Hetty Naaijkens–Retel Helmrich, NTR, 2011

2Doc: Buitenkampers

NTR

Het merendeel van de ongeveer 350.000 Indische Nederlanders in ‘Nederlands-Indië’ bleef tijdens de Tweede Wereldoorlog buiten de Japanse kampen en werd na de Japanse capitulatie doelwit van plunderingen en moordpartijen door Indonesische nationalisten. Na meer dan 70 jaar zwijgen vertellen deze zogenaamde ‘Buitenkampers’ voor het eerst over deze onbekende en lang verzwegen periode uit onze vaderlandse geschiedenis.

Terwijl ruim 100.000 van de 350.000 Indische Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog in Japanse kampen werden gevangen gezet, bleven de  overige 250.000 buiten die kampen. Een paar maanden na de Japanse inval in Nederlands-Indië  begon namelijk de registratie van alle Nederlanders. Daarbij werd voor het eerst het raciale onderscheid gemaakt tussen volbloed Nederlanders (Totoks) en gemengd bloedige Nederlanders, de Indische Nederlanders/Indo-Europeanen die kortweg “Indo’s” werden genoemd. De meeste volbloed Nederlanders (Totoks) werden in Japanse kampen geïnterneerd. De Indo’s bleven veelal buiten de Japanse kampen. 
De Japanners hoopten namelijk de Indo’s te mobiliseren voor het Japanse ideaal: het stichten van één groot Zuidoost-Azië.  Maar de Indo’s voelden er niets voor om met de Japanners samen te werken en bleven, met gevaar voor eigen leven, loyaal aan Nederland.

Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 brak onmiddellijk een bloedige onafhankelijkheidsstrijd uit tegen het Nederlandse koloniale bewind. In deze beginperiode die “Bersiap” wordt genoemd, grepen de Indonesische nationalisten de macht. Voor hun eigen veiligheid bleven de Nederlanders binnen de hekken van de Japanse kampen en werden beschermd door hun voormalige Japanse gevangenbewaarders. Veel Indische Nederlanders en andere Nederlandsgezinde bevolkingsgroepen die niet in de Japanse kampen verbleven, waren een makkelijk slachtoffer van moordzuchtige Indonesische onafhankelijkheidsstrijders.

Lang is over deze periode (1942-1949) door de betrokkenen voornamelijk gezwegen. In deze film vertellen deze zogenoemde “Buitenkampers” voor het eerst openhartig over hun ervaringen als kind buiten de kampen, tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende bloedige onafhankelijkheidsstrijd. De tweede en latere generaties van deze Indische Nederlanders zijn in meer of mindere mate beïnvloed door de traumatische ervaringen van hun (groot)ouders.
 
De verhalen worden afgewisseld met zwart-wit filmarchief en natuuropnamen uit Indonesië. Het zwijgen van de “Buitenkampers” wordt in deze film, na meer dan 70 jaar, alsnog doorbroken.