Begin jaren tachtig stond de universiteit bekend als links bolwerk. En nergens werd met zoveel enthousiasme actiegevoerd als in het Spinhuis, de afdeling Antropologie van de Faculteit Sociale Wetenschappen . Acties vóór vrouwenstudies, tégen grensoverschrijdend gedrag en vóór een fatsoenlijke studiefinanciering. Gedachtengoed dat je nu woke zou kunnen noemen. Toch waren er veel blinde vlekken, zo was er bijvoorbeeld nauwelijks oog voor racisme.

Op de faculteit ontstond al snel een sterke feministische  beweging, er kwam een vrouwenoverleg en er werd gepleit voor meer vrouwelijke docenten en meer vrouwelijke antropologische schrijvers in het curriculum van de studie. Blijvende veranderingen. Maar er werd ook veel geëxperimenteerd met relaties en seksualiteit, eigenlijk heerste er een heel vrije moraal.
Er was maar één ding uit den boze: het huwelijk. Vrouwen die getrouwd waren konden dat maar beter voor zich houden, want:

“getrouwd zijn”, zegt oud-student Beate Wesdorp, “betekende gewoon dat je alles had opgegeven”.

Ook Gerdy van der Stap, tegenwoordig schrijver, herinnert zich de strategieën die moesten voorkomen dat je gevangen raakte in een traditioneel patroon:

“…je moest toch wel altijd proberen meerdere mannen te hebben, want dan viel je niet in die kuil van het zorgzame en het traditionele monogame samenzijn. Het was niet de bedoeling om je helemaal te verliezen in een man.”

Maar deze vrijheid had een keerzijde, want op de faculteit waar alleen mannen lesgaven en de studentenpopulatie voor bijna 100% uit vrouwen bestond, werden regelmatig grenzen overschreden. Docenten die hun positie misbruikten om vrouwen ongegeneerd lastig te vallen of aan te randen. Er zijn talloze voorbeelden en het was een soort publiek geheim, iedereen wist wie zich er schuldig aan maakte. Oud-studente Paulien Boogaard herinnert zich het verhaal van een medestudente:

 

“Zij kreeg maar geen punt, dus ze moest iedere keer terugkomen in zijn kamer en dan wéér bespreken, en dan, als ze naar buiten wilde dan ging hij in de deuropening staan en zei: ‘eerst een kusje’ en dat wilde zij niet.”

Oud docent Jojada Verrips kan nu nauwelijks meer begrijpen dat hij er destijds niet zwaarder aan tilde:

Ik was verblind en ik denk met mij de rest van de staf eigenlijk …  Met het voordeel van de terugblik kun je zeggen dat het gewoon een enorme blunder is geweest, dat je daar blind voor was. Dat je genoegen nam met een totaal door mannen bezette staf.”

Er waren meer onevenwichtigheden aan de faculteit. De populatie was bijna volledig wit. Bij zowel studenten als docenten. Mensen van kleur waren er op een hand te tellen. Voor Indrawati Gunawan, die een Indonesische vader heeft, speelde het een grote rol. Zij merkte aan haar medestudenten dat die weinig oog hadden voor ongelijkheid op basis van huidskleur. De keren dat zij zich in een bepaalde situatie ongemakkelijk of bedreigd voelde, werd ze niet serieus genomen. En als het over racisme ging in die jaren, dan betrof het alleen het racisme in verre landen. Dat de Nederlandse samenleving ook racistische kanten had, zagen haar medestudenten niet.

Dat is nu wel anders. Antropologie is een veel gemengdere studie geworden. Met veel meer kleur en achtergrondverschillen en dus is ook de strijd veranderd. Daarover zegt Marina tot slot:

“Ik denk dat iedere generatie, en we komen steeds een stapje verder, moet zijn eigen strijd leveren.”

Luister naar De spinhuisrevolutie, vanaf woensdag 15 november in de feed van DOCS of in je favoriete podcastapp.

Credits

DOCS is de documentaire podcast van de publieke omroep onder eindredactie van NTR en VPRO. Presentatie: Mina Etemad.

Vragen of reacties kun je sturen naar: docs@ntr.nl