2Doc

Het drama van Alphen - 5 jaar later

KRO-NCRV

Op 9 april 2011 verlaat Tristan van der V. zijn flat en begint aan zijn dodelijke tocht in winkelcentrum De Ridderhof. Slachtoffers vertellen over de schietpartij die hun leven voorgoed veranderde.

De eenzame terrorist

Tristan van der V. en Pekka Eric-Auvinen stapten beiden op een kwade dag hun voordeur uit met het plan om hun geweer te trekken. Dit plan volbrachten zij. Ze beroofden mensen van het leven en wisten gemeenschappen te ontwrichten. Niet alleen eenlingen als Tristan van der V. of Pekka Eric-Auvinen plegen massamoorden, maar ook religieuze extremisten beangstigen de maatschappij.  Wie zijn deze terroristen en hoe gaan we hier als samenleving mee om?

Door: Wieneke van Koppen

Twee groepen eenlingen

Een eenzame terrorist zoals Tristan van der V. of een school schooter als Pekka wordt in veel gevallen beschouwd als gevaarlijke en moeilijk te bestrijden eenlingen, lone wolves, die weinig met elkaar gemeen hebben. Joost van Elk en Joost van Rossum beweren echter dat er wel degelijk een overeenkomst is tussen deze aanslagplegers. Wat ze in eerste instantie gemeen hebben is dat ze ‘maatschappij-ontwrichtende daden’ plegen. Grofweg bestaan er twee soorten van dit slag eenzame terroristen. Waar de ene groep bestaat uit dreigende aanstichters die hun plan op internet of via brieven kenbaar maken, is de andere groep stil en daardoor veel moeilijker te ontdekken. Alleen hun zeer nabije omgeving voelt de dreiging soms aan en Van Elk en Van Rossum pleiten daarom voor meer bewustwording. 

Niet geboren als terrorist

In The Huffington Post The Myth of the Lone Wolf Terrorist wordt gesteld dat terroristen niet slecht geboren worden, maar gemaakt wordt door hun omgeving. Zo zijn ze dikwijls verbonden (geweest) aan een groepering en worden ze slecht tegengehouden door de samenleving. Professor John A. Tures noemt dit 'de mythe van de lone wolf terrorist'. Volgens hem beschrijft de samenleving een terrorist vooral als een eenling om de oorzaak van diens daad te kunnen afschuiven op de achtergrond van de dader. De achtergrond is volgens Tures echter nooit de enige factor.

Jarenlang contraterrorisme

De angst voor terrorisme is de afgelopen twintig jaar fors gegroeid. De aanslagen op het Amerikaanse WTC worden dikwijls gezien als het startpunt van onze angst voor terrorisme. Het feit dat één persoon of een groep met religieuze motieven zomaar een bom zou kunnen laten afgaan, veroorzaakt paniek. Hoewel men vaak denkt dat de Nederlandse basis voor het contraterrorisme in 2001 gelegd werd na de aanslagen op de Twin Towers, bleek dit echter al in de vroege jaren zeventig gebeurd te zijn, stelt dr. Michiel de Weger in ‘Defensie tegen terrorisme’. Tijdens de Olympische Spelen in München in 1972 vond er een gijzelingsdrama plaats, waarna men reageerde met interventie-eenheid van het Korps Mariniers en een ‘preventieve’ explosievenopruimingsdienst. De manier waarop men tegen terrorisme strijdt is weliswaar veranderd, maar dat men hiertegen strijdt is iets van lange tijd.

Terrorisme als communicatiestrategie

Dr. Alex P. Schmid geeft in het ‘Magazine Nationale Veiligheid en crisisbeheersing’ (2013) aan dat terrorisme sinds het bestaan van massamedia als televisie en internet, vaak wordt ingezet als een soort lugubere communicatiestrategie. Er zijn immers weinig dingen die zoveel impact hebben en aandacht krijgen in de media als een terroristische aanslag. Een historisch Nederlands voorbeeld hiervan zijn de Molukse gijzelingsacties. Wat wel nieuw is in het hedendaagse terrorisme is het zelfmoordterrorisme en de grote rol van religie.

Kijk ook: Pekka

Op 7 november 2007 schiet Pekka-Eric Auvinen (18) in zijn middelbare school in het Finse Jokela 8 mensen dood. Onder hen vielen de schoolzuster, de directrice en hijzelf. De motieven van de meeste school shooters blijven onduidelijk, maar filmmaker Alexander Oey weet goed door te dringen in het hoofd en de omgeving van de getroubleerde Pekka.

Op de hoogte blijven van de meest actuele 2Docs? Volg onze nieuwsbrief!