt voorgehouden mede bepaalt hoe je later in het leven staat,” licht de HKU-student toe. “Dankzij economische bloei heerste het idee voor later dat we alles konden worden wat we wilden. Maar die vrijheid kan ook omslaan in keuzestress.” En dat is wat van Leeuwen bij veel leeftijdsgenoten constateert. “We hebben sterker het gevoel onszelf continu te moeten bewijzen. Het is fijn om na te streven waar je gelukkig van denkt te worden,” stelt van Leeuwen, “maar als dat streven te hoog blijkt moet je de lat misschien simpelweg een stukje lager leggen.”

Representatief

Hoewel hij een select groepje mensen heeft geïnterviewd heeft van Leeuwen geprobeerd een representatieve afspiegeling van de generatie te geven. Door meisjes en jongens, jonger en ouder, en met name personen te vragen die niet te dicht bij hem staan: “Op die manier heb ik een objectieve weergave proberen te geven,” vertelt van Leeuwen. “Natuurlijk geeft iedereen op zijn of haar eigen manier betekenis aan de nostalgie, maar ik denk dat iedereen wel iets herkent in de documentaire.”

Online profilering versus het voetbalveld

Het grootste verschil tussen zijn generatie destijds, en de kinderen van nu schrijft van Leeuwen toe aan het internet. Cliché maar waar: “wij zijn opgegroeid in een tijd waarin we vooral buiten speelden. Niemand heeft ons verteld hoe wij ons online moesten profileren,” vertelt de filmmaker. “Ik merk bijvoorbeeld dat mijn buurmeisje haar online profilering soms belangrijker vindt dan haar ‘ware’ identiteit.” Of hij dat zonde vindt? “Ik zou tegen haar willen zeggen dat haar online populariteit niet belangrijk is, maar misschien is het dat juist wel. Misschien is het Instagram van nu wat het voetbalveld vroeger was.”

Natuurlijk is van Leeuwen nu ook blij met zijn smartphone en laptop. “Maar ik ben ook blij dat ik nog weet hoe de tijd zonder internet was,” overweegt hij. “En ik denk dat ik daarin niet de enige ben.” Van een verheerlijk van de jaren negentig wil van Leeuwen niet spreken: “Het is menseigen om vooral de leuke herinneringen te onthouden. Maar we hebben daadwerkelijk een groei van positieve ideeën en welvaart meegemaakt die in de documentaire ook naar voren komen.” En dat zorgt bij eenieder voor mooie, grappige en persoonlijke herinneringen waardoor de gedachte toch eventjes door het hoofd spookt: “Was ik maar weer klein.”