AVRO Close Up

Herb & Dorothy: Kunstvreters

AVRO

Herbert en Dorothy Vogel, een postbeambte en een bibliothecaresse, begonnen in de vroege jaren zestig met kopen van minimalistische en conceptuele kunst. Ze kochten werken van onder andere Sol Lewitt, Richard Tuttle en Chuck Close.

In de vroege jaren zestig, toen er nog relatief weinig aandacht werd besteed aan minimalistische en conceptuele kunst, begonnen Herb en Dorothy Vogel op onopvallende manier met het kopen van werken van onbekende kunstenaars. Het duo besteedde het hele salaris van Herb aan het aanschaffen van kunst en leefde van het inkomen van Dorothy. De enige voorwaarden waren dat het stuk dat ze kochten niet te duur mocht zijn, en dat het in hun bescheiden appartement in Manhattan moest passen.

Ze bleken visionairs op het gebied van kunstaankopen te zijn: de meeste kunstenaars die zij steunden en met wie ze bevriend raakten, groeiden uit tot wereldberoemde kunstenaars, onder wie Sol Lewitt, Christo en Jeanne-Claude, Richard Tuttle, Chuck Close, Robert Mangold, Sylvia Plimack Mangold, Lynda Benglis, Pat Steir, Robert Barry, Lucio Pozzi, en  Lawrence Weiner. Na dertig jaar toegewijd verzamelen hadden de Vogels meer dan 2000 stukken bijeengebracht, die samen hun kleine appartementje uit zijn voegen deden barsten. ‘Er kon zelfs geen tandenstoker meer bij,’ herinnert Dorothy zich.

In 1992 besloten de Vogels om hun gehele collectie over te brengen naar de National Gallery in Washington, DC. Het leeuwendeel van hun collectie gaven ze als een schenking aan het instituut. Veel van de werken die ze kochten, hebben in de loop der jaren zo aan waardering gewonnen dat ze miljoenen dollars waard zijn. Toch hebben de Vogels nooit ook maar een enkel stuk verkocht. Vandaag de dag wonen de Vogels nog steeds in hetzelfde appartement in New York met 19 schildpadden, een heleboel vissen en één kat. Ze hebben hun huis gevuld met stapels nieuw aangeschafte kunst.